Studeren brengt niet alleen vrijheid, maar ook druk met zich mee. Tentamens, prestatiedruk en gevoelens van eenzaamheid zorgen ervoor dat veel studenten mentale klachten krijgen. In een grote studentenstad als Utrecht staat het onderwerp daarom hoog op de politieke agenda, zeker tijdens de gemeenteraadsverkiezingen.
De vraag is wat een gemeente kan doen aan studentenwelzijn. Het heeft namelijk niet direct iets te zeggen over de geestelijke gezondheidszorg. Dat wordt voornamelijk op landelijk niveau bepaald. Maar gelukkig blijft er nog veel over. Denk aan investeren in preventie, welzijnswerk en ondersteuning voor jongeren.
Wachttijden terugdringen
Volgens D66 moet mentale gezondheid zichtbaarder worden in het gemeentebeleid. De partij wil dat de gemeente samenwerkt met onderwijsinstellingen en organisaties die studenten ondersteunen. Daarnaast pleiten ze voor laagdrempelige plekken waar jongeren terechtkunnen voor hulp of advies.
Ook Student & Starter wil dat studenten sneller de juiste ondersteuning kunnen vinden. De partij pleit voor een duidelijk aanspreekpunt waar studenten met mentale klachten terechtkunnen. Daarnaast blijven zij extra druk uitoefenen op het Rijk om de wachtlijsten in de GGZ terug te dringen.
Bij de VVD willen ze ook dat de wachttijden omlaag gaan en dat jongeren sneller bij de juiste hulpverlener terechtkomen. Wél vinden ze dat er prioriteiten gesteld moeten worden aan de mensen voor wie de hulp noodzakelijk is, om lange wachttijden tegen te gaan.
JA21 benadrukt eveneens dat zorg toegankelijk moet zijn voor iedereen. Zij pleiten zelfs voor een offensief tegen de wachttijden in de Utrechtse jeugdzorg.
Preventie
Andere partijen leggen vooral de nadruk op het voorkomen van mentale problemen. Zo wil GroenLinks–PvdA meer steun geven aan organisaties die zich inzetten voor het welzijn van jongeren. De partij wil extra ondersteuning voor initiatieven die eenzaamheid tegengaan en voor het organiseren van sociale activiteiten.
De ChristenUnie wijst op problemen zoals eenzaamheid en prestatiedruk onder jongeren. De partij denkt dat de gemeente samen met scholen, verenigingen en maatschappelijke organisaties eerder kan signaleren wanneer het niet goed gaat met studenten.
Daar sluit het CDA zich bij aan: zij zien sportverenigingen, studentenverenigingen en jongerenwerk als belangrijke plekken waar mentale problemen vroeg kunnen worden opgemerkt en voorkomen.
Volt vindt ook dat de gemeente meer moet inzetten op preventie. Volgens de partij begint het verbeteren van de mentale gezondheid van studenten bij het toegankelijker maken van hulp. Ook willen zij dat het taboe rond mentale gezondheid doorbroken moet worden en dat studenten vaker met elkaar het gesprek moeten aangaan.
Investeren in sociale voorzieningen
Volgens BIJ1 moet de zorg in het algemeen menselijker en beter bereikbaar worden. De partij stelt dat zorg niet om winst moet draaien, maar toegankelijk, betaalbaar en rechtvaardig moet zijn. Dat geldt ook voor mentale hulpverlening. De partij wil daarom investeren in sociale voorzieningen en welzijnswerk.
Voor Partij voor de Dieren speelt daarnaast de leefomgeving een rol. Meer groen en rustige plekken in de stad kunnen volgens de partij bijdragen aan het welzijn van inwoners, waaronder studenten. Ook vinden zij dat de gemeente meer moet investeren in jongerencentra, buurthuizen, wijkcentra en ontmoetingsplekken, met speciale aandacht voor jongeren. Op de Uithof moeten volgens hen meer ontmoetingsplekken komen om eenzaamheid onder studenten tegen te gaan.
Lekker in je vel in Utrecht
Met tienduizenden studenten in de stad is het logisch dat mentale gezondheid vaak terugkomt in het lokale debat. De plannen van de partijen verschillen, maar vrijwel allemaal erkennen ze dat mentale gezondheid een onderwerp is dat leeft onder studenten.
Op 18 maart kan er gestemd worden voor de gemeenteraadsverkiezingen. Voor studenten heeft de verkiezingsuitslag invloed op hoe makkelijk ze straks hulp kunnen krijgen bij studiestress of mentale klachten. Vergeet dus niet te stemmen aankomende woensdag.


