Het onderwijs kan altijd beter. Maar hoe zorg je er als ‘gewone’ student of medewerker voor dat er écht iets verandert? Eén van de plekken waar dat kan, is de instituutsraad. Verwacht alleen geen vrijblijvende praatclub: meedoen aan medezeggenschap is ook een politiek spel.
Thijs Aalders (25) weet daar alles van. De zesdejaars student Elektrotechniek is niet alleen verfijnd wintersporter en jurylid bij schoonspringen, maar ook voorzitter van de instituutsraad van het Instituut voor Design & Engineering. Twee jaar geleden werd hij in de raad gestemd: eerst een jaar als lid, daarna een jaar als voorzitter. Maar weinig studenten weten dat hij daar zit. De opkomst bij verkiezingen voor medezeggenschap is namelijk laag. Toch geldt: wie invloed wil, moet eerst stemmen verzamelen.
Dubbele aa: dubbel kans
‘Ik had me verkiesbaar gesteld omdat er al vrienden van mij in de raad zaten,’ vertelt Aalders. ‘Die zeiden: “Dat moet je ook doen, het is echt iets voor jou”. Dus deed ik dat.’
Dat betekende ook campagne voeren. ‘Ik probeerde vooral mijn klasgenoten en docenten te overtuigen om op mij te stemmen. Ik speelde in op de gunfactor van mijn medestudenten. Ik vroeg of ze het direct konden doen. “Open nu even je e-mail en stem snel, dan heb je het maar gedaan.’’’
Bij de verkiezingen krijgen studenten en medewerkers een mail met een stemlink. Op de eerste pagina staat de Hogeschoolraad, die zich bezighoudt met het centrale beleid. De tweede pagina is voor de instituutsraadm met een lijst van kandidaten. Sommigen met een profiel, foto en standpunten. Aalders had dat allemaal niet. Hij was te laat met aanleveren en stond er blanco op: geen foto, geen tekst. Toch haalde hij ruim vijftig stemmen en kwam hij in de raad.
Hij heeft daar een theorie over. ‘Mijn achternaam begint met twee a’s, dus ik stond bovenaan de lijst. Ik denk dat mensen gewoon de bovenste naam aanklikten.’
Ook dit jaar staan er weer verkiezingen voor de medezeggenschap op de agenda. Studenten en medewerkers kunnen zich verkiesbaar stellen voor de Hogeschoolraad of een van de verschillende instituutsraden. Wie mee wil praten en beslissen, kan zich van 23 februari tot en met 23 maart kandidaat stellen. De verkiezingen zelf vinden plaats van 1 juni tot 8 juni.
Focus op docenten
Dat neemt niet weg dat hij wel degelijk een visie heeft. ‘Als het beter gaat met docenten, gaat het uiteindelijk ook beter met studenten,’ zegt hij. ‘Daarom richt onze raad zich op het verlagen van de werkdruk en het verbeteren van de sociale veiligheid.’
Vooral dat laatste is een breed begrip. Concreter gaat het om het vrouwvriendelijker maken van het instituut. ‘Als man had ik daar zelf nooit echt bij stilgestaan,’ geeft hij toe. ‘Maar in gesprekken met vrouwelijke studenten merk je dat hier meer aandacht voor nodig is.’
Het Instituut voor Design & Engineering is van oudsher een mannenbolwerk. ‘Je merkt dat er “onhandige” grapjes insluipen bij zowel studenten als docenten. Dat wil je niet normaliseren. We willen duidelijk maken dat dit niet passend is, bijvoorbeeld door er meer aandacht aan te besteden op studiedagen en signalen sneller op te pakken. Zo organiseren we een Girlsday en zijn we bezig met een adviesplan om snel te handelen bij klachten of signalen.’
Leer je directeur begrijpen
En dan komt het politieke spel om de hoek kijken. Tegenover de instituutsraad zit de directeur van het instituut, die op zijn beurt weer verantwoording aflegt aan het college van bestuur. Wie als raad iets wil bereiken, moet dus de directeur overtuigen.
‘Je moet met sterke argumenten komen, want hij moet zich ook weer verantwoorden,’ zegt Aalders. Zijn belangrijkste tip: leer begrijpen hoe je directeur denkt. ‘Die van ons kun je het beste overtuigen met harde cijfers.’
Is het niet lastig om als student zo stevig het debat aan te gaan met een directeur? Aalders is in zijn zes jaar aan de HU altijd een betrokken student geweest en hielp eerder al docenten om het onderwijs te verbeteren. ‘Daardoor vond ik het gelukkig niet super lastig om als voorzitter, en als student, aan docenten mijn mening te verkondigen.’
Meer duidelijkheid
Op welk succes van de raad is Aalders het meest trots? Zonder twijfel op de invloed die zij hebben weten te krijgen op het managementplan. ‘Elk jaar moet elk instituut zo’n plan schrijven met doelen voor het komende studiejaar. Het probleem is dat die doelen vaak extreem globaal blijven.’
Daar is binnen het instituut verandering in gekomen. Het managementplan wordt nu uitgewerkt door de opleidingsmanagers en vervolgens voorgelegd aan de opleidingscommissies. ‘Daardoor zijn de doelen een stuk gestructureerder en veel specifieker.’
Met de paplepel ingegoten
De interesse in medezeggenschap lijkt door zijn aderen te stromen. ‘Ik heb drie zussen en ben de jongste. Ze zijn allemaal actief geweest in verschillende verenigingen. De oudste was voorzitter S.V. Leonardo da Vinci, de studievereniging voor studenten natuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit, de middelste deed de financiën bij haar sportvereniging. Zo kreeg ik van thuis mee dat je zo’n rol kunt en misschien ook moet oppakken.’
Hoewel Aalders’ tijd aan de HU bijna voorbij is, ziet hij zijn jaren in de medezeggenschap niet als verloren tijd. Integendeel. ‘Als lid leer je gestructureerd feedback te geven en je mening te formuleren tijdens vergaderingen. De meeste studenten hebben nog nooit een vergadering als deze bijgewoond. Je leert documenten met vakjargon lezen, cijfers analyseren en het politieke spelletje spelen. Die skills neem ik voor altijd mee.’
Hij hoopt vooral dat andere studenten inzien hoe leuk het kan zijn. ‘Het kost je ongeveer drie uur per week. Je krijgt er ruim 200 euro per maand voor. En je leert debatteren, voorzitten, overleggen én je hebt echt invloed op het onderwijs.’


