‘Automutilatie is geen roep om aandacht’

HU-student Kelly* sneed zichzelf jarenlang. Nu heeft ze zich aangesloten bij het Student Support Centre van de Hogeschool Utrecht. Daarin geven ervaringsdeskundige studenten, psychologen en docenten trainingen aan studenten.

Vrouw op de foto is niet de geïnterviewde / Foto: Kees Rutten

Om de afstand tot haar emoties en waarnemingen te doorbreken, sneed HU-student Kelly* zich. Jarenlang. ‘Het is geen roep om aandacht, maar iets wat je doet omdat je niet anders kunt. Het is belangrijk om goed naar deze mensen te luisteren en begrip te tonen.’ Voorheen gaf ze lezingen en trainingen om hulpverleners hier beter mee om te leren gaan, inmiddels volgt ze een medische opleiding aan de HU.

Het gaat nu goed met Kelly. Ze studeert en woont met haar ‘bende huisdieren’ – twee katten en een hond – in Utrecht. Voor de littekens op haar armen schaamt ze zich niet meer. ‘Ze zijn een onderdeel van wie ik ben. Toch zou ik ze liever niet hebben, denk ik inmiddels. Je wordt er op aangekeken, want er rust een stigma op. Mensen kunnen daardoor altijd aan me zien dat ik een psychische rugzak heb.’

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is automutilatie geen roep om aandacht, benadrukt ze. ‘Het is geen vorm van manipulatie. Het is een uiting van ondraaglijk psychisch lijden, iets wat je doet omdat je geen andere vorm daaraan weet te geven.’

Al toen ze heel jong was, fietste Kelly tegen paaltjes op. Toen ze een jaar of zestien oud was, begon ze met zichzelf snijden, in haar enkels en benen. ‘Iets later besloot ik zelfmoord te plegen en begon ik mezelf ook in mijn armen te snijden. Het maakte toch niet meer uit.’

Controle over eigen lichaam

Voor haar was zelfbeschadiging iets wat ze deed om dissociatie te doorbreken en controle te hebben over haar eigen lichaam. ‘Ik ben mishandeld, misbruikt, verwaarloosd en gepest vanaf tweejarige leeftijd tot ver in mijn volwassen leven. Vaak wist ik maar half, of helemaal niet meer, dat ik mezelf had beschadigd.’ Soms zag ze een dag later dat ze zichzelf had gesneden, maar kon ze zich van dat moment zelf niets meer herinneren. ‘Ik vertelde niemand erover en ging ook nooit naar het ziekenhuis om me te laten hechten.’

Het vertrouwen dat Kelly in de hulpverleners had, was dan ook allesbehalve goed. In de psychiatrische klinieken waar ze opgenomen was, moest ze bijvoorbeeld contracten tekenen waarin ze stelde zichzelf niets aan te doen. ‘Dat sloeg natuurlijk nergens op. Alsof zo’n contract je daarin tegenhoudt. In één kliniek hadden ze een zogenaamd “negeerbeleid”. Toen ik een keer een zelfmoordpoging deed, negeerde de verpleging dit bijvoorbeeld volledig. Ze hadden veel beter moeten kijken waar mijn gedrag vandaan kwam. Het is jaren geleden, ik weet niet of het er nog steeds zo aan toegaat in de psychiatrie. Ik hoop van harte dat het niet zo is.’

Het verbieden van zelfbeschadiging werkt namelijk absoluut niet, benadrukt ze. ‘Iemand voelt zich al waardeloos en kan zonder hulp voor de oorzaak van dit gedrag niet stoppen. Het verbieden of zo’n contract afsluiten werkt dan juist averechts. Daarna voel je je alleen maar schuldiger omdat je de afspraak niet bent nagekomen.’

Beter is het om zonder oordeel te luisteren als iemand je vertelt dat hij aan zelfbeschadiging doet. ‘Het gesprek moet open en eerlijk verlopen, zonder oordeel of het idee dat degene nu direct moet stoppen. Als iemand ervoor kiest om het aan jou te vertellen, dan is er een basis van vertrouwen. Het is ontzettend belangrijk dat je je dat realiseert. Ook jouw reactie op dat verhaal is belangrijk. Doe geen beloftes die je niet kunt waarmaken, bijvoorbeeld dat je het nooit zult doorvertellen of dat je altijd bereikbaar zult zijn. Wat ook niet werkt is het onderwerp negeren, vaag blijven in bewoordingen of in paniek schieten en allerlei instanties inschakelen.’

En daarbij is het ook belangrijk jezelf in de gaten te houden, benadrukt Kelly. ‘Het kan heel heftig zijn om het verhaal aan te horen, zorg dat je bij iemand kunt uitblazen zonder dat je noemt om wie het gaat.’

Therapie

Omdat Kelly als geen ander weet hoe het is om niet goed geholpen te worden in zulke situaties, gaf ze een tijdlang trainingen en lezingen aan hulpverleners. ‘Ik heb vaak meegemaakt dat er na de lezing iemand naar me toekwam, meestal op het toilet, met de mededeling dat zij dat ook gedaan had. Mijn advies is dan om, als je je daar goed bij voelt, dit te delen met de patiënt. Ik weet uit eigen ervaring hoe belangrijk is om je zo gelijkwaardig mogelijk te voelen aan anderen, ook bij hulpverleners. Het is zo belangrijk om niet boven je patiënt te gaan staan.’

Zelf krijgt ze inmiddels wel goede therapie. ‘Sinds twee jaar heb ik eindelijk een therapeut die goed is, weet waar ze het over heeft en mij behandelt als mens. De therapeuten die ik heb gehad, konden me in het meest gunstige geval niet helpen, maar vaak was het ronduit schadelijk. Ik heb qua therapie nog een lange weg te gaan maar als ik kijk naar twintig jaar geleden en nu zit er een langzaam stijgende lijn in. Ik hoop in oktober mijn diploma te krijgen en hopelijk lukt het me dan om een baan vast te houden en de uitzichtloosheid van niet kunnen werken te stoppen.’

Student support

Naast de trainingen, heeft Kelly zich ook aangesloten bij het Student Support Centre van de Hogeschool Utrecht. Daarin geven ervaringsdeskundige studenten, psychologen, decanen en docenten trainingen en workshops aan studenten die daar behoefte aan hebben. Ook zijn er zogeheten supportgroepen, een soort lotgenotengroepen. Hoe het vorm gaat krijgen, weet ze nog niet precies. ‘Maar ik vind het belangrijk om anderen te helpen. Ik weet hoe eenzaam en verdrietig je je kunt voelen. Omdat ik verbaal best sterk ben, kan ik dingen goed uitleggen en de ervaringen van andere lotgenoten integreren in mijn eigen verhaal. Ik zou willen dat iedereen die hiermee rondloopt goede hulp vindt. Toen ik zelf naar de studentenpsycholoog ging op de HU, werd ik weggestuurd omdat ik ouder dan dertig jaar was. Dat vind ik jammer. Hopelijk werkt dit wel.’

Heb je zelf behoefte aan hulp? Ga dan langs bij je decaan of huisarts. Ook zijn er lotgenoten bij Stichting Zelfbeschadiging die je te woord kunnen staan en kun je bellen met Stichting 113 op 0900-0113.

*Kelly is niet de echte naam van de geïnterviewde. Naam en leeftijd zijn bij de redactie bekend.

Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *