Nieuws

CPB herhaalt: buitenlandse studenten leveren Nederland geld op

Uithof Zomer 2026. Foto: Kees Rutten

Internationale studenten zijn geen kostenpost, ze zijn juist goed voor de Nederlandse schatkist. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van de kosten en baten door het Centraal Planbureau.

Steeds meer internationale studenten blijven na afstuderen in Nederland wonen en werken. Dan betalen ze hier dus ook belasting. Daarmee worden de kosten voor onderwijs en studiefinanciering ruimschoots terugverdiend, meldt het CPB vandaag.

Dit geldt voor studenten van binnen én buiten Europa, aan hogescholen én universiteiten. Ongeveer een op de vijf Europese studenten verblijft vijf jaar na diplomering nog in Nederland, schrijft het CPB. Voor studenten van buiten Europa gaat het om ongeveer twee op de vijf.

Nu en straks

Op korte termijn heeft de komst van buitenlandse studenten voor- en nadelen. Ze kunnen personeelstekorten helpen verlichten, maar ze moeten wel ergens wonen en ze vergroten dus het tekort op de woningmarkt.

Op langere termijn daarentegen verwachten de onderzoekers van het CPB ‘geen grote effecten op de arbeids- en woningmarkt’, terwijl de internationale studenten volgens hen wel kunnen bijdragen aan innovatie en betere internationale betrekkingen.

Kosten en baten

De overheid bekostigt opleidingen en studiefinanciering voor Nederlandse studenten en doet dat eveneens voor Europese studenten. Dat zijn flinke uitgaven: de ene internationale student studeert hier langer dan de andere (bachelor of master), maar gemiddeld betaalt de overheid 32.500 euro voor een hbo’er en 20.600 euro voor een universitaire student.

Maar in de loop der jaren worden die kosten terugverdiend. Het CPB kijkt onder meer naar uitgaven aan de zorg en sociale zekerheid en zet die tegenover de opbrengsten en de ‘blijfkans’ van de studenten. Dan levert een Europese hbo’er de schatkist uiteindelijk 13 duizend euro op en Europese wo-student 82,5 duizend euro.

Studenten van buiten Europa moeten hun opleiding helemaal zelf betalen. Alles wat zij aan belasting afdragen, is dus winst voor de overheid. Dat begint al met hun bijbaan naast de studie. De hbo’ers onder hen leveren de Nederlandse staat gemiddeld 117 duizend euro op en de universitaire afgestudeerden 243 duizend euro.

Al in 2012

Een soortgelijke conclusie trok het CPB al in 2012. Destijds morde de politiek dat er zoveel Duitse studenten naar Nederland kwamen, terwijl er omgekeerd maar weinig Nederlandse studenten naar Duitsland gingen.

Toenmalig demissionair staatssecretaris Halbe Zijlstra was destijds aangenaam verrast door de CPB-berekening en stelde zijn standpunt over buitenlandse studenten bij. ‘We kunnen andere EU-landen niet vragen: wilt u betalen voor studenten die ons economisch voordeel opleveren? Dat is een moeilijk verhaal.’

Positiever over migratie

Omdat je de wereld niet tot economische getallen alleen kunt terugbrengen, kijkt het CPB ook naar de ‘brede effecten’ van internationalisering. De onderzoekers stippen aan dat Engelstalig onderwijs zijn waarde kan hebben, maar Nederlandstalig onderwijs ook.

Internationale studenten hebben in elk geval geen aantoonbaar effect op het studiesucces en de baankansen van Nederlandse studenten. ‘Maar meer contact met internationale studenten blijkt wel te leiden tot meer internationale sociale verbindingen en een positievere houding ten opzichte van migratie’, schrijft het CPB.

Brain drain

Een ander argument tegen internationalisering is dat jongeren uit verre (en armere) landen hun talent misschien beter voor hun eigen land kunnen inzetten: is er geen sprake van een brain drain? Het CPB nuanceert dat: het kan juist wederzijdse voordelen bieden, zeggen de onderzoekers.

Je hebt inderdaad winst en verlies: brain gain en brain drain. Maar getalenteerde migranten kunnen productiever zijn in meer ontwikkelde economieën, redeneert het CPB, en het verlies van het herkomstland kunnen ze ‘deels compenseren door bijvoorbeeld geld over te maken naar hun familie’. Bovendien kunnen die landen ook profiteren van handel en hoogopgeleiden die weer terugkeren.

Hogeschool Utrecht

Dit jaar is er aan Hogeschool Utrecht een toename van vooral Duitsers, Roemenen en Hongaren. Maar van de top 10 hogescholen blijft de HU op dit gebied verreweg de kleinste, met ongeveer 1500 internationals. Fontys, uit Tilburg, heeft er zesduizend. De HU heeft twee grote Engelstalige bachelors, te weten International Business en Creative Business. Daarnaast ook de lerarenopleiding Teacher Education in English.

‘De laatste jaren wordt het debat over internationals erg functioneel gevoerd’, vindt Nikolien van Lidth de Jeude, senior-adviseur internationalisering. ‘Het gaat steeds om “wat internationale studenten opleveren” en dan vooral in economische zin. Op zich begrijp ik dat, aangezien er in ze geïnvesteerd wordt en dan wil je ook weten waar je eigenlijk in investeert en of dat Nederland ten goede komt. Het is inmiddels, na zoveel onderzoeken, wel duidelijk dat ze in economische zin meer opleveren dan ze kosten, mits ze een aantal jaren in Nederland blijven om te werken en belasting te betalen.’

De minstens zo grote waarde zit hem volgens Van Lidth de Jeude in iets anders: ”in hun aanwezig zijn, met het perspectief, de houding, kennis en ervaring uit hun land en cultuur. ‘Deze studenten studeren bij internationale opleidingen, die opleiden voor een internationale of sterk interculturele arbeidsmarkt. Door met internationale en lokale studenten in een klas te studeren, een paar jaar lang, ontstaat er een setting die realistisch is voor hun beroepenveld. Een zogeheten international classroom. Er wordt met elkaar samengewerkt, gediscussieerd, uitgewisseld in meestal een andere dan de eigen taal.’

Van Lidth de Jeude: ‘Studenten die in andere landen hun vooropleiding hebben gehad, redeneren anders, kijken vanuit andere perspectieven. Dingen die in andere landen gebeuren komen de klas in, doordat er nauwere relaties zijn door de studenten voor wie het hun oorspronkelijke ‘thuis’ is.

Ambassadeurs

Door alle verschillende perspectieven tijdens de opleiding bij elkaar te hebben, leer je dus enorm veel over verschillende culturen en denkwijzen, ook die van jezelf. Daar waar je eerder vanuit ging, blijkt niet voor iedereen het uitgangspunt te zijn. Je leert dus ook meer over je eigen cultuur, handelen en kijk op de wereld. De international classroom legt hier als het ware een vergrootglas op. Je kunt oefenen met wat je lastig vindt, in een vertrouwde setting en begeleid door docenten, die ook vaak verschillende achtergronden hebben.

En als di internationals op een zeker moment ergens anders heen gaan, naar huis of een ander land, zijn ze door hun periode in Nederland ook een beetje ambassadeur van het land geworden. Zoals ze dat ook van hun thuisland zijn wanneer ze hier zijn. Relaties en netwerken die je opbouwt kunnen een leven lang blijven bestaan. Zo ontstaan er dus ook veel andere connecties, die we niet direct kunnen zien, maar die ook weer van alles opleveren.’

Reageren? Graag!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *