Waarom het #MeToo-onderzoek van de LSVb rammelt (zeker voor de HU)

Volgens de LSVb is het hoger onderwijs onduidelijk over #MeToo-procedures. Maar klopt dat wel?

Foto: Kees Rutten

Seksuele intimidatie, geroddel, discriminatie, geweld, ofwel: ‘ongewenst gedrag.’ Wat te doen als je er last van hebt op school?  Procedures zijn slecht vindbaar en er is veel onduidelijkheid over de vervolgstappen, zegt de Landelijke Studentenvakbond (LSVb), nadat ze 54 universiteiten en hogescholen onderzochten. Maar volgens Paul Postmes, vertrouwenspersoon aan Hogeschool Utrecht, valt daar wel wat op af te dingen.

LSVb-voorzitter Alex Tess Rutten neemt geen blad voor de mond: ‘Het is al erg genoeg om slachtoffer te worden van grensoverschrijdend gedrag. Als je dan ook nog eens niet of slecht geholpen wordt door je onderwijsinstelling is dat schandalig.’

Maar vertrouwenspersoon Paul Postmes mist de nuance in haar uitlating. Hij had haar graag gesproken over wat zijn werk behelst. ‘De LSVb heeft onderzoek gedaan zonder ons als vertrouwenspersonen erin te betrekken. Dat is merkwaardig. Ze hadden zich moeten verdiepen in wat we doen en wat de wet- en regelgeving inhoudt.’

De bond heeft het over het stijgende aantal #metoo-gevallen in het hoger onderwijs, maar voor Hogeschool Utrecht plaatst Postmes er zijn vraagtekens bij. Hij verwijst naar het jaarverslag van de HU en ziet juist een afname van het aantal meldingen. ‘Eerwraak en verkrachtingen komen niet meer voor. Men is voorzichtiger geworden met seksuele gemeenschap, misschien omdat we,  zoals de Rutger Stichting meldt, preutser zijn geworden. Digitale pesterijen zien we ook minder dan vroeger.’

Openbare informatie of delicate kwestie?

De LSVb stelt in haar persbericht dat studenten slecht terecht kunnen bij hun onderwijsinstelling. Ze noemt daarbij het feit dat maar twee op de vijf hogescholen openbare informatie op hun website hebben en dat de meldprocedures daarop niet zichtbaar genoeg zijn.

Een kanttekening die ze daarbij zelf al plaatsen is dat ze enkel hebben gekeken naar de openbare websites en niet naar de pagina’s waar je inloggegevens voor nodig hebt.

Postmes vindt die tekortkoming cruciaal. Bovendien zou hij informatie op openbare sites niet verstandig vinden. ‘Het gaat om delicate kwesties, die lenen zich daar niet voor. Onze vertrouwenspersonen zijn per mail en per telefoon 24/7 bereikbaar, dat is het belangrijkste.’

Hogeschool Utrecht geeft op intranet (askhu)  een omschrijving van wat te doen bij ongewenst gedrag, een lijst met de zes vertrouwenspersonen en regeling inzake ongewenst gedrag.

Te weinig vertrouwenspersonen, te weinig diversiteit

De LSVb schrijft dat 45,4 procent van de hogescholen slechts één vertrouwenspersoon heeft om een melding bij te maken. Maar volgens Postmes kun je dat lastig zien op openbare sites. ‘Voor ons geldt dat in ieder geval niet. De HU heeft zes vertrouwenspersonen die in totaal 2,1 FTE aan uren hebben.’

Ook zet hij zijn vraagtekens bij de kritiek van de LSVb dat de vertrouwenspersonen te weinig divers zouden zijn. ‘Bij ons zijn het inderdaad allemaal witte koppen, maar onze achtergrond is gevarieerd. Die verschillen van verpleegkunde tot elektrotechniek tot Portugees. Wat betreft geslacht vragen we iedereen of er een voorkeur is voor een man of een vrouw. Het blijkt nooit iets uit te maken.’

Het grootste bezwaar volgens Postmes is dat het onderzoek geen onderscheid maakt tussen ‘melden’ en ‘klagen’. ‘Bij een klacht ga je naar de klachtencommissie en doe je aan waarheidsbevinding. Bij een melding probeer je het probleem op te lossen. De vertrouwenspersoon spiegelt en spart en haalt iemand uit zijn slachtofferrol. Hij doet niet aan waarheidsbevindingen of aan bewijslast. Vorige week ben ik wel met iemand naar het politiebureau gegaan om hem aangifte te laten doen. Daar was verdenking op een strafbaar feit groot, dus dan los ik dat zo op. Maar in principe is een vertrouwenspersoon daar niet voor bedoeld.’

Praten helpt

Waar de LSVb en Postmes het over eens zijn, is dat het helpt om te praten over grensoverschrijdend gedrag. De bond oppert de mogelijkheid dat instellingen in de introductieperiode al aandacht te besteden aan sociale veiligheid. Daar kan Postmes zich in vinden. Met dat doel zit hij vaak aan tafel met de verzuimcoördinator, de ombudsman en de arboarts. ‘Hoe meer je erover praat, hoe minder we het zullen accepteren.’

Afgelopen woensdag ging de Tweede Kamer met minister van Engelshoven in debat over sociale veiligheid in het hoger onderwijs. Daarbij gaf de minister aan voorlopig geen actie te ondernemen en er ook geen geld aan uit te willen geven. LSVb-voorzitter Rutten: ‘Het is onbegrijpelijk dat de minister voorlopig geen actie onderneemt. Elke dag dat er niks gebeurt blijven onveilige situaties voortbestaan.’

Als je ingelogd bent, vind je de zes vertrouwenspersonen hier.

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *