De stembussen zijn gesloten en het nieuwe politieke landschap van Utrecht heeft opnieuw vorm gekregen. Wie had gedacht dat GroenLinks-PvdA terrein zou verliezen, komt bedrogen uit: de partij toont zich opnieuw de grootste van de stad. Tegelijkertijd schuiven nieuwe gezichten de raadzaal binnen, met radicaal rechtse partijen als Forum voor Democratie en JA21 die voor het eerst hun stoelen aanschuiven.
Uit de voorlopige uitslagen blijkt dat GroenLinks-PvdA 26 procent van de stemmen heeft binnengeharkt, goed voor 14 van de 45 zetels, eentje meer dan voorheen. Ook D66 snoept er een zetel bij en komt uit op 18 procent. Daar onder blijft de VVD stabiel op vijf zetels. Lager op de lijst verschuift het speelveld subtieler: de Partij voor de Dieren gaat van drie naar twee, terwijl DENK juist groeit van één naar twee zetels.
De raad krijgt er bovendien nieuwe stemmen bij. Naast Forum voor Democratie en JA21 maakt ook UtrechtNu zijn entree. Maar niet voor iedereen is het feest: zowel de SP als de PVV grijpen mis en eindigen op nul zetels.
Record opkomst
Opvallend is niet alleen wie wint of verliest, maar ook hoeveel Utrechters hun weg naar het stemhokje wisten te vinden. Waar landelijk de opkomst bleef steken op 56,3 procent, tikt Utrecht 60,8 procent aan, de hoogste opkomst van deze eeuw in de stad.
Toch is het beeld nog niet definitief. Deze uitslagen zijn gebaseerd op 86,5 procent van de stemmen; pas op 26 maart wordt de eindstand officieel.
Wat betekent het voor de HU?
Wat betekent dit voor de Hogeschool Utrecht? Winnaar GroenLinks-PvdA liet in de aanloop naar de verkiezingen al weten dat ze het Utrecht Science Park wil omvormen tot een ‘10-minuten-wijk’, waar voorzieningen als een supermarkt en drogist binnen handbereik liggen. Tegelijkertijd willen ze de druk opvoeren op grondeigenaar Universiteit Utrecht om de leefbaarheid in het gebied te verbeteren.
Andere partijen kijken weer met een andere bril naar dezelfde wijk. De VVD zet in op verbinding en levendigheid, met ruimere openingstijden voor horeca en ruimte voor terrassen. JA21 legt de nadruk op ondernemersvrijheid en wil eerst de basis, de leefbaarheid, op orde hebben voordat er geld gaat naar wat zij ‘symboolprojecten’ noemen.
Amersfoort
In Amersfoort komt dezelfde winnaar uit de bus: daar pakt GroenLinks-PvdA de winst met 15 procent van de stemmen. Maar de echte verrassing komt van KeiHart voor Amersfoort, een kersverse partij die meteen doorstoot naar plek twee, mede dankzij hun belofte om een einde te maken aan betaald parkeren in de stad.
Ook in Amersfoort leeft de politiek als nooit tevoren: de opkomst stijgt van 56 procent in 2022 naar 67 procent nu. De verkiezingsuitslag kan gevolgen hebben voor de locatie van de Hogeschool Utrecht in Amersfoort, waar parkeren door de centrale ligging nu een prijzige aangelegenheid is. Als partijen die tegen betaald parkeren zijn daadwerkelijk invloed krijgen, zou dat het dagelijks ritme van studenten en medewerkers zomaar kunnen veranderen.
Lokale partijen winnen niet in grote steden
De voorlopige uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen is voor alle gemeenten bekend, ook voor Amsterdam. De lokale partijen zijn vaak de winnaar, maar zelden in de grote steden.
Opvallend is dat Forum voor Democratie in veel gemeenten zetels heeft behaald. Ook in studentensteden krijgt de partij een voet tussen de deur, al blijft het meestal bij een of twee zetels. Alleen in Enschede (drie) en Eindhoven (vier) zijn het er meer.
Maar GroenLinks-PvdA is vaak de grootste. Voorheen waren dit twee partijen, maar in de meeste gemeenten zijn ze – net als in de Tweede Kamer – samengegaan. Amsterdam is een van de uitzonderingen.
In diverse steden deden ook studentenpartijen mee. De grootste (STIP) zit in Delft en heeft opnieuw zes zetels. Maar ook in Groningen (3) en Leiden (2) handhaven deze partijen zich. In Maastricht zit studentenpartij M:OED ook nog altijd met één zetel in de raad.
Toch was er ook een verliezer bij de studenten. De Utrechtse partij Student & Starter levert een van de twee zetels in. Connect Wageningen past eigenlijk niet meer in het rijtje sinds de partij is samengegaan met Volt, maar zij gaan van twee naar één zetel.
Steden
In de hoofdstad Amsterdam wint GroenLinks twee zetels. De PvdA daarentegen levert er twee in. Ze hebben er respectievelijk tien en zeven. Daarmee zijn de linkse partijen samen nog altijd veruit de grootste. D66 (8) en VVD (6) winnen allebei een zetel.
In het linkse bolwerk Nijmegen heeft GroenLinks twee zetels gewonnen. De partij heeft er 11 zetels. De PvdA is ook daar nog een losse partij met vier zetels. Samen hebben ze meer dan twee keer zoveel zetels als D66, die van zes naar zeven gaat. De Stadspartij Nijmegen levert juist een zetel in en zakt naar zes.
Ook in Maastricht zijnGroenLinks en PvdA nog twee aparte kampen, met respectievelijk vier en drie zetels: samen zijn het er dus zeven. Maar de winnaars zijn daar D66 en CDA, die beide van vier naar zes zetels springen.
GroenLinks-PvdA blijft met tien zetels veruit de grootste in Wageningen. Dat zijn er wel twee minder dan de vorige verkiezingen. Opmerkelijk: de Partij voor de Dieren komt daar met twee zetels in de raad. Die partij kijkt altijd met argusogen naar de dierproeven aan de universiteit.
De lichtstad Eindhoven ziet een opmars van CDA en D66, maar GroenLinks-PvdA (13) staat toch nog steeds veruit bovenaan en levert maar één zetel in. De lokale partijen krijgen hier nog geen voet aan de grond, maar FvD (4) wel.
In Enschede komt GroenLinks-PvdA deze keer op gelijke hoogte met de lokale partij Burgerbelangen Enschede, die twee zetels inlevert. Ze hebben nu beide acht zetels. Opvallend is ook FvD met drie zetels.
Studentenpartij STIP staat niet langer op de gedeelde eerste plaats in Delft. Zij behaalde net als de vorige keer zes zetels, maar is voorbijgestreefd door D66 (van 6 naar 7 zetels). GroenLinks had er ook zes, maar is samengegaan met PvdA en komt nu op negen zetels.
In Leiden moest GroenLinks-PvdA twee zetels inleveren, maar met twaalf zetels blijft het de grootste partij. Met ieder zes zetels volgen de partijen D66 en de lokale Partij Sleutelstad. Die laatste maakte een groei mee van drie zetels. Studenten voor Leiden heeft, net als de vorige keer, twee zetels.
Ook in het hoge noorden, in studentenstad Groningen, moest GroenLinks-PvdA twee zetels inleveren, maar ook hier blijft het met dertien zetels de grootste partij. D66 wist er dit jaar zes binnen te slepen, en Partij voor de Dieren en de VVD ieder vier. Student en Stad heeft er drie, net als in 2022.
In Tilburg moest GroenLinks-PvdA concurreren met de lokale partij Lijst Smolders Tilburg. Beide partijen behaalden acht zetels. Ze werden op de voet gevolgd door de VVD met zeven zetels en D66 met zes.
Rotterdam is (samen met Den Haag) een uitzondering op de regel dat lokale partijen in grote steden geen voet aan de grond krijgen. GroenLinks-PvdA en Leefbaar Rotterdam hebben een lichte winst geboekt en komen allebei uit op elf zetels. Daarna volgen D66 en de VVD met ieder vijf zetels.
In Den Haag kwam de lokale partij Hart voor Den Haag/De Mos met zestien zetels als grote winnaar uit de bus. Dat zijn er zeven méér dan in 2022. Op ruime afstand volgen D66 met acht zetels en GroenLinks-PvdA met zeven.
In Breda leveren VVD en GroenLinks-PvdA een zetel in, maar ze blijven wel de nummer één en twee. Het CDA en Breda Beslist maken er een opmars.


