‘Heel hard lachen en een beetje huilen’

"Studentes mondzorgkunde Miek van Geenhuizen (24 jaar) en Naomi van As (23 jaar) wonnen onlangs de wereldtitel met het Nederlands hockeyteam. Ze leiden als topsporter een niet alledaags leven. ‘Werken? Ik zou dus niet weten hoe dat is.’

Naomi: ‘Ben jij ook zo moe de hele tijd?’
Miek: ‘Ja, echt ik kom mijn bed niet uit! Moet jij nog trainen vanavond?’
Naomi: ‘Trainen, nee gelukkig niet, daar heb ik echt geen zin in.’
Miek: ‘Pfff nou ik wel hoor. Lekker voor je. Dit weekend hadden we ook teamweekend met de club. Moest ik zaterdag vet vroeg opstaan, gaan we vervolgens een beetje zitten vingerverven.’
Naomi: ‘Ik zat zaterdag de halve dag in de auto voor mijn teamweekend, ook heel sfeerverhogend.’

Ze hebben elkaar drie dagen niet gezien, maar aan gespreksstof geen gebrek.
Miek van Geenhuizen en Naomi van As zijn nog maar net terug uit Madrid waar ‘hun’ Nederlands hockeyteam voor het eerst in zestien jaar tijd de wereldbeker in de wacht sleepte.
Het feit dat het team bevriend is, draagt bij aan het behaalde succes in Spanje. ‘We zijn een superhecht team, echt heel bijzonder. Daardoor is het niet alleen gezellig omdat het moet, maar ook omdat je het wil. Daardoor is de sfeer goed, en heb je in het veld veel voor elkaar over.’

Waren jullie niet zenuwachtig voor het toernooi?
Miek: ‘Nee, ik kan niet zeggen dat ik zenuwachtig was. Ik had alleen steeds heel erg zin om te gaan hockeyen.’ Voor Naomi was het haar eerste WK en voor de aftrapwedstrijd was ze wel degelijk nerveus. ‘En voor de halve en de hele finale ook. Ik weet nog wel dat ik vlak voor de finale dacht: als we dit winnen zijn we gewoon wereldkampioen.’
Maar dat was ze aan het einde van de wedstrijd weer vergeten. ‘Overdonderd stonden we na het eindfluitje op het veld. Het drong tot niemand door wat we gedaan hadden. Ik kon alleen maar heel hard lachen, en een beetje huilen.’  
’s Avonds brak het feest pas echt los, voor alle spelers en aanhang was er een Madrileense discotheek afgehuurd. Miek: ‘Ik kan je vertellen, er werd gezopen als een tierelier. Ik heb helemaal niet geslapen die nacht, en de volgende avond bij Holland Sport waren we allemaal brak.’

Hoe was het om weer thuis te komen?

‘Ik viel in een zwart gat toen ik thuiskwam’, vertelt Naomi. ‘Ik wist gewoon niet meer wat ik moest doen. Tijdens het toernooi werden we zo geleefd, je hoefde nergens over na te denken. Acht uur opstaan, half negen ontbijt, negen uur bespreking, tien uur trainen, het ging de hele dag door, een paar weken lang. Nu moet ik ineens weer zelf bedenken wat ik moet doen, of wat ik wil eten. Ik heb ook nergens zin in, ik vind het ook vreselijk dat ik nu weer aan school moet gaan denken! Ik word er helemaal depri van.’ Miek had hetzelfde toen ze thuiskwam. ‘Ik ben maar teamgenoten gaan bellen, gelukkig hadden zij hetzelfde gevoel.’

De dames hockeyen al vanaf jongs af aan. Als zesjarigen stonden ze op het veld met hun rokkie en hun stokkie. Pas vanaf veertien, vijftien jaar werd het menens.  
Naomi: ‘Ik werd geselecteerd voor de B Jeugd, maar ik wist niet eens wat dat was. Toen ik erachter kwam dat het landelijk de beste leeftijdscategorie was, wist ik dat het serieus was.’ Voor Miek hetzelfde verhaal. ‘Je rolt er zo’n beetje in. Na de B Jeugd stroom je door naar de A Jeugd, zestien en zeventien jaar. En daarna naar Jong Oranje. Dat is voor de achttien tot twintigjarigen.’ Naomi: ‘Maar jij hebt slechts een toernooi gedaan met Jong Oranje, op achttienjarige leeftijd speelde je al voor het nationaal team!’

Daar heeft de blondine wel een aantal dingen voor op moeten geven. ‘Ik ben van het vwo teruggezakt naar de havo, ik trok het gewoon niet met hockey.’ Naomi deed het wat rustiger aan. ‘Ik ben zelfs gezakt voor mijn eindexamen. Maar dat had niks met hockey te maken.’ Na de middelbare school heeft Naomi een paar maanden in Spanje gezeten en gewerkt bij de Thuiszorg. Miek: ‘Heb jij gewerkt bij de Thuiszorg? Überhaupt werken, ik zou dus niet weten hoe dat is. Het klinkt misschien verwend maar dat is er nooit van gekomen. Ik heb vanaf mijn achttiende een auto onder mijn kont gehad en leid eigenlijk een dubbelleven. Op school weten ze niet wat ik op het veld uitvoer, en vice versa.

De vader van Naomi is tandarts dus naast hockey was een schoon gebit ook altijd belangrijk in haar jeugd. ‘Ik vind ranzige tanden gewoon goor. Ik zeg ook altijd tegen mijn teamgenoten dat ze moeten flossen. Ik moet voor mijn opleiding ook goed op mijn gebit passen, als mondhygiëniste heb je een voorbeeldfunctie.’ Ook Miek is gefascineerd door het gebit. ‘Ik wilde in de eerste instantie tandheelkunde studeren maar omdat ik geen vwo-diploma heb gehaald kon dat niet. Mondzorgkunde vond ik een mooi alternatief.’

Wereldkampioen is natuurlijk de titel der titels. Wat valt er hierna nog te bereiken?
‘Goud op de Spelen. Dat is toch wel de ultieme prestatie op sportgebied. Het wereldkampioenschap hockey is misschien van hoger niveau op hockeygebied, maar een gouden plak heeft meer status. Dat is mooi omdat het olympisch is.’
Miek heeft de Spelen al eens meegemaakt en zit Naomi nog eens lekker te maken met ‘het mooiste toernooi ter wereld’. ‘Daarna val je pas écht in een zwart gat. Dat is zo’n machtig evenement, dat doet je gewoon duizelen.’   

Hoe ziet de toekomst eruit?
Een eigen praktijk blijft een droom voor Miek. Ook Naomi ziet een verdere carrière in de mondhygiëne wel zitten. Maar hockey blijft voorlopig op de eerste plaats. Alhoewel het een onzekere business is. Miek: ‘Misschien raak je wel geblesseerd. En de uiteindelijke selecties voor belangrijke toernooien zijn pas een week voor de eerste wedstrijd bekend. En misschien wil ik er over drie jaar wel uitstappen.’ Feit is dat je als profhockeyster na je 30e toch wel uitgerangeerd bent. Maar uiteindelijk willen ze niet in het hockeywereldje blijven hangen. Naomi zou bijvoorbeeld nooit hockeyles willen geven, of spelen in een seniorenteam. ‘Ik zou niet meer in een lager team willen hockeyen, daarvoor heb ik op te hoog niveau gespeeld. En ik wil dan gewoon iets heel anders doen.’  
Suus Harms
"