Columns

Aan alle aspirant-UVSV-leden: hoe kun je nu al weten hoe je eruit moet zien?

Foto: Kees Rutten

Gistermiddag liep ik in het zonnetje over het Janskerkhof toen ik voor de Woolloomooloo een gigantische groep jonge meisjes zag staan. Stuk voor stuk waren ze gekleed in korte rokjes, croptops en hadden ze Superga’s of cowboylaarzen aan. Het kwartje viel meteen: dit zijn de aspirant-leden van de UVSV.

Ik zag haarclips in lang, golvend haar, gouden oorbellen en hippe schoudertasjes. Ik zag gevormde groepjes waarin veel meiden naar hun mobiel staarden. Ik zag mensen die keken en ik zag mensen die bekeken werden. Maar wat ik niet kon zien en ook niet kon vatten, is hoe deze meiden al voordat ze lid zijn wisten hoe ze eruit hoorden te zien.

Dus vandaag, op de eerste officiële dag van de UIT-week, ga ik op onderzoek. Bij mij in de straat staat een UVSV-huis. Tot nu toe heb ik de vijf bewoonsters nog niet gesproken, maar ik zie dit als mijn uitgelezen kans. Bewapend met notitieblokje en pen leg ik de dertig meter af naar hun voordeur. Ik ben niet de enige die daar naar binnen wil.

‘Hoi,’ zeg ik tegen een meisje dat met een slaapzak voor de deur staat te wachten. ‘Woon jij hier?’ Nee, antwoordt ze. Ze gaat hier een weekje logeren. Emilia van achttien loopt de UIT en wil misschien bij de UVSV. Met vier anderen is ze de hele UIT te gast in dit huis.

Jackpot! Waarom wil je bij UVSV? Emilia wil graag mensen leren kennen in Utrecht. Het lijkt haar leuk om dat via een vereniging te doen. En de UVSV is ideaal voor het opbouwen van een netwerk. Maar er is ook nog een kans dat ze bij Veritas of Unitas gaat. Ze is overigens gekleed in een oversized spijkerbroek en croptop, met een wijd spijkerjack erboven. Ze ziet er mega modieus uit.

Dan doet mijn buurvrouw (23) de deur open. ‘Wie komt er logeren?’ vraagt ze. Emilia glimlacht en steekt verlegen haar hand op. Ik sta erbij als een volledige outsider. Toch weet ik mijn buuf te overtuigen om wat vragen te beantwoorden. Maar niet binnen, want daar is het ‘een gore rotzooi’ en ze vindt het fijn om even buiten te zijn.

Volgens deze vijfdejaars is de UVSV een ‘supermakkelijke manier om mensen te leren kennen en vrienden te maken.’ Wel kost het veel tijd en energie: ’s ochtends word je wakker in je verenigingsleven en ’s avonds ga je ermee naar bed. Zij is erbij gegaan door haar middelbare school in het Gooi. ‘Daar was onder mijn vriendinnen de vraag niet: gá je ergens lid worden? Maar: wáár word je lid?’ legt ze uit.

Later in het gesprek stel ik mijn belangrijkste vraag. Hoe weten de to-be eerstejaars hoe ze zich moeten kleden? Ze lacht ingetogen: ‘Dat weet ik niet precies. Ze zien er meer UVSV uit dan ik. Maar ik denk dat het komt door social media en gewoon door het volgen van de laatste trends.’ Dus dragen wat hip is, is de conclusie, en dan hoor je er – in ieder geval qua kleding – helemaal bij. Daar kan ík nog wel wat van leren.