Nieuws

100 Dagen Monitor voor eerstejaars: ze hadden een iets betere start

Foto: Kees Rutten

De 100 Dagen Monitor 2025-2026 voor eerstejaars laat lichte verbeteringen zien ten opzichte van vorig jaar. Maar niet op alle punten.

Ergens tussen 3,4 en 4,2 (op een 5-puntsschaal): daar liggen de meeste scores in de 100 Dagen Monitor, die dit jaar door ongeveer 23 procent van alle eerstejaars is ingevuld. Voor de Ad- en bacheloropleidingen liggen de scores iets lager dan bij de andere zes hogescholen binnen de Randstad, afgekort tot de R6. Bij de eerstejaars van de masteropleidingen scoort de HU juist iets hoger.

Studentenwelzijn en thuisvoelen

Met name het studentenwelzijn van eerstejaarsstudenten toont een positieve trend én scoort de HU beter dan de R6. Studenten zeggen goede contacten te hebben met hun docenten, en hun tevredenheid daarover is verbeterd ten opzichte van vorig jaar. Ook hun tevredenheid over de keuze van hun opleiding is iets verbeterd, een 4,02 op de schaal van 5.

Iets verslechterd zijn juist de scores voor aanwezigheid en voorbereiding bij studieactiviteiten. Voor hun eigen studiegedrag geven de studenten zichzelf een 7, iets lager dan vorig jaar. Dat geldt ook voor het gevoel van thuis voelen bij de opleiding. Ook een aantal voltijds bachelorstudenten dat liet weten te gaan stoppen met de opleiding steeg naar ruim 5 procent. Bij de rest van de hogescholen ligt dat lager.

Het belang van die eerste honderd dagen

De eerste honderd dagen zijn cruciaal voor nieuwe studenten. In die eerste drie maanden ontwikkelen zij hun binding met hun opleiding. En een goede start vergroot de kans op studiesucces, blijkt uit onderzoek. Om dit zo goed mogelijk te meten is in 2015 de 100 Dagen Monitor ontwikkeld.

De monitor onderzoekt alle eerstejaarsstudenten van de zes grote Randstad-hogescholen die begonnen zijn met een opleiding. In een online enquête krijgen studenten vragen over hun studiekeuzemotieven, de aansluiting op de vooropleiding, binding met de opleiding en studievoortgang.

Projectleider Gerwin Hendriks, die de monitor al tien jaar begeleidt, is fan van het instrument: ‘Het mooie van de monitor is dat je aan de hand van deze resultaten nog bij kunt sturen, het is immers pas februari. Bij de NSE is dat anders: die komt eind mei uit en dan is het schooljaar al bijna voorbij.’

Invullen kost zo’n vier minuten

De monitor is jaarlijks in november en december beschikbaar en het invullen kost drie tot vijf minuten. Net als bij de NSE is het een hele klus om ervoor te zorgen dat studenten de vragenlijst daadwerkelijk openen. Direct na het beantwoorden ontvangen studenten persoonlijke feedback op basis van hun antwoorden. Zij worden gewezen op onderdelen van het HU-brede ondersteuningsaanbod voor studentenwelzijn en studentbegeleiding.

Voorheen kregen studenten bol.com-bonnen als beloning, maar het effect daarvan was moeilijk meetbaar. Dit jaar was er een kans op een fietskar en werd gratis koffie aangeboden voor het invullen. Voor verplicht stellen voelt Hendriks niets: ‘Dan krijg je studenten die hem afraffelen of hem invullen zonder te kijken.’

Bedoeld voor individuele opleidingen

Hoe de HU het doet, vergeleken met Amsterdam, Leiden of Rotterdam? Daarin ligt voor Hendriks niet het grootste belang van deze monitor. ‘De monitor is bedoeld voor de individuele opleidingen zelf. Om te zien hoe zij het doen en uit te zoeken hoe ze zich kunnen verbeteren.’