HU-docent Annemiek de Schepper schreef een aangrijpend boek over haar vaders oorlogsverleden

Annemiek de Schepper is 22 jaar docent aan het Instituut voor Communicatie én schreef een boek. Ze vertelt over de noodzaak ervan, voor ons en voor haar.

Foto: Kees Rutten

Morgen, vrijdag 11 oktober, is het precies 75 jaar geleden dat het Zeeuwse dorp Biervliet werd bevrijd van de Duitsers. Annemiek de Schepper is 22 jaar docent aan het Instituut voor Communicatie op de HU én heeft er een boek over geschreven, De stille oorlog van mijn vader. Met aanstekelijk enthousiasme vertelt ze over de noodzaak van haar boek, haar familie en over wat haar het meeste raakt.

Je boek gaat over de slag om de Schelde en is een eerbetoon aan je vader. Waarom?
‘Nederland is bevrijd door de geallieerden, dat verhaal kent iedereen. Maar om dat te kunnen doen, moesten ze eerst de Westerschelde bevrijden zodat ze toegang hadden tot de haven van Antwerpen. Het was een drassig gebied met schuurtjes en boerderijen waar de Duitsers zich schuilhielden. In het najaar van 1944 is er wekenlang gevochten met duizenden onschuldige slachtoffers tot gevolg. Vanwege al die burgerslachtoffers waren de geallieerden er niet trots op. In de vaderlandse geschiedenis is de slag om de Schelde weggemoffeld, en dat was de grootste frustratie van mijn vader.

Zeeuws-Vlaanderen is zo onbekend in Nederland. Laatst berichtte het NOS Journaal dat het koningspaar en premier Rutte naar Terneuzen zouden gaan om te vieren dat het gebied 75 jaar bevrijd was. “Eindelijk”, dacht ik, “krijgt het gebied wat aandacht.” Maar vervolgens lieten ze beelden zien van Bergen op Zoom. Die extra kilometers naar het zuiden waren ze blijkbaar teveel.’

Wat moeten we nog meer weten over de Slag om de Schelde?

‘Er werd veel man op man gevochten, met geweren en fosforgranaten. Canadezen, Engelsen en Polen tegen de Duitsers. Ja, Polen. Veel mensen klagen tegenwoordig over de Polen, maar ze hebben ons toen wel van de Duitsers bevrijd. Wat ook weinig mensen weten, is dat Breskens zijn eigen 9/11 heeft. De Engelsen deden een luchtaanval op de havens van Breskens op 11 september 1944. Daarvoor hadden ze een paar dagen eerder de dorpsbewoners willen waarschuwen. Maar de pamfletten die ze uit het vliegtuig strooiden, kwamen in het verkeerde dorp terecht. De mensen waren compleet verrast. Er vielen bijna 200 burgerslachtoffers.

Waarom schreef je dit boek?

‘Vanwege mijn vaders verhaal. Hij was gesloten, we kenden weinig intieme momenten. Hij was geobsedeerd door de oorlog, las alle boeken en keek de series. Ik vroeg er niks over want het boeide me toen niet.

Na zijn dood kwam ik erachter dat zijn gezin tijdens de slag om de Schelde zijn dorp Biervliet had moeten ontvluchten. Mijn oma had vluchtkoffertjes klaargezet, voor elk kind. Maar toen stond het huis in brand en moesten ze binnen seconden de deur uit. Eerst naar de kelder in de pastorie aan de overkant, toen een uur over het slagveld, tussen de uiteengereten lijken door. Ze werden in amfibievoertuigen de Braakman overgevaren en uiteindelijk in Oost-Zeeuws-Vlaanderen bevrijd. Daar moesten ze op een open vrachtwagen naar Hulst, waar ze werden verdeeld over verschillende huizen. Pas na een half jaar konden ze weer bij elkaar wonen, in een nieuw huis. Niemand sprak er ooit nog over.

Mijn vader had dit allemaal niet meegemaakt. Hij was in dienst in Hilvarenbeek. Na de berichten over Biervliet zocht hij een half jaar naar zijn familie totdat hij zijn moeder tegenkwam, op de Grote Markt in Hulst. Zij, mijn oma, is na die vlucht nooit meer dezelfde geworden. Ze stond op de dag van de brand haar tien kinderen te tellen en was vergeten dat mijn vader elders was. Ze bleef maar tot negen tellen, minutenlang. Later draaide ze door. Ging gillend de straat op. Daarvoor kreeg ze elektroshocks die haar verdoofden, maar ze is nooit meer de oude geworden.

Voor mijn boek voerde ik gesprekken met zijn broers en zussen. “Hij had iets hooghartigs,” zei mijn tante over hem. Dat deed mij zo’n pijn. Ik denk dat hij zich altijd buitengesloten heeft gevoeld omdat zijn gezin iets had meegemaakt en hij niet. Hij wilde sterk zijn als oudste, niet klagen.

Achteraf zou ik willen dat ik meer interesse had getoond in zijn oorlog. Mijn vader hield van rode wijn en ik van witte. Hij hield van geschiedenis en ik niet. Vroeger nam ik het hem kwalijk dat we geen intieme gesprekken voerden. Nu realiseer ik me: die verantwoordelijkheid ligt ook bij het kind. Nu zou ik luisteren naar wat hij te zeggen had, om hem erkenning te geven. Hoe hij daarop had gereageerd? Hij had het fijn gevonden. Of hij was eigenwijs geweest, gezegd hebben dat ik het toch mis had, haha. Of ik iets betreur? Ach, ik ben nuchter genoeg om te weten: dingen gaan zoals ze gaan.’

Je verhaal is fictie en non-fictie door elkaar. Hoe is dat?

‘De non-fictie is deels gebaseerd op de verhalen van mijn familie. Het fictieve deel gaf me vrijheid. Zodra ik bij de feiten kwam, voelde het ongemakkelijk. Mijn familie kon goed over de gebeurtenissen praten. Maar mijn oom schoot vol toen hij een foto van Biervliet zag, de puinhopen, met sneeuw bedekt. Ik wilde dat ze tevreden zouden zijn over het boek. Sommige van hen hebben enthousiast gereageerd, anderen hebben niets laten weten. Dat is hun goed recht. Iedereen heeft recht op zijn eigen dingen waar hij niet over praat. Wat mijn vader over mijn boek zou zeggen? Misschien krijgt hij er wel iets van mee. In het universum gebeurt meer dan je denkt, daar ben ik van overtuigd. Voor mij is dit boek ook een leerschool om achter mijn verhaal te gaan staan. Dit is wat het is.’

Wat vinden je studenten van het boek?

‘Zij vinden het gaaf dat ik dit heb gedaan. Ik geef het vak creatief schrijven, dus het is natuurlijk het mooiste als ze straks vinden dat het goed geschreven is. Ik ga het niet promoten in de klas, ik wil niet over hun rug geld verdienen.’

Je geeft les, je zingt, geeft trainingen en dan nog je boek. Hoe combineer je dat alles?

‘Mijn soulband heb ik opgezegd en ik heb drie keer tien weken verlof opgenomen. Soms vond ik het lastig om voor mezelf te kiezen. Op aanraden van mijn man ben ik een paar keer in een pensionnetje in Zeeuws-Vlaanderen gaan zitten. Het zwaarst was het herschrijven van het eerste deel. Dat moest van mijn schrijfcoach. De beweegredenen van de hoofdpersoon moesten begrijpelijker worden, de lezer moest zich kunnen inleven. Dat kostte veel tijd. Al met al heeft het me twee jaar gekost. Na een paar afwijzingen van uitgeverijen besloot ik het uit te geven in eigen beheer. Inmiddels ben ik daardoor een halve ondernemer. Ik doe de promotie, persberichten, lezingen. Dat laatste vind ik spannend. Ik geef al dertig jaar les, maar voor die lezing doe ik het in mijn broek, haha. Toch zou ik graag weer een boek schrijven.’

Gaan we je nog lang zien op de HU?

‘Lesgeven vind ik leuk, maar alles eromheen valt me steeds zwaarder. In minder lestijd moeten we steeds meer overbrengen. Het niveau van formuleren van de studenten is zwak en daar heb ik eigenlijk meer tijd voor nodig. En ik ga niet tot mijn 67e bikkelen met nieuwe systemen. Af en toe een gastcollege zou mooi zijn. Wel waardeer ik de steun van mijn leidinggevende enorm. Dat is niet vanzelfsprekend. Op mijn 35e had ik dit boek niet kunnen schrijven. Ik had me niet kunnen vastbijten, niet de tijd en de ruimte genomen en was te gevoelig geweest voor de mening van anderen.’

Je vindt stijl belangrijk. Welke boeken kun je ons aanraden?

‘Alles van Rascha Peper en Tommy Wieringa is prachtig. En ‘1953’ van Rik Launspach. Dat gaat over Zeeland.’

De stille oorlog van mijn vader is te koop op haar website.

Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *