Maandag verscheen voormalig onderwijsminister Van Engelshoven voor de enquêtecommissie. Lockdowns, zelftests, thuistentamens, geldverspilling… De commissie bleek slecht voorbereid op het verhoor.
Studenten konden niet naar college, tentamens werden online afgenomen, verenigingen en cafés moesten hun deuren sluiten. De coronacrisis gaf het hoger onderwijs, en vooral de studenten, een flinke klap. Was dat nu hun studietijd?
De Tweede Kamer wil lessen trekken uit de pandemie en houdt een parlementaire enquête. Die gaat vooral over de afwegingen en de strategie van de overheid tijdens de crisis: hoe werden de belangen afgewogen, hoeveel invloed hadden adviseurs en lobbyisten, was er ruimte voor kritiek?
‘Geen fraaie oplossingen’
Het online onderwijs voor studenten was vooral bedoeld om te voorkomen dat zij over grote afstanden zouden reizen en zo het virus zouden verspreiden. Dat er soms voor lange sluitingen werd gekozen, was mede voor de uitvoerbaarheid: je kunt moeilijk van week tot week bepalen of studenten naar de collegezaal moeten of toch thuis moeten blijven.
De commissie probeerde de vinger achter de keuzes van het kabinet te krijgen: hoe werd het lot van jongeren afgewogen tegen het mogelijke voordeel van de maatregelen? Van Engelshoven wist het niet meer precies.
Ze somde vooral op hoe het kabinet de pijn voor studenten probeerde te verzachten, zoals versoepeling van het bindend studieadvies en verlenging van de studiefinanciering. Hoe dan ook moest het onderwijs doorgang blijven vinden.
In het uiterste geval – de regeling stond al klaar – kon het onderwijs met een coronatoegangsbewijs gaan werken, waarbij je alleen naar college kon als je was gevaccineerd. Dat moest je dan met een QR-code aantonen. Het is uiteindelijk niet gebeurd.

Advisering
Het Outbreak Management Team (virologen en andere wetenschappers) was ‘in de advisering vrij dominant’ en hanteerde vooral een gezondheidsperspectief, zei Van Engelshoven. Terugkijkend vindt ze dat er meer balans in de advisering had mogen zitten: ‘Het zou goed zijn geweest als er op eenzelfde manier over de welzijns- en mentale aspecten geadviseerd zou zijn.’
Of de afwegingen dan anders zouden zijn geweest? Van Engelshoven weet het niet, maar volgens haar stonden de problemen van studenten haar tijdens de pandemie helder voor de geest. ‘Wij deden wat nodig was, zoveel mogelijk oog hebbend voor de belangen van jonge mensen.’ Toch kon het niet anders dan dat het onderwijs online moest, dacht ze.
Zo ging het gesprek steeds: Van Engelshoven verdedigde haar eigen rol en de maatregelen van het toenmalige kabinet, terwijl ze ook pleitte voor bredere advisering over het welzijn van jongeren.
Meer maatwerk
Verder vond ze dat het ministerie van Onderwijs eigenlijk nauwer betrokken had moeten worden bij het opstellen van de coronamaatregelen. Dan had zij de kennis en kunde van de onderwijsinstellingen beter kunnen benutten. En dan was er misschien meer maatwerk mogelijk geweest. Maar ook hierover deed ze geen harde uitspraken: het zou heel ingewikkeld zijn geweest, gaf ze toe.
Duurden de sluitingen van hogescholen en universiteiten te lang voor jongeren, wilde de commissie weten. Van Engelshoven: ‘Ja, voor mijn gevoel altijd te lang. En zeker als je nu kijkt wat het met jonge mensen heeft gedaan. Maar niet te lang als je kijkt wat nodig was om dat virus te bestrijden.’
Geen enkele lastige vraag
Al met al gaf Van Engelshoven niet veel mee. Ze wist geen details meer en bleef hetzelfde riedeltje herhalen: fraai was het niet, maar we konden weinig anders.
De commissie maakte geen scherpe indruk. Alleen al de eerste vraag: ‘Wat is uw visie als onderwijsminister op onderwijs?’ Van Engelshoven schoot bijna in de lach: ‘Dat is wel een hele brede vraag.’ Het leidde nergens toe.
Omstreden kwesties
Opvallend was dat de meest omstreden kwesties in de coronacrisis nauwelijks ter sprake kwamen. Hogescholen en universiteiten reageerden zeer traag op de komst van het virus. Zelfs toen corona in Italië om zich heen greep, wilden ze nog niet over een uitbraak in Nederland nadenken. Pas toen het zover was, werden alle zeilen bijgezet. Het kwam niet ter sprake tijdens de hoorzitting.
Of neem de gratis zelftests die het kabinet voor het hoger onderwijs aanschafte. Die kostten honderden miljoenen euro’s en je kon na een proef zien aankomen dat die vrijwillige tests niet zouden helpen. Van Engelshoven heeft dat later ook erkend. Maar in het verhoor stipte ze de zelftests aan als een voorbeeld van goed overleg met de instellingen.
Privacy en camera’s
Opvallend was destijds ook de omgang met de privacy van studenten. Bij online tentamens gebruikten de onderwijsinstellingen ‘proctoring’, oftewel camera’s en toezichtsoftware op de laptops van studenten. Van Engelshoven: ‘Studenten vonden het vaak een buitengewoon grote inbreuk op hun privacy, als ze de camera aan moesten houden en hun kamer moesten laten zien. Daar kan ik me alles bij voorstellen dat je dat vindt.’
Maar ja, de instellingen wilden ook de kwaliteit van de examens bewaken, voegde ze eraan toe, en dat snapte ze ook. ‘Daar moet je het even met elkaar goed over hebben’, zei ze tegen de coronacommissie, ‘maar uiteindelijk lukte het altijd om met elkaar op één lijn te komen.’
Op één lijn? Daar zullen medezeggenschappers anders over denken. Zij kregen geen inspraak op de inzet van proctoring. De gemoederen liepen hoog op bij studenten. Van Engelshoven vond destijds dat ze niet zo moeilijk moesten doen. ‘In deze tijd moet iedereen soms dingen accepteren die we minder prettig vinden’, zei ze toen. Het leidde zelfs tot rechtszaken, maar de parlementaire commissie stelde daar geen vragen over.
Welzijn
En het welzijn van studenten? Al in oktober 2020, een half jaar na de start van de crisis, protesteerden studenten op het Museumplein in Amsterdam, keurig op anderhalve meter van elkaar. Ze eisten meer les en meer creatieve oplossingen.
Van Engelshoven zegt achteraf dat haar ministerie meer ‘aan de voorkant’ had moeten meedenken, zodat je de kennis en kunde van de onderwijsinstellingen kunt gebruiken voor maatwerk. Dat is niet gebeurd en ze wekte niet de indruk – destijds niet, maar ook in het verhoor niet – dat ze daar grote problemen mee had.
QR-codes
In de crisis is zelfs overwogen of het onderwijs niet open kon met een coronatoegangsbewijs: dan zouden alleen gevaccineerde studenten met een QR-code de campus op mogen. Van Engelshoven begon er zelf over tijdens het verhoor.
Vraag van de commissie: ‘Heeft u dat serieus overwogen?’ Ja, was het antwoord. Er was zelfs al – maar kennelijk wist de commissie dit niet – een algemene maatregel van bestuur naar de Tweede Kamer gestuurd om die toegangsbewijzen in het hoger onderwijs mogelijk te maken.
Blij zou ze er niet mee zijn. Ze noemde het ‘een heel zware maatregel’, want ‘dat betekent ook dat je het moeilijker maakt voor mensen die geen coronatoegangsbewijs wilden of konden halen.’ En toen begon de commissie alweer ergens anders over.
HOP, Bas Belleman


