Advies Commissie Van Rijn: minder groeiprikkels en minder nieuwe opleidingen

De bekostiging van onderwijsinstellingen is te veel gebaseerd op aantallen studenten en er moet meer geld naar instellingen die overstappende studenten opvangen.

Foto: Kees Rutten

Het langverwachte rapport van Commissie Van Rijn is vandaag aangeboden aan onderwijsminister Ingrid van Engelshoven. De belangrijkste conclusies: de huidige bekostiging is te veel gebaseerd op aantallen studenten, er worden te weinig bèta-studenten opgeleid en er moet meer geld naar instellingen die overstappende studenten opvangen.

Officieel heet het de Adviescommissie Bekostiging Hoger Onderwijs en Onderzoek. Deze boog zich de afgelopen maanden, onder leiding van voorzitter Martin van Rijn, over een herziening van de bekostiging van het hoger onderwijs en onderzoek. De commissie zegt nu ‘urgente knelpunten’ al volgend jaar te willen aanpakken, en komt daarom met bekostigingsmaatregelen voor de korte termijn.

Bètastudenten

Zo wil de adviescommissie dat er meer geld gaat naar bèta-opleidingen. ‘Het gat tussen de opleidingscapaciteit en arbeidsmarktvraag naar afgestudeerden in bètatechniek is groot. De Nederlandse kenniseconomie leidt grote schade als dit probleem niet wordt opgelost’, stelt de commissie. Hun advies is om met ingang van volgend jaar geld te verschuiven naar universiteiten met veel bètatechniek-studenten.

Ook concluderen de adviseurs dat de huidige bekostiging van het onderwijs te veel gebaseerd is op aantallen studenten. ‘Deze groeiprikkel moet kleiner’, stellen zij in het rapport.

Transparantie

Tegelijkertijd ontbreekt het momenteel aan transparantie over de kosten van onderwijs en onderzoek, stelt Van Rijn. ‘Zonder deze transparantie blijven discussies over kosten en kwaliteit in het hoger onderwijs te vrijblijvend. Een grondig kostenonderzoek is hard nodig.’

Ook het feit dat onderwijsinstellingen geld mislopen wanneer studenten na een overstap of uitval instromen vanuit een andere instelling is zorgelijk, stelt de onderzoekscommissie. ‘Het is van groot belang om deze studenten te behouden voor het hoger onderwijs. Daarom moet er ook geld worden verschoven naar instellingen die veel externe switchers opvangen.’ De commissie schat deze herverdeeleffecten in het wo op 70 miljoen euro en in het hbo op 21 miljoen euro.

Reactie LSVb

De Landelijke Studentenvakbond (LSVb) is deels blij met het rapport. ‘We zijn tevreden dat nu eindelijk zwart op wit staat dat de rijksbijdrage per student is gedaald’, aldus LSVb-voorzitter Carline van Breugel.

Dat de commissie wil dat de ‘groeiprikkel’ van het aantal studenten per instelling kleiner moet worden, stelt de LSVb ook tevreden. ‘Instellingen worden nu gedwongen om zoveel mogelijk studenten aan te nemen om hun inkomsten stabiel te houden wat er onder andere voor zorgt dat er meer studenten per docent worden ingeroosterd. Hierdoor krijgen studenten te maken met volle collegezalen en gebrek aan persoonlijke aandacht. Dit betekent dat de kwaliteit van het onderwijs daalt en dat terwijl studenten zich sinds de invoering van het leenstelsel diep in de schulden moeten steken om te kunnen studeren.’

Reactie VSNU

De Vereniging van Universiteiten (VSNU) is positief over het voorstel om meer te investeren in technische opleidingen, maar vreest ‘grote negatieve gevolgen’ voor andere disciplines wanneer deze geldstromen bij andere opleidingen wordt weggehaald. ‘Dit zijn disciplines van groot maatschappelijk belang waar nu al hoge werkdruk en andere knelpunten heersen.’

Vereniging Hogescholen: zorgen

De Vereniging Hogescholen zegt zich ‘ernstig zorgen’ te maken over de herverdeling van middelen in het hbo. ‘Wij zien het probleem van onbekostigde studenten en daar is inderdaad meer geld voor nodig’, schrijft de vereniging. ‘Het is echter geen oplossing deze middelen weg te halen bij andere instellingen en hun studenten. Herverdelen binnen de bestaande budgetten is niets anders dan het verschuiven van problemen.’

Daarnaast meldt de hbo-organisatie bezorgd te zijn over het voorstel om extra drempels op te werpen voor het starten van nieuwe opleidingen. ‘Dit kan ten koste gaan van de gewenste uitbouw van associatie degree- en masteropleidingen in het HBO.’

De vereniging is wel positief over de analyse van de mismatch tussen beschikbare opleidingscapaciteit en arbeidsmarktvraag in de bètatechniek. ‘De vereniging onderschrijft de meerwaarde van een steviger samenwerking van het HBO met het bedrijfsleven en het WO op dit vlak.’

Minister Van Engelshoven gaat op korte termijn met het rapport aan de slag en heeft toegezegd de beleidsreactie nog voor de zomer naar de Tweede Kamer te sturen.

Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *