Student uit buitenland

‘In Oostenrijk is het ondenkbaar dat jongeren Koningsdag vieren’

Foto: Kees Rutten

Op Hogeschool Utrecht studeren honderden uitwisselingsstudenten, vaak in complete afzondering van hun Nederlandse studiegenoten. Ze komen van heinde en verre, maar wie zijn ze eigenlijk? Om daarachter te komen spreken we dit keer: Marie Lenglachner uit Oostenrijk.

De sfeer in Science Café Het7de is gemoedelijk. Een groepje speelt achterin een kaartspelletje en aan de andere kant werken mensen geruisloos achter hun laptop. Marie verschijnt Marie achter me, met een vrolijk ‘Hallo!’ En: ‘Het is hier een beetje vol, laten we Espressobar Gutenberg proberen. Daar schijnen ze lekkere koffie te hebben.’

Foto: Kees Rutten

Voorzien van een verse bak koffie begint Marie over haar studie. ‘Ik was van kleins af aan al geïnteresseerd in vluchtelingen. Mijn tante was maatschappelijk werker en ze vertelde me boeiende verhalen. Na de middelbare school liep ik stage bij een daklozenopvang en schreef me in voor Maatschappelijk Werk en Dienstverlening.’

Gedurende haar opleiding komt Marie overal, van blijf-van-mijn-lijfhuizen tot de daklozenopvang. Waar ze later terecht wil komen? ‘Ik heb nog geen idee. De opleiding is zo breed! Ik hoop daar later achter te komen.’

Foto: Kees Rutten

Laatste keuze

In Utrecht studeert Marie Criminal Justice Work. ‘Ik had geen andere opties vanuit mijn opleiding, maar ik vond het programma niet heel belangrijk. Het ging me vooral om de uitwisseling zelf.’ Portugal had haar voorkeur, maar dat land had geen contract met haar thuisuniversiteit. Frankrijk en Spanje vielen af omdat ze de taal niet spreekt. ‘Voor een Engelstalig programma kon ik dus alleen kiezen tussen Duitsland en Nederland. Ik wilde wel een andere taal leren praten, dus toen bleef Nederland al gauw als enige over.’

Foto: Kees Rutten

Marie is een van de gelukkigen die een kamer wist te bemachtigen. ‘Een kennis die eerder naar Utrecht was gegaan vertelde me allerlei horrorverhalen. Ze moest maanden zoeken naar een woonruimte en uiteindelijk kwam ze op een uur reizen van school terecht. Op het moment van de waarheid zat ik aan mijn computer gekluisterd, een vriendin gaf me mentale support. Het was menens. Als het niet zou lukken had ik de hele uitwisseling af moeten blazen. Uiteindelijk werd ik gelukkig toegewezen op het studentencomplex Johanna (het blauw-witte gebouw op de campus, red).’

Hoe anders was het in Wenen, waar ze maar anderhalve maand hoefde te wachten op een woning van 460 euro. ‘Jullie betalen soms duizend euro!? Hoe kan iemand dat betalen?’

Helmen

Marie had geen spijt dat ze in Nederland terechtkwam.  ‘Ik ben aangenaam verrast. Met de fiets kan ik gaan en staan waar ik wil. In Wenen fiets ik nooit, omdat het veel heuvelachtiger is en in de winter te koud. Hier is het weer perfect!’ (Ze ziet dat ik een wenkbrauw optrek.) ‘Nee serieus. Kijk, de hemel is blauw! In Oostenrijk fiets je ook meestal op de autoweg, terwijl jullie fietspaden gescheiden zijn. Al was ik gechoqueerd dat jullie geen helmen dragen. Zelfs kinderen!’ Of zij hier wel een helm draagt? ‘Nee.’

Marie vindt Utrecht een fijne stad. ‘Ik kom uit een boerendorp en Wenen is gigantisch. Dit is de perfecte middenweg. Daarnaast was ik verrast door hoeveel schapen ik hier zag rondlopen. Ik dacht dat die alleen maar in Ierland voorkwamen.’

Onze natuur intrigeert Marie. Best vreemd voor iemand die woont in zo’n bergachtige omgeving. ‘Maar het kost je meestal een uur om vanuit Wenen in de bergen te komen. Hier ben je zo in de natuur. Ik vind het heerlijk om langs het kanaal te fietsen met de groene weiden en schattige huisjes om je heen. Ik moest zelfs ruimte maken voor een tractor! Die zie ik normaal alleen bij protesten.’

Foto: Kees Rutten

Zwarte Piet

Hoewel het Marie niet per se om de cursus ging, bevalt Criminal Justice Work haar goed. ‘Het leuke is dat er in mijn klas mensen zitten met allerlei verschillende achtergronden. Sommigen doen journalistiek, anderen studeren business.’

De klas telt zelfs een paar politieagenten, mensen waar maatschappelijk werkers normaal gesproken niet erg op gesteld zijn. ‘Zodra iemand flipt op een daklozenopvang, denken we wel twee keer na voordat we de politie bellen. Ze weten vaak niet hoe ze met daklozen moeten omgaan. Toch is het fijn om even buiten mijn bubbel te stappen en ook het perspectief vanuit de politieagenten aan te horen. Het verbaasde me dat ze zelf ook best kritisch waren op de huidige situatie.’

School is niet de enige plek waar Marie buiten haar bubbel stapt. ‘In Oostenrijk gaan mensen helemaal los op een feestje. Hier staan mensen gewoon stil en knikken een beetje op de maat. Is dat altijd zo?’

In musea kwam Marie erachter dat Nederland ook een pijnlijke relatie heeft met de voormalige kolonies en slavernij, iets waar ze in Oostenrijk nooit over had gehoord. ‘Zwarte Piet vind ik te gek voor woorden. Wij hebben ook Sinterklaas, maar daar zijn de hulpjes een soort duiveltjes die kinderen slaan. Ik vond ze verschrikkelijk, maar gelukkig zie je ze steeds minder.’

Ook Koningsdag vindt ze maar een raar schouwspel. ‘In Oostenrijk is het ondenkbaar dat jongeren de verjaardag van een president of koning zouden vieren. Maar ik zou wel graag mee willen doen. Ik moet alleen oranje kleding zien te vinden’.

Foto: Kees Rutten