Pilot: deeltijdopleidingen HU op de schop

De HU gaat meedoen met een landelijke proef met flexibel onderwijs.

De HU gaat meedoen met een landelijke pilot met flexibel onderwijs bij deeltijdopleidingen. Achttien opleidingen gaan hun curriculum daartoe omgooien.

Met ingang van 1 september 2017 bieden zestien deeltijd bacheloropleidingen (van de circa veertig) en twee masters aan de HU gepersonaliseerd onderwijs aan. De proef loopt tot medio 2022. De Hogeschoolraad heeft vorige week een positief advies gegeven, waarna de aanvraag voor 1 november de deur uit ging.

Bij gepersonaliseerd leren staat niet het onderwijsprogramma en het aantal uren studielast centraal, zoals nu doorgaans het geval is. Kern zijn de ‘leeruitkomsten’: wat moeten studenten weten, kennen en doen. Bij de start van de opleiding wordt globaal bekeken wat de individuele student aan onderwijs en begeleiding nodig heeft. Afspraken hierover worden in een onderwijsovereenkomst opgenomen.

Ervaring in het werkveld
Gaandeweg de studie wordt door middel van zogenaamde leerwegonafhankelijke toetsen vastgesteld over welke bagage de student al beschikt. Voor competenties die de student door eerdere studies of ervaring in het werkveld heeft opgedaan, hoeft dus geen onderwijs gevolgd te worden. ‘De flexibilisering wordt verder verhoogd door vaker per jaar aan een studie te kunnen starten en vaker toetsen te kunnen afleggen.

‘Belangrijk voor de studenten is dat het onderwijs niet meer is ingedeeld in het eerste tot en met het vierde jaar’, zegt projectleider Marjolijn Staal. ‘Er bestaat nog wel een propedeuse maar daarna kan iedereen in overleg met de leerteambegeleider zelf bepalen wanneer welke modulen worden gevolgd. Daarbij moet ik aantekenen dat er in sommige gevallen wel basisvaardigheden moeten zijn gevolgd om verder te kunnen.’

Marketingplannen
Deze aanpak heeft veel weg van het systeem van eerder verworven competenties (EVC’s), dat een aantal jaren geleden bij hogescholen in zwang was. Studenten konden vrijstellingen krijgen als zij aantoonden over bepaalde kennis en vaardigheden te beschikken. Na kritiek van de Onderwijsinspectie dat vaak onduidelijk is hoe de EVC’s zijn getoetst, zijn de hogescholen hiermee gestopt.

Maar die vergelijking gaat niet helemaal op, stelt Staal. ‘De kennis en ervaring die studenten al hebben, moeten zij in de pilot daadwerkelijk aantonen door de toetsen te maken. Slechts in beperkte mate kunnen zij eigen bewijs leveren door bijvoorbeeld marketing- of zorgplannen in te leveren die ze tijdens een eerdere studie of in de beroepspraktijk hebben gemaakt.’

Een nieuwe impuls
Omdat met het experiment wordt afgeweken van de huidige ‘Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek’ heeft de minister een Algemene Maatregel van Bestuur ingediend om een dergelijke vorm van onderwijs mogelijk maken. Ook komt er voor de pilot een tijdelijke aanpassing van de onderwijs- en examenregeling (OER) binnen de hogeschool.

Volgens het college komt de pilot tegemoet aan de wensen van deeltijdstudenten tot verdere flexibilisering van het onderwijs. De HU wil het deeltijdonderwijs een nieuwe impuls geven, nadat animo bij studenten – in lijn met het landelijke beeld – de afgelopen tien jaar flink is gedaald. Het college verwacht dat de instroom in de deeltijd door de pilot groeit.

Commerciële aanbieders
In totaal doen bijna twintig hogescholen mee aan de pilot, waaronder commerciële aanbieders zoals NCOI en LOI. De deeltijd bacheloropleidingen aan de HU die met de pilot meedoen zijn: Verpleegkunde, Bedrijfseconomie, Bedrijfskunde (MER), Commerciële Economie, HBO-Rechten, Sociaal Juridische Dienstverlening, Werktuigbouwkunde, Social Work, Human Resource Management, Bedrijfskundig Informatie Management, Instituut Gebouwde Omgeving, Pedagogiek, Integrale Veiligheidskunde, de lerarenopleidingen Wiskunde, Engels en Nederlands. Daarnaast participeren de deeltijd masteropleidingen Fysiotherapie en Pedagogiek.

Reageer!
Deel via...
 

1 reactie

Het is niet meer mogelijk om te reageren

  1. Ik mag toch hopen, dat voor deze opleidingen een ruimere regeling komt ten aanzien van het vervallen van resultaten. Werken en leren kan onmogelijk in hetzelfde tempo gebeuren als in de voltijds-studies.