Columns

Deense lente

Het lijkt wel teletubbieland. Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw
en iedereen is vrolijk. Eindelijk, de lente is in Denemarken
aangebroken.

"Wacht maar tot het lente is!" Dat is misschien wel
het zinnetje wat ik het meest heb gehoord afgelopen twee maanden, na
Skøl dan. Elke Deen zal je vertellen dat het land verandert bij de
eerste zonnestralen. Als je klaagt over dat de dagen kort zijn, de
mensen somber ogen en er weinig te beleven valt, antwoorden ze
standaard: Wacht maar tot de lente. Dan zal alles ander zijn.

Vijf
weken geleden vertrok ik uit een donkere, grijze stad. Ik ging een
beetje rond reizen voor mijn studie, vakantie houden en tot slot mijn
vriendin in Utrecht bezoeken. Na dit alles sta ik nu weer met beide
benen op de Deense grond.

Ik loop het treinstation uit en het
eerste wat me opvalt is dat er mensen op straat lopen. Heel veel
mensen. Anderhalve maand gelden was over straat lopen bijna gelijk aan
een strafkamp. Niemand deed dat, behalve als het echt moest. Nu zitten
er een paar tieners op een randje een sigaret te roken en een bakkie
koffie te drinken.

Het tweede wat opvalt zijn de kleuren. Waar
zijn al die zwarte jassen gebleven? Zwart is een echte wintermode
kleur, ook in Nederland. Raar eigenlijk. Die donkere dagen zouden toch
veel dragelijker zijn als iedereen lekkere felle kleurtjes draagt.
Gelukkig zijn de kleurtjes nu terug. Vooral pastel. Dat zal wel hip
zijn deze lente.

Met mijn volgeladen backpack loop ik naar de
bushalte. Die ligt in de schaduw en ik merk direct dat het toch nog
niet zo heel warm is. Mijn bus is net vertrokken. Tien minuutjes
wachten dan maar. Ik neem plaats op een het bankje, rits mijn jas dicht
en laat Aarhus aan mij voorbij trekken.

Een voor een vrolijke
mensen, behalve dan die jongen die voor zijn neus de bus ziet
wegrijden. Allemaal zijn ze gekleed voor een warme Deense dag (lees: 14
graden). Heren dragen een zomers overhemd, de dames lopen in rokjes.
Zal het vandaag de Deense rokjesdag zijn? of heb ik die al gemist?

Maar
dan worden mijn ogen getroffen door een paar harige benen. Had zij die
niet even kunnen bijscheren? langzaam glijdt mijn blik omhoog. Wat
blijkt. Een jongeman in een kortebroek! Je kunt natuurlijk ook
overdrijven.