Achtergrond

Hoe combineer je studie en vereniging? ‘Je moet erbij zijn, anders ben je ongezellig’

Jaarlijks worden ruim negenduizend studenten lid van een studentenvereniging. Dit zorgt voor veel borrels, feestjes en nieuwe vriendschappen. Maar ook verplichtingen. Nu het studiejaar bijna halverwege is, vertellen Ninke, Josefien en Yula of ze het volhouden, en hoe dan.

Hoe combineer je een verenigingsleven met een rooster vol tentamens, deadlines en stages? Journalistiek-student Tessa de Prie vraagt het drie studiegenoten: over brak zijn, vrienden vinden en de balans zoeken.

Ninke Versluis (19 jaar)is derdejaars Journalistiek én tweedejaars lid van roeivereniging Triton. Daar traint ze zes keer per week. Met haar baantje als student-assistent en wat geld van haar ouders komt ze rond. Afgelopen februari verhuisde ze van Baarn naar Utrecht. Alleen op zondag is Ninke vrij.

Foto: Ninke Versluis

‘Doordeweeks trainen we van half zeven tot half negen. Om de week stuur ik een roeiwedstrijd in het weekend. Op zaterdag heb ik een dubbele training waar ik heel mijn dag aan kwijt ben.’

Josefien Gaemers (19 jaar) is eerstejaars Journalistiek en lid van CS Veritas, de oudste en grootste gemengde vereniging van Utrecht. Iedere dinsdag en donderdagavond is ze daar te vinden. ‘Je moet nogal wat doorzettingsvermogen hebben om Veritas met je opleiding te combineren’, concludeert Josefien. Een bijbaan heeft ze op het moment niet. Ze komt nog rond van het geld dat ze heeft gespaard in haar tussenjaar. Maar in februari gaat ze verhuizen van Leiden naar Utrecht en dan zoekt ze iets in de horeca.

(Foto Yula Bello). 

Foto: Josefien Gaemers

Yula Bello (20 jaar) is derdejaars Journalistiek en eerstejaars lid van studenten-zeilvereniging US Histos. Ik ben blij dat ik pas later in mijn studie bij een studentenvereniging ben gegaan’, lacht Yula. ‘Als eerstejaars had ik dit niet gekund.’

Ze komt uit Amsterdam waar ze ook iedere donderdag nog voetbalt op hoog niveau. Op zondag werkt ze bij de Amsterdamse koffiezaak Bru, zodat ze haar vereniging kan financieren. Momenteel heeft ze een studentenkamer in onderhuur in Utrecht. ‘In het begin van het schooljaar was ik vooral op mijn zeilvereniging te vinden. Ik vond het lastig om een goede balans te vinden tussen studie en vereniging.’

(Foto Yula Bello). 

(Foto: Yula Bello)

Ook voor Ninke is ‘balans’ het kernwoord. ‘Ik ben nog steeds zoekende daarin. Afgelopen jaar heb ik voorrang gegeven aan de studentenverenigingsactiviteiten boven mijn studie. Iedere maandag en woensdagavond ging ik naar borrels en roeide twee keer per week. We hadden een eerstejaars-gala in Duitsland en een skireis in Risoul. Dan ook nog zes keer in de week trainen.

Het was wat veel van het goede. Ik vergat me in te schrijven voor vakken, haalde onvoldoendes en liep zelfs studievertraging op. Nu kies ik er vaker voor om vóór 12 uur ’s nachts in bed te liggen.’

Maar het blijft zoeken. ’Want wanneer ik een borrel of training mis bij Triton, voelt het meteen alsof ik achter de feiten aanloopt. En als het roeien heel goed gaat, gaat dat vaak weer ten koste van mijn studie. De les die ik hieruit haal is dat je niet alles tegelijk “goed” kan doen.’

Gemakkelijk studeren

Ook Josefien bij Veritas probeert beiden te combineren. ‘Maar laatst had ik vier keer in één week gefeest. Dat was teveel van het goede. Ik gaf nauwelijks meer prioriteit aan mijn studie en was de hele week moe.’

Toch gaat het studeren haar gemakkelijk af. Dat lukt haar door op tijd te beginnen voor tentamens, zo’n vier weken van tevoren. ‘Zo kan ik me rondom het feesten alsnog goed voorbereiden en gaat het niet ten koste van mijn studie. Ik neem dus nu juist te veel tijd voor het leren van mijn tentamens omdat er altijd een paar dagen afvallen dat ik te moe en brak ben om te studeren.’

Weekindeling

Hoe ziet een week eruit als je bij een vereniging zit? Josefien en Yula geven een gedetailleerd beeld. Met duidelijke overeenkomsten: veel tijd voor de vereniging en drankjes, het inpassen van studie en andere zaken is ingewikkelder.

Josefien van Veritas: ‘Iedere dinsdagavond staat club-eten op het programma. Met z’n dertienen komen we samen bij iemand thuis, meestal rond zes uur ’s avonds. Sommigen doen boodschappen, anderen gaan koken en afwassen. Na het avondeten gaan we over op alcohol. Vervolgens trekken we er meestal op uit naar de vereniging of een club, waar nog wat biertjes worden gedronken. Op de donderdagen verlopen de avonden grotendeels hetzelfde. Vaak kom ik rond vier uur ’s nachts thuis. De volgende ochtend voel ik me meestal moe en beroerd, afhankelijk van hoeveel ik gedronken heb. Ik probeer vaak alsnog naar school te gaan, maar voel me soms te brak. Dan ga ik halverwege toch naar huis.’

Yula bij Histos: ‘Iedere maandagavond kun je voor vijf euro eten op de vereniging. Er komen dan meestal rond de dertig a veertig mensen samen aan één lange tafel. Yula kwam aan het begin van het jaar iedere maandagavond. Ze is ook lid van de uitcommissie en daarmee spreekt ze op de donderdag af, altijd bij iemand thuis.
Ook daar wordt na het eten samen geborreld waarna ze rond een uur of elf naar de vereniging gaan en er nog een stuk of tien biertjes volgen. ‘Vaak kom ik tussen 1 en 4 uur thuis, afhankelijk van hoe gezellig het die avond is.’

Aan zeilen doet Yula overigens zelf niet. Ze is niet de enige die voor de gezelligheid op de zeilvereniging komt. ‘Misschien dat ik het dit voorjaar wel ga proberen.’

Sociale druk

Ninke heeft er dit jaar voor gekozen te gaan wedstrijdsturen. ‘Van zowel studie als Triton wordt verwacht dat ik me volledig inzet. Ik moet vier dagen op school zijn en roei zes keer per week. Ik mag ook niet omvallen, want zonder mij kunnen de wedstrijdroeiers niet trainen.’

‘Die verantwoordelijkheid drukt soms zwaarder dan die van mijn opleiding. De mensen met wie je je omringt, zijn belangrijk. Ze beïnvloeden de keuzes die je maakt. Het voelt altijd alsof iedereen op hetzelfde moment iets van je wil. Van de vereniging ervaar ik meer sociale druk: je moet erbij zijn anders ben je niet gezellig. En in mijn vriendinnengroep vinden we het allemaal belangrijk dat iedereen erbij is.’ 

Nieuw rondje

Josefien merkt ook: hoe vaker ze aanwezig is, hoe hechter de groep. ‘Als je eenmaal een jaarclub hebt gevormd, wil je ook graag liefst zo vaak mogelijk met elkaar dingen doen. We zeggen niet snel ‘nee’ tegen uitgaan. Maar al dat feesten beïnvloedt mijn concentratie op de opleiding de volgende dag.’

‘De avond voor een studiedag dansen we tot laat in de nacht. In ieders hand een biertje of Stëltz, en zodra een glas leeg is, halen we een nieuw rondje.’


Op de achtergrond klinken bekende studentenhitjes, zoals ‘Lotje’ van Roeland Beelen en ‘Sexy Ladies’ van Turfy Gang, voor de feeststemming. ‘Rond een uur of vier ‘s nachts kom ik thuis, al weet ik het exacte tijdstip niet meer. Na zo’n avond kan ik me moeilijk concentreren op de les.’

Verwachtingen

Yula combineert het drukke verenigingsleven en de studie ook nog met voetballen. Dat moest ze steeds vaker afzeggen. ‘Maar mijn afwezigheid leidde tot irritatie bij mijn teamgenoten. Dit heb ik kunnen oplossen door een gesprek met ze aan te gaan. Ik vind het het lastig als mensen negatief over me denken. En ik heb moeite met andermans verwachtingen. Hoewel dit inmiddels wel beter gaat.’

‘Het is leerzaam is om lid te zijn van een vereniging’, vindt Ninke. ‘Je leert balans vinden tussen verschillende dingen in je leven, relativeren en prioriteiten stellen. Het hele leven draait om het vinden van balans en vooral om leren relativeren. Als ik leuke momenten moet missen vanwege school, bedenk ik dat er nog veel meer leuke momenten zullen aankomen.’

Op je gemak

Door bij een vereniging te gaan ontmoet je veel mensen buiten je studie om en dat is voor Josefien het grote voordeel. ‘Je houdt er leuke contacten aan over voor de rest van je leven. Een van mijn clubgenoten heb ik al tijdens de uitweek ontmoet. We hebben ons samen ingeschreven bij Veritas. We kunnen op de bank tiktokken, urenlang bijkletsen met een drankje erbij. Gisteravond hebben we drie uur lang Zweeds gepest terwijl we naar we Nederlandse muziek luisterden. Met een andere clubgenoot praat ik over serieuze onderwerpen. Het is heel fijn om vriendinnen te maken in een nieuwe stad want zo voel je je sneller thuis en op je gemak.’

‘Ik leer omgaan met het maken van keuzes die andere mensen teleurstellen,’vertelt Yula. ‘Ik kreeg opmerkingen als: “Ga je alweer naar je Histos-vriendjes?Ben je er alweer niet bij?” ‘Door hierover in gesprek te gaan, ontstaat er dan meer wederzijds begrip.’

“s ‘Avonds een vent, ’s morgens present”, is het aloude gezegde. Dat leerde Yula ook. ‘Zelfs wanneer ik brak ben, ga ik naar college. Dan zit ik maar moe in de les , Ik ben er tenminste.’