Columns

Vrijheid van onderwijs neemt af

Het lijkt alsof ik een hoogtepuntje in de westerse geschiedenis mocht meemaken als een stapelende hogeschoolstudent. Ik was leerling op de Gemeentelijke Kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen (in de naam van de school werd nog de vrouwelijke vorm gebruikt). In 1968 begonnen de studentenopstanden in Parijs en sloegen over naar andere universiteitssteden. Een jaar later mengden ook andere onderwijsinstellingen zich in de strijd. De Haarlemse Kweekschool en die van ons (wij waren de grootste met elfhonderd leerlingen) mengden zich in de strijd.

Wij bedongen meer zeggenschap. Ik werd gekozen tot voorzitter van een commissie bestaande uit leerlingen en docenten om dit allemaal handen en voeten te geven. Het lukte tot ieders tevredenheid. Voor de zomervakantie stond alles op papier en werden de ideeën in het daaropvolgende schooljaar ingevoerd.

In de jaren erna zijn al die verworvenheden geleidelijk afgekalfd. Hoogleraar Minneke Schipper schrijft vandaag in een essay in Trouw dat de academische vrijheden heroverd moeten worden, want wereldwijd staan die onder druk van dictators, religie en industriële belangen. In West-Europa beknibbelen overheden op het onderwijs, en onderzoek dreigt steeds meer bepaald te worden door sponsoren die meer oog hebben voor winst dan het verspreiden van vaardigheden en kennis, waarover vrijuit gediscussieerd kan worden. Van hoogtepunt naar dieptepunt.