medezeggenschap verkiezingen 2026

Op deze plek krijg je de meeste invloed op de hele HU

Lynn Franssen Foto: Kees Rutten

Beleid ontstaat niet vanzelf. In een vergaderzaal van de Hogeschool Utrecht worden plannen van het college van bestuur gefileerd, aangepast en soms tegengehouden. De Hogeschoolraad heeft aardig wat macht. Dit is hoe HSR-lid Lynn Franssen het gebruikt.

Wie echt invloed wil uitoefenen op de Hogeschool Utrecht, komt al snel uit bij de Hogeschoolraad (HSR). Waar opleidingscommissies en instituutsraden zich buigen over hun eigen stukje van de organisatie, kijkt de HSR naar het geheel. Van jaarrekeningen tot toetsbeleid en cyberveiligheid: alles wat de hele hogeschool raakt, komt hier langs. En dat betekent soms stevig sparren met het college van bestuur.

Voor Lynn Franssen was dat precies de reden om zich aan te sluiten. Ze wilde niet alleen ‘met mijn eigen eilandje bezig zijn.’ Sinds 2024 zit ze in de raad. Haar eerste indruk? Overweldigend. ‘Er kwamen zóveel thema’s voorbij, ook onderwerpen waar ik weinig kaas van had gegeten. Juist daardoor moest ik goed samenwerken met collega’s. Dat inspireerde me.’

Mysterieuze campagne

Die stap richting medezeggenschap kwam niet uit het niets. ‘Als medewerker klaag je makkelijk, maar als je in je eigen bubbel blijft, verandert er niks.’ Franssen studeerde in 2017 af in mondzorgkunde aan de HAN en keerde in 2021 terug als docent, maar dan bij de HU. Ondertussen volgde ze een master waar ze verbetering en kansen zag. Dat bracht haar eerst naar een functie als voorzitter van de opleidingscommissie.

Een paar jaar later ging het snel. ‘Mijn leidinggevende zei: “De HSR past bij jou.” Dus begon ik een campagne, om stemmen te werven. Met flyers, posters met daarop een silhouetfoto. Wie wilde weten welke persoon erachter zat, moest een QR-code scannen. Die leidde naar een video waarin ik mezelf en mijn standpunten presenteerde.’

De positie van medewerkers

In de raad houdt Franssen zich bezig met van alles, maar één thema steekt erbovenuit: opkomen voor medewerkers. Zo viel haar iets op in de manier waarop het college van bestuur een commissie tegen werkdruk (om te beoordelen of taken van medewerkers eerlijk zijn) ter instemming bij de HSR neerlegde. ‘Het verouderde beleid zou eerst herzien moeten worden voordat er een commissie kon worden ingesteld. Een commissie moet namelijk kaders nodig hebben om haar beoordeling op te baseren. Aan de hand van welke criteria moet zij anders toetsen?’

De raad heeft in maart 2025 uiteindelijk niet ingestemd. Franssen sloot zich vervolgens aan bij de werkgroep ”werkdruk en taaktoedeling” binnen de HSR. ‘Ik vind het belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan naar het taakbeleid binnen de hogeschool. Wat de HU mag verwachten van hun medewerkers.’

Ze weet waar haar drive vandaan komt. Even twijfelt ze, maar dan zegt ze het toch: ‘Ik heb van dichtbij ervaren hoe het is om niet gehoord te worden. Dat heeft me gevormd en het verklaart waarom ik me zo sterk inzet voor medezeggenschap en gelijkwaardigheid.’

Debatteren

Maar vergis je niet: de HSR is geen plek waar je zomaar even wat beslist. Besluiten volgen een strak proces. Het college van bestuur levert dossiers aan, waarna de raad in werkgroepen duikt. Daar worden standpunten gevormd en kritische vragen opgesteld. Pas daarna volgen debatten met het bestuur. Soms wordt een voorstel aangepast, soms niet. Uiteindelijk stemt de raad.

Met zo’n twintig leden is het niet altijd eenvoudig om op één lijn te komen. ‘Als een minderheid tegenstemt, nemen we hun kritiek altijd mee richting het college van bestuur,’ legt Franssen uit. ‘We komen er samen uit.’

Ze vindt het jammer wanneer dat niet lukt. ‘Sommige onderwerpen raken leden persoonlijk’, vertelt ze. ‘Neem de discussie over een volledig veganistische campus. Dan merk je dat emoties soms de overhand krijgen. Dat is begrijpelijk, maar uiteindelijk dragen juist de verschillen in inzicht bij aan de kwaliteit van ons gesprek. Het blijft belangrijk om elkaars perspectief te respecteren.’

Bezuinigen kritisch volgen

In de HSR leer je ook relativeren. Niet elk voorstel wordt overgenomen. ‘Ik snap dat het college van bestuur niet alles kan uitvoeren wat wij willen. Maar ik voel me altijd gehoord. En er is ruimte om zelf onderwerpen in te brengen.’ Tijdens vergaderingen zit er bovendien een onafhankelijke voorzitter aan tafel die het proces bewaakt.

Juist in tijden van bezuinigingen is de rol van de HSR zichtbaar. Andere medezeggenschapsorganen moeten zich voegen naar de financiële kaders, maar de HSR kan in theorie de begroting blokkeren. Toch stemde de raad in met de plannen. ‘We begrijpen de situatie,’ zegt Franssen. ‘Maar dat betekent niet dat we niet kritisch blijven.’ Zo zet ze vraagtekens bij de overstap naar programmatisch toetsen bij veel opleidingen. ‘Het kost veel tijd om onderwijs en docenten daarop aan te passen. Moet je dat nú willen?’

En die inspanning zie je terug in het huidige toetsbeleid. ‘Het programmatisch toetsen heeft nu een minder prominente rol en er is gekozen om meer ruimte te geven aan maatwerk per opleiding’, zegt ze.

Opnieuw verkiesbaar

Dat kritische geluid wil ze voortzetten. Franssen stelt zich daarom opnieuw verkiesbaar bij de medezeggenschapsverkiezingen en richtte zelfs een eigen partij op: HU focust. Samen met een collega zet ze in op ‘een gezonde werkomgeving, realistische taaktoedeling, een fijner werkklimaat en meer transparantie’.

Ook concreet heeft ze genoeg plannen. Neem de Bolognalaan. ‘Dat gebouw is sfeerloos, er komt weinig warm licht binnen en het voelt koud aan. Terwijl daar bezoekers komen voor het Gezond en Wel Centrum en door ons worden behandeld. Dat doet af aan de ervaring en het werkklimaat.’ Omdat ook de Universiteit Utrecht zeggenschap heeft over het gebouw, ziet ze vooral kansen in betere samenwerking.

Ook dit jaar staan er verkiezingen voor de medezeggenschap op de agenda. Studenten en medewerkers kunnen zich verkiesbaar stellen voor de Hogeschoolraad of een van de verschillende instituutsraden. Wie mee wil praten en beslissen, kon zich tot en 23 maart kandidaat stellen. De verkiezingen zelf vinden plaats van 1 juni tot 8 juni.

En dat enthousiasme stopt niet bij de voordeur. Thuis in Nijmegen, terwijl ze midden in een verhuizing zit, probeert zij ook haar partner te stimuleren om zich met medezeggenschap bezig te houden. ‘Hij is arts en heeft soms op- of aanmerkingen over bepaalde zaken in zijn werk. Dan adviseer ik hem: sluit je aan bij de vakbond of beroepsvereniging en laat in ieder geval je stem horen.’