Kamertekort valt mee, maar bijbouwen blijft nodig

Studentenhuisvesters hoeven de komende jaren minder te bouwen dan ze dachten. Er zijn tot 2021 ‘slechts’ achttienduizend extra kamers nodig om de kamernood binnen de perken te houden.

Vorig jaar luidde Kences, het samenwerkingsverband van studentenhuisvesters, de noodklok: er zouden meer dan dertigduizend extra kamers gebouwd moeten worden. Maar het aantal studenten stijgt de komende jaren minder hard dan gedacht, dus klinkt de vandaag gepresenteerde Monitor Studentenhuisvesting een stuk vrolijker.
 
'Dat betekent niet dat we nu achterover kunnen leunen', benadrukt Kences-directeur Vincent Buitenhuis. De studentenhuisvesters hebben met het ministerie en de studentenbonden afgesproken dat ze de komende drie jaar tienduizend kamers bijbouwen. Daarbovenop zijn dus nog achtduizend eenheden nodig. Maar dat is alleen om het tekort niet groter te laten worden dan het nu al is. Om de tekorten helemaal weg te werken, moeten de woningcorporaties meer dan achttienduizend kamers uit de grond stampen.
 
Een minder groot tekort dan gedacht. Is dat goed nieuws voor studenten?
'Uiteindelijk wel. Als het aanbod groter is, krijgen huisjesmelkers minder kans om studenten af te zetten en moeten commerciële verhuurders hun prijzen laten zakken. Maar het klopt dat studenten hier nu nog niets van merken. Door de aankondiging van het leenstelsel zijn er op dit moment bovendien erg veel eerstejaars, waardoor het extra moeilijk is om een kamer te vinden. Ik verwacht dat studenten pas rond 2015 of 2016 gaan merken dat de wachtlijsten korter worden.'
 
Wat gebeurt er als de basisbeurs of de ov-kaart wordt afgeschaft?
'Dat weten we nog niet. Wat we wel weten is dat veel maatregelen al effect hebben gehad. Het bindend studieadvies en de invoering van de bachelor-masterstructuur hebben er bijvoorbeeld voor gezorgd dat studenten sneller afstuderen, waardoor ze ook eerder weg gaan uit hun studentenkamer. Verder kun je natuurlijk op je vingers natellen dat het budget van studenten minder zal worden, waardoor de vraag naar goedkope kamers stijgt.'
 
Houden de studentenhuisvesters van Kences daar rekening mee?
'Onze kamers zijn al goedkoop, in vergelijking met veel andere aanbieders. Maar uit de monitor blijkt dat er ook behoefte is aan meer kamers met een eigen douche en toilet. Daar willen studenten best iets meer voor betalen. We bouwen de komende jaren veel onzelfstandige kamers, maar ook de gevraagde zelfstandige eenheden. Daar maak ik me geen zorgen over, die worden wel verhuurd. Maar uiteindelijk hebben minder studenten geld voor de echt dure kamers van particuliere en commerciële verhuurders.'
De verwachte tekorten en wensen van studenten verschillen per stad. Hoewel het aantal studenten in Amsterdam het sterkst groeit, ontstaan de grootste tekorten naar verwachting in Eindhoven en Utrecht.

INFOGRAPHIC:
Toename van het aantal studenten naar woonsituatie per studiestad: 1 oktober 2012-2020
Bron: Apollo 2013, (Kences)