‘Help eerste generatie student de grens over’

Vooral bij studenten met lager opgeleide ouders is nog winst te boeken.

Ruim één op de vijf hbo-studenten behaalt studiepunten in het buitenland. Dat is mooi, vindt de Vereniging Hogescholen, maar het kan beter. Vooral bij studenten met lager opgeleide ouders is nog winst te boeken.

Nederland is, op Scandinavië na, één van de koplopers als het aankomt op studenten met buitenlandervaring. Van de hbo’ers die in 2012/2013 gingen studeren, studeerde 22,3 procent over de grens. Dat is weliswaar een lichte daling ten opzichte van het jaar daarvoor, maar over de hele linie doet het Nederlandse hbo het niet slecht.

De meeste studenten liepen stage in het buitenland (57 procent). Vooral voor studenten in de agrarische sector is dat heel gebruikelijk: meer dan de helft van hen koos hiervoor. In andere sectoren was het animo veel lager. Van de studenten taal en cultuur liep in diezelfde periode zo’n tien procent stage.

Studenten in de kunst en economie volgden het vaakst onderwijs aan een buitenlandse instelling: acht en negen procent. Hier scoren de groene opleidingen juist het laagst: twee procent.

Studenten met hoogopgeleide ouders gaan anderhalf keer vaker naar het buitenland dan eerste generatie studenten, blijkt uit eerder onderzoek van internationaliseringsorganisatie EP-Nuffic. Dit zijn studenten met ouders die allebei niet gestudeerd hebben. De hogescholen willen daar wat aan doen door hun onder meer betere begeleiding en taalonderwijs te bieden.

Andere knelpunten zijn dat veel studenten zo’n reis toch wel spannend vinden en niet te lang gescheiden willen zijn van vrienden en familie. De Vereniging Hogescholen gaat nader onderzoeken hoe dergelijke barrières overwonnen kunnen worden.

 

Reageer!
Deel via...