Achtergrond

Interview met Jan Bogerd: Duidelijke manager

Jan
Bogerd (47) startte zijn carrière als hulpverlener van ontspoorde jongeren en
klom op tot directeur van de faculteit Economie en Management. In januari van
dit jaar trad hij toe tot het college van bestuur van de HU, met in zijn portefeuille
bedrijfsvoering, huisvesting, ict en financiën. ‘Er is meer mobiliteit bij het
personeel nodig dan de afgelopen jaren.’

Waarom
solliciteerde je naar de functie van lid van het college van bestuur?

‘Na mijn vierde en vijfde jaar als
faculteitsdirecteur werd tijdens functioneringsgesprekken de onvermijdelijke
vraag gesteld wat mijn verdere ambities zijn. Een stap hogerop leek mij uit de
verschillende alternatieven het meest aantrekkelijke. Toen kwam hier een
vacature in het college en heb ik gesolliciteerd.’

Heeft
deze stap ook te maken met het beleid dat faculteitsdirecteuren een soort
decanen moeten zijn die inhoudelijk een leidende rol vervullen?

‘Dan zou het als faculteitsdirecteur voor mij
goed zijn om te promoveren of me anders academisch te scholen. Ik heb verstand
van onderwijs, maar onderzoek is voor mij en het hbo een nieuw gebied. Om daar
als faculteitsdirecteur adequaat sturing en leiding aan te geven is het in mijn
optiek vanzelfsprekender dat die plaats ingenomen wordt door iemand die is
gepromoveerd of leiding heeft gegeven in een onderzoeksinstituut als TNO.’

Omdat hij ‘met mensen wil werken’ start Jan
Bogerd in 1980 de opleiding sociaal pedagogische hulpverlening aan de
toenmalige sociale academie De Jelburg in Baarn, later opgegaan in de HU. Het
is de tijd van doomdenken, punk en new wave. Een jaar voor zijn afstuderen gaat
hij aan de slag als hulpverlener bij een crisisopvang voor ontspoorde jongeren.
Na enkele jaren – de recessie van de jaren tachtig woedt hevig – worden forse
bezuinigingen in de sector aangekondigd en dreigen massale ontslagen. Hij wacht
het onheil niet af en schoolt zich in deeltijd om tot tweedegraads leraar
economie, een vak waar een groot gebrek aan docenten is. In het tweede jaar van
de studie staat hij al voor de klas bij een ROC, mede door zijn ervaring als
hulpverlener met jongeren. Als hij ook zijn eerstegraads bevoegdheid haalt gaat
hij lesgeven aan de avond-heao.

Hij rolt in de tweede helft van de jaren
negentig in leidinggevende functies bij de jonge opleiding bedrijfskader en
haalt tussen de bedrijven door een Master of Business Administration. Eind
jaren negentig wordt Bogerd gevraagd om als directeur, samen met enkele nieuwe
onderwijsmanagers, de kwakkelende afdeling Industriële Techniek (onderdeel van
de faculteit Natuur en Techniek) weer op de rails te zetten. De hbo-instelling
kampt met teruglopende studentenaantallen en structurele financiële tekorten.

En met succes. Een snel groeiend
managementadviesbureau merkt dit op en vraagt hem in 2001 als senior consultant
toe te treden. Hij staat voor de vraag: blijf ik mijn hele leven in het
onderwijs of beproef ik mijn geluk in het bedrijfsleven? Het wordt het
laatste. ‘Maar’, constateert
Bogerd achteraf, ‘consultant is geen beroep, het is een way of life. Het enige
dat telt is omzettargets halen. Dus moet je altijd klaarstaan voor de klant,
lange werkdagen maken en veel kilometers in de auto zitten.’

Kort na een succesvolle opdracht voor het
bureau bij de faculteit Economie en Management van de HU belt de dan zittende
collegevoorzitter Henk de Greef met de vraag of hij directeur wil worden van de
Economiefaculteit. Het is de kerstperiode en de familie Bogerd vertoeft op dat
moment met vrienden in de Ardennen. De carrièremove wordt besproken. Zijn
vrienden vinden dat hij het moet doen. Ze hebben hem vanwege drukke
werkzaamheden de afgelopen jaren nauwelijks gezien. ‘Toen zij dat zeiden
realiseerde ik me dat consultancy niet echt mijn ding is.’ In 2003 treedt hij
toe tot de directie van de FEM met de portefeuille bedrijfsvoering om twee jaar
later faculteitsvoorzitter te worden.

Wat is
je stijl van leiding geven?

‘Door het werken met probleemjongeren heb ik
geleerd om oog te hebben voor non-verbale communicatie en verborgen
boodschappen tussen zinnen door. Dat heb ik in die tijd ontwikkeld, zeker omdat
in een hulpverleningssituatie niet iedereen in staat is om te zeggen wat hij
vindt en denkt. Als je daar gevoel voor hebt gekregen dan kom je dat later
voortdurend tegen. Daarbij is het in de hulpverlening noodzakelijk om duidelijk
te zijn voor mensen. Als je dat niet bent creëer je chaos, raken mensen in
paniek of worden onzeker. Dat kan soms hard of kil en koud overkomen maar die
duidelijkheid is in die omgeving een groot goed. Ik denk dat ik die
duidelijkheid geven als manager vast heb gehouden.’

Als
portefeuillehouder financiën heb je te maken met het nieuwe bekostigingsstelsel
voor hogescholen en universiteiten dat in 2011 wordt ingevoerd. Hoe pakt dat
uit voor de hogeschool?

‘Er ligt een voorstel maar daar moeten de
minister en de Tweede Kamer nog over beslissen. Zoals het er nu uitziet gaat de
HU er tussen de vijf tot zes miljoen aan rijksbijdrage op achteruit, dat is
zo’n vier procent. Dat komt bovenop de twee procent aan salarisverhoging die
het ministerie met ingang van 2010 niet meer compenseert. En dan komt nog de
efficiencykorting voor het hoger onderwijs van bijna zes miljoen in 2015 die
oploopt tot ruim 21 miljoen vanaf 2019.

Waar is
die 5 à 6 miljoen op gebaseerd?

‘De zes miljoen die we in door het nieuwe
bekostigingssysteem mislopen komt doordat er geen rijksbijdrage meer wordt
verstrekt voor studenten die na hun bachelor of master een tweede opleiding
gaan volgen. De HU heeft veel deeltijdopleidingen met studenten die al een
studie voltooid hebben, een aantal jaren werkten en een andere opleiding gaan
volgen. Dat laatste wordt niet meer bekostigd.’

Hoe
vang je dat als instelling op?

‘Dit betekent dat het collegegeld omhoog gaat
tot zo’n zevenduizend euro dat de student of werkgever betaalt. Per saldo hoeft
dat voor de exploitatie van de hogeschool geen probleem te zijn. Het is een
voorbeeld van hoe de overheid steeds meer marktwerking in het onderwijs
oplegt.’

Opleidingen
die niet voldoende studenten trekken moeten straks sluiten?

‘Dat lijkt me voor de hand liggen, ja. Tenzij
er partijen zijn die dat om economische en/of maatschappelijke redenen
onverantwoord vinden en bereid zijn mee te betalen.’

Hoe
gaat de hogeschool met de rest van de kortingen om?

‘Onze kernactiviteiten zijn onderwijs en
onderzoek op een hoogwaardig niveau. Als duidelijk is dat het financieel
krapper wordt, moeten we ons afvragen of we alles wat daar omheen zit overeind
willen houden. Dat betekent dat we in de nabije toekomst geen onderwijs meer
aanbieden dat niet geaccrediteerd is. De bachelors en masters hebben allemaal
een keurmerk. De commerciële cursussen die we daarnaast aanbieden moeten ook
een kwaliteitskeurmerk hebben.’

En hoe
zit het met activiteiten die niet direct met het primaire proces te maken
hebben?

‘Alle activiteiten en uitgaven zullen
beoordeeld worden op hun toegevoegde waarde voor de kerntaken. Naarmate de
financiële krapte toeneemt zal er minder ruimte zijn voor nice to have. Als er keuzes moeten worden gemaakt – en dat lijkt
onvermijdelijk – gaat het om need to have.’

Is het
denkbaar dat er binnen nu en vijf jaar gedwongen ontslagen nodig zijn?

‘Normaal gesproken niet. Met het groeiend
aantal studenten en het natuurlijk verloop onder het personeel moet er
voldoende ruimte zijn om de verslechterde financiële situatie het hoofd te
bieden. De vergrijzingsgolf die de hogeschool gaat verlaten biedt ruimte om de
plaatsen die vrijkomen met interne mobiliteit op te vullen. Maar er zal overal
en permanent gekeken worden naar de perfecte match tussen personeel en werk. Er
is meer mobiliteit bij het personeel nodig dan de afgelopen jaren het geval
was. De units binnen de hogeschool zullen in toenemende mate qua omvang en
samenstelling moeten meebewegen met de vraag en daarmee met de geldstromen.’

Wat doet Jan Bogerd over tien jaar?

‘Tien jaar is een planningshorizon die ik absoluut niet kan overzien. Over vijf jaar hoop en verwacht ik aan mijn tweede termijn binnen het college van bestuur van de HU bezig te zijn.’

PERSOONLIJK
Achttien jaar samenwonend
Twee dochters van 14 en 16
Woont in Wijk bij Duurstede
Sportief hoogtepunt: Marathon van New York
Laatste concert: Coldplay
Toneeltip: Stalker van Marien Jongewaard/Nieuw West (voorstelling aan huis)
Laatste boek: Kafka op het strand van Haruki Murakami
64 volgers op Twitter