Onderzoeker Alma Mustafić over diversiteit: ‘We stoppen de minderheden in hokjes om ze vervolgens te “empoweren”‘

'Dan denk ik: Waarom denk jij het beter te weten? Of basis waarvan?’

Foto: Kees Rutten

Alma Mustafić (40) is al veertien jaar docent en onderzoeker aan de HU. Afgelopen jaar verscheen ze vaak in het nieuws om te praten over de genocide in Srebrenica en over onderwijs. Aan de HU zou ze daar ook graag over willen vertellen. Ze is kritisch op onze hogeschool, maar heeft ook ideeën over hoe het beter kan. En ze kreeg vanochtend heel goed nieuws.

‘We waren bereid in poep te zwemmen als het nodig was!’

Dit is een zin uit het stuk Gevaarlijke Namen waarin Mustafić speelt. Het gaat over de volkerenmoord in Srebrenica in 1995. Haar voorstellingen gaan als warme broodjes over de toonbank. Mustafić wordt daarnaast veel gevraagd te komen praten op congressen over genocide. In Australië, België, Amerika, Engeland en Duitsland; er is vraag naar haar expertise. Deze docent, onderzoeker, spreker en theatermaakster vertelt, veel en vurig over onderwijs, geschiedenis en diversiteit.

Waarom word je zoveel gevraagd?
‘Die voorstellingen schijnen inderdaad beter te verkopen dan die van Claudia de Breij, volgens een theater dat ik nu niet bij naam noem. Blijkbaar is er behoefte aan kennis over deze genocide.’

Wat vertel je er?
‘Ik kom uit de multiculturele samenleving van het voormalig Joegoslavië. Daar woonde iedereen in de jaren tachtig vreedzaam naast elkaar. We konden zelfs beter met elkaar opschieten dan verschillende bevolkingsgroepen hier in Nederland. We dachten niet in “wij-zij” termen. Wij waren één volk, één natie en toch is het misgegaan. Wat mij nu het meeste bezighoudt is hoe we onze open samenleving beschermen.

Wat je daarvoor moet weten is wat de eerste tekenen van genocide zijn. Daar vertel ik over en dat zou ik op de HU méér willen doen. Dat is niet alleen interessant voor studenten Geschiedenis of Integrale Veiligheid, maar voor iedereen.’

Wat vind je van het huidige onderwijs?
‘In Nederland gebruiken we vooral westerse bronnen. Is de auteur Duits? Prima. Is hij Turks? Mwa. En een bron uit Tsjechië vinden we algauw minder goed. We hebben ook de neiging om alles vanuit een Nederlands perspectief te benaderen, ook de Nederlandse geschiedenis.’

Wie zijn ‘we’?
‘Iedereen in onze Nederlandse maatschappij. Daar maak ik ook deel van uit. Mensen uit de politiek, het onderwijs, media enzovoorts.

Als ik politici hoor zeggen dat we al 75 jaar vrede in Europa hebben, vraag ik me af: waar ligt dan voor jou de grens van Europa? Houdt het continent op bij Oostenrijk? Ik wilde als puber een boekbespreking houden over Anna Karenina. Dat mocht niet. Blijkbaar was de Russische schrijver Tolstoj niet in orde. “Ga lekker Mulisch lezen”, was het commentaar van mijn leraar Nederlands. Zonde.’

Mustafić was tien toen de Serviërs Srebrenica aanvielen en veertien toen haar vader Rizo werd vermoord. Dutchbat was de naam van het Nederlandse VN bataljon dat naar Srebrenica was gestuurd om de bevolking te beschermen. Dat ging mis. Mustafić’ vader en tientallen andere familieleden werden vermoord bij de Val van Srebrenica. Ze vluchtte met haar moeder, broer en zusje naar Nederland.

‘Ik krijg vaak een label opgeplakt. “Jij komt daar vandaan en daarom vind je dit onderwerp zo belangrijk”, hoor ik. Maar dan doe je geen recht aan mijn kennis en ervaring. Ik word niet voor niets overal gevraagd om te komen spreken. Het liefst zou ik een onderzoekslijn naar de laatste genocide in Europa aan de HU willen. Dat zou toch mooi zijn, als de HU voorloper werd?

Wat zou je je studenten erover willen vertellen?
‘Mensen hebben vaak vreemde ideeën over me. Gisteren vroeg iemand: “Haat jij Serviërs?” Ik schrok daarvan. “Nee, hoe kom je daarbij”, was mijn reactie. Ik heb veel Servische vrienden. De bewoners van het voormalig Joegoslavië worden vaak neergezet als heethoofden die barbaars met elkaar omgaan.’

Door wie?
‘Historici en mensen uit het onderwijs, de media. Zelfs in het rapport van het NIOD staat dat er sprake is van eeuwige haat. Dan zeg ik: de Servische propaganda is inderdaad barbaars, maar de gewone burgers zijn dat niet. We moeten leren hoe ideologie en politiek gewone burgers zover kunnen laten komen dat ze in staat zijn genocide te plegen. We moeten ook leren hoe het komt dat wij dat als internationale gemeenschap niet zagen gebeuren. Of wilden we het niet zien?’

Hoe komt het dat we het niet zagen?
‘Door onze beperkte Eurocentrische blik. We denken het altijd beter te weten en beter zicht te hebben op de situatie daar. We zien ervaringsdeskundigen en vakexperts uit die regio niet als volwaardig. Wij zijn zogenaamde objectief en zij niet. 

Wij denken ook dat er in elk conflict twee kanten zijn. Dat klopt, maar welke twee? Je hebt bij elk conflict een partij die aanvalt en een partij die zich moet verdedigen. Die laatste heeft bescherming nodig. Van ons. Ik heb contact met Oeigoeren, Jezidi’s, en die zijn het met me eens. Nederlanders zeggen standaard: “Zo wart-wit is het niet.” Dan denk ik: Waarom denk jij het beter te weten? Of basis waarvan?’

Wat is daarop het antwoord, denk je?
‘Het is de naïviteit van een volk dat de oorlog bij leven niet heeft meegemaakt. En de onwil om vakexperts uit de regio in de hoogste bestuursorganen toe te laten. Nederlandse experts zeggen altijd dat praten de oplossing is. Maar een agressor wil niet praten, want dan had hij dat wel eerder gedaan. Als je mij minister van Defensie zou maken, zou ik minder praten en meer doen.’

Wat zou je doen?
‘Militaire interventies inschakelen. Mensen beschermen en de agressor terugdringen. Maar dat is een zware maatregel. Je moet eerder de signalen zien. Dan heb je dat zware geschut niet nodig.

Kijk nu ook naar de Balkanregio: als we daar nu niet ingrijpen, gaat het mis. De oorlogsmisdadigers worden er verheerlijkt. Mladic wordt overal afgebeeld. Hij is veroordeeld voor genocide, maar is daar nog steeds een held. En de internationale gemeenschap zegt er niks over. Net zo min als over het feit dat Servië de genocide ontkent. Dat is een signaal dat het weer misgaat.’

Wat zijn andere signalen?
‘Discriminatie op de werkvloer. Bosniërs krijgen geen werk. Een taal verbieden: Bosniërs mogen hun eigen taal niet spreken op scholen. Geen toegang tot het recht. De oorlogsmisdadigers werken bij justitie. Slachtoffers zijn bang om verkrachtingen en moorden aan te geven omdat ze hun beulen daar tegen komen. We hebben de grote vissen gevangen maar niet de kleine. Die laatste hebben het nu overal voor het zeggen.

Hoe kunnen we een volgende genocide op ons continent voorkomen als we niet willen leren over de laatste genocide in Europa? Die vraag heb ik ook aangekaart aan de HU. En ik heb mijn twijfels over hoe we hier aan onze hogeschool omgaan met diversiteit.’

Waar bestaan die twijfels uit?
‘De HU wil inclusief zijn en daar ben ik natuurlijk voor. We praten over “erbij horen” en “iedereen mag meedoen”. Maar als je er zoveel over praat, is er al iets niet goed. We zijn aan het turven op uiterlijke kenmerken en kijken niet naar de verschillen in onze geest. Ons personeelsbestand is divers genoeg, maar we benutten onvoldoende ieders zienswijzen. En dan heb ik het over de lesinhoud.’

Heb je een voorbeeld?
‘Dit is misschien cliché, maar wat studenten met voorouders in de slavernij zouden willen weten is hoe het vóelde om slaaf te zijn. Maar óók dat er slaven zijn die stiekem leerden schrijven en dichter werden. Daar leren we niet over. En daar is geen plaats voor in het curriculum.’

Er is nu toch aandacht voor?
‘We hebben een diversiteitsclub. Die vind ik weinig divers. Het gaat daar ook vooral om uiterlijke kenmerken. We denken dan aan moslims en homo’s, terwijl het zou moeten gaan om denkbeelden. Waarom zien we mensen met bijvoorbeeld PTSS niet als een toevoeging? Ik mis diversiteit in zienswijzen, leeftijden, gender, geloof of overtuiging.

Genocide is de crime der crimes. Je mag er niet zijn, puur omdat je uit de verkeerde bevolkingsgroep stamt. Het eerste signaal is het wij-zijdenken. Daar doen we onbewust aan mee, door het steeds te hebben over de minderheden als “kwetsbaren”. We stoppen ze in hokjes en om ze vervolgens te empoweren.’

Wat is je alternatief?
‘Een voorbeeld: Lale Gül (werd bekend door haar kritiek op het streng-Islamitische milieu waarin ze opgroeide, red.) Maak háár voorzitter van het college van bestuur. Nee, dat is overdreven, maar wel: luister naar dit soort mensen, op hoog niveau. Neem haar als een expert en volg haar advies. En luister niet naar een – even oneerbiedig gezegd – Nederlands meisje dat nog nooit onderdrukking heeft meegemaakt die zegt “Laten we eerst even praten”. Nee, luister naar Lale, zíj is expert. Nu is het idee vooral dat Lale goed genoeg is om slachtoffer te zijn en dat wij de experts zijn die erover mogen beslissen.’

Waar ter wereld doen ze het beter op scholen?
‘Engeland is verder. Niet alleen qua diversiteit in het personeelsbestand, maar ook in het gebruik van niet-Westerse bronnen. Een voorbeeld is de holocausteducatie, die onder druk staat, zoals je vaak hoort. Maar waarom zou je alleen over de Tweede Wereldoorlog willen schrijven? Waarom niet over Rwanda of Srebrenica? Door naast de Holocaust ook over Rwanda of Srebrenica te leren maak je educatie over genocide interessant voor studenten met verschillende achtergronden en breng je het dichterbij in de tijd.

Er zijn allerlei potjes geld voor onderwijsprojecten. De HU heeft de neiging om de ontwikkeling van onderwijs en het geven van onderwijs uit elkaar te trekken. Het lijkt of tegenwoordig iedereen iets met onderwijs te maken wil hebben, zolang het niet voor de klas staan is. Er zijn toetsmakers, projectontwikkelaars, kwaliteitsmedewerkers, onderwijskundigen, onderwijsontwikkelaars en adviseurs in onderwijskwaliteit. Ze timmeren de lesinhoud vooraf dicht. Terwijl studenten en docenten zelf het beste weten hoe een goede les eruit ziet. Geef docenten meer tijd, meer vrijheid, vertrouw op hun expertise. Laat ze die lessen met elkaar maken in de les.’

Onze collegevoorzitter zou zeggen: “Dat doen we nu juist, met zelfsturende teams en meer geld voor extra docenten”?
‘En dan zeg ik: “Ja, maar het curriculum blijft dichtgetimmerd”.’

Hoe zou je een les over Srebrenica aanpakken?
‘Over Srebrenica lezen we nu vooral het verhaal van Dutchbat, dat er niet in slaagde de Bosniërs voldoende te beschermen. “Dutchbat was matig bewapend”, lezen we vaak. Maar ik stel voor dat we het ook aan de Bosniërs vragen. “Dutchbat was fucking zwaar bewapend”, zeggen ze dan. Pak ook een Engels boek erbij. “Dutchbat was gewoon bewapend”, zegt een Britse generaal. Vraag dan aan de student wat ie zelf denkt. We moeten studenten niet leren wat ze moeten denken, maar hoe ze moeten denken. Stimuleer het kritisch vermogen.

Vanochtend kreeg ik trouwens nieuws waar ik heel blij van werd. Mijn honoursvoorstel is namelijk goedgekeurd. Learning about human rights and genocide in case of Srebrenica. Ik zal er sprekers van over de hele wereld voor onze HU-studenten uitnodigen. Ik heb hem gemaakt in co-creatie met het Lectoraat Toegang tot Recht. Hij gaat volgend jaar in periode D van start. Hoe tof is dat?!’

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een antwoord Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

1 reactie

  1. Mooie zienswijze,

    zou mevrouw MustafiĆ, ons ook tips willen geven hoe we in de sport om kunnen gaan met dit fenomeen, ook hier willen we graag meer inclusiviteit, maar we komen meestal niet verder dan de hokjes en daarop gebaseerd vervolgens experimenten die dan weer mislukken die mislukking wordt dan een ervaring/ kennis, met als resultaat een negatief effect Juist in de sport zouden we deze drempel moeten kunnen nemen en sporters / studenten juist een goede ervaring bieden.