Lessen voor docenten (1): Stop met het schoolse leren

In een serie didactische lessen geeft trainer en adviseur Alard Joosten tips aan docenten in het hbo over lesgeven en begeleiden. Les 1: wanneer beginnen we met de theorie?

In een serie didactische lessen geeft trainer en adviseur Alard Joosten tips aan docenten in het hbo over lesgeven en begeleiden. Les 1: wanneer beginnen we met de theorie?
 
Het einde van de eerste lesperiode komt in zicht. Ondanks alle goede voornemens en verwachtingen ervaren nieuwe studenten al snel dat er weinig nieuws onder de zon is op het hbo. Ze zien de zoveelste docent voor de klas die druk bezig is met het uitleggen van begrippen en theorieën. De docent die zelf hard aan het werk is, terwijl studenten zich rustig kunnen terugtrekken. Ze schrijven wat op, zakken onderuit en hebben een ontspannen les. Ze gaan pas leren als het tentamen in beeld komt. Is dit nu het veelbelovende onderwijs op hun nieuwe beroepsopleiding? 
 
Veel van het onderwijs binnen het hbo gaat nog steeds uit van het schoolse leren. Eerst het leren – of beter: stampen – van kennis waarmee een basis gelegd wordt bij de student, daarna het aftoetsen en vervolgens kunnen studenten die kennis toepassen. Bij dit schoolse leren horen de bekende klachten over studenten: ze zijn ongeïnteresseerd, willen alleen maar studiepunten halen, calculeren, liften mee en werken in een zesjescultuur… Dat het anders kan, is voor veel docenten onvoorstelbaar.
 
Beste docenten, wat zou het toch geweldig zijn als we studenten niet meteen de theorie injagen. Wat zou het verfrissend zijn als zij eerst zelf aan het werk gaan met een écht vraagstuk, dilemma of probleem uit hun toekomstige beroepspraktijk. Plannen maken, ontwerpen uitdenken, analyses uitvoeren, campagne bedenken, e-mails schrijven of presentaties voorbereiden en geven.
 
Eerstejaars studenten direct confronteren met opdrachten uit het beroep waarvoor ze gekozen hebben? Doen! Zelfs al in de eerste les. Dan kom je er ook écht achter wat studenten wel of niet weten en kunnen. Als studenten bovendien zelf constateren dat ze veel ook nog niet weten, werkt dit heel motiverend. Zo ervaren studenten dat studeren écht boeiend kan zijn en dat het op het hbo er echt anders aan toe gaat dan op de middelbare school. Kiezen voor een hogere beroepsopleiding en daarmee een toekomstig beroep betekent immers werken, uren maken, ervaren en daarmee echt leren! 
 
Alard Joosten (1966) werkte als docent en trainer Taalbeheersing voor verschillende hogeronderwijsinstellingen. Hij heeft 15 jaar gewerkt bij de Hogeschool Utrecht als docent, opleidingsmanager en kwaliteitszorgmedewerker. Sinds 2014 is hij zelfstandig ondernemer. Met zijn bedrijf ALtraining en advies (www.altraining.nl) traint en adviseert hij opleidingen op professionaliseringskwesties, waarbij hij zich vooral toelegt op didactiek en audits.
 
 
Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...
 

9 reacties

Het is niet meer mogelijk om te reageren

  1. Aanvullend: lees Ken Bain: what the best college teachers do. En gebruik de motivatirtheorie van Decib& Ryan en de mindset-theorie van Carol Dweck. Dan weet je dat ‘teacher centered education’ niet de manier is om (leven lang) leren te bevorderen.

  2. Dank Suzanne voor je aanvullingen en tips! Mooi.
    Veel van ons onderwijs vind ik helaas nog best veel docent gecentreerd opgezet. Eerst denken vanuit de vorm (bijvoorbeeld hoor- en werkcolleges) en dan pas denken vanuit de functie.
    Ik ben erg gecharmeerd van de motivatietheorie en zoek zelf soms wel nog naar concrete handvatten om deze goed handen en voeten te geven.

  3. @Alard, Als ik nog wat aanvullingen mag doen, lees “Het Alternatief ll” van Evers en Kneyber. Ook het personeelsbeleid en -management zou zich wat meer op intrinsieke motivatie kunnen richten. De machtigen die ons onderwijssysteem sturen en beheersen, zitten vaker in een “fixed mindset” van mensen controleren en afrekenen, dan docenten of studenten nodig hebben. Dat denken voor anderen, die normatieve sprong, vormt vaak een ernstige belemmering om tot serieuze onderwijsverbetering te komen. Dat en de schaalgrootte leidt dus ook tot suboptimaal bestuur zoals Edith Hooge beschrijft in haar oratie “Mythe van bestuurbaarheid” en Jos Blank in “Illusies over fusies”. Verder kan ik je Biesta’s “Het prachtige risico van onderwijs” en Sluijsman’s concept van duurzaam beoordelen aanraden voor een diepgaander perspectief op onderwijs en het waarom, wat en hoe van goed toetsen en beoordelen.
    Overigens is er bij de niche aan mogelijkheden die rijke metacognitieve feedback biedt een existentiële rol weggelegd voor docenten.

1 2