Honger naar avontuur

"Een zelfgeschreven biologielesboek en allerlei apparatuur voor laboratoria. Met die giften verrasten vier derdejaars studenten biologie aan de lerarenopleiding twee scholen in Costa Rica. Ze brachten de hulpmiddelen er zelf heen en verbleven twee maanden in het Midden-Amerikaanse land.

Vol indrukken zijn ze zondag 10 september teruggekomen na hun twee maanden durende verblijf in Costa Rica, onderdeel van een minor. Hongerig naar meer. Meer avontuur en meer projecten in het buitenland. Een dag later doen John Verspuy, Niels van de Voort, Mattijs Wind en Jorg Vos hun verhaal op het terras van een studentenwoning in Lombok. De jetlag en de cultuurshock missen hun uitwerking niet. Maar tijd om bij te komen is hen niet gegund. Ze moesten vandaag al naar school en morgen begint de stage.

Hoe zijn jullie tot het project in Costa Rica gekomen?
John: ‘Vorige zomervakantie zaten Mattijs en ik te praten over een grote reis. Ik heb vaker trips gemaakt: Australië, Indonesië en Brazilië. Op tafel lag het tijdschrift National Geographic met een artikel over Terra Vitalis, een organisatie die investeert in duurzame teakplantages in Costa Rica. Zij hebben ook een sociaal programma, zoals het bouwen van schooltjes. We zochten contact met de organisatie, maar het bleek moeilijk om door te dringen. Daarop wendden wij ons tot Eco Direct, ook een investeringsmaatschappij die belegt in duurzaam hardhout in Costa Rica. Ze waren meteen enthousiast en vroegen ons: wat kunnen jullie doen?’
Mattijs: ‘Via Eco Direct en de ambassade van Costa Rica kwamen we toen in contact met twee scholen: een in de plaats Cartago in het welvarende centrum van het land en een in Coopevega in het armere noorden, vlakbij de grens met Nicaragua.’
Niels: ‘Ik en Jorg hadden ook ideeën voor een grote reis. We dachten aan Canada, maar dat leverde een aantal problemen op. Canada is bijvoorbeeld erg duur. Omdat ik met John in hetzelfde huis woon, raakten we al snel met elkaar in gesprek over de plannen en besloten we met z’ n vieren een project in Costa Rica te doen en een biologieboek voor de kinderen daar te schrijven.’

Vanwaar een leerboek biologie?
Mattijs: ‘Eco Direct betaalt soms leraren die de kinderen lesgeven, maar vaak zijn er helemaal geen docenten. Daarom wilden wij een programma schrijven waarmee de leerlingen ook zelfstandig kunnen leren.’
John: ‘We hadden nog een idealistische reden om het boek te schrijven. We behandelen vaak voorbeelden uit het land zelf om de leerlingen bewust te maken van hun omgeving zodat ze met een verantwoorde manier met de natuur omgaan.’
Mattijs: ‘Bijvoorbeeld dat door het wegkappen van bossen bodemerosie ontstaat, waardoor de natuur verdwijnt en dat het tientallen jaren duurt voordat dit weer is hersteld.’
Niels: ‘En over de gevolgen voor de dieren. Boomkikkers die uitsterven door houtkap en papagaaien die worden gevangen en als huisdier op de export gaan naar het westen.’

Costa Rica staat bekend als een van de welvarendste landen in Midden-Amerika. Kunnen ze daar niet zelf biologieboeken schrijven?
Mattijs: ‘Het is misschien een relatief welvarend land er heerst geen hongersnood maar het heeft ook een enorme buitenlandse schuld. Dat zijn de tegenstellingen van Costa Rica.’
John: ‘De meeste biologieboeken zijn zeer algemeen. In Costa Rica gebruiken ze veel boeken die van Amerikaanse makelij zijn. Je kunt het land welvarend noemen, maar lang niet iedereen kan een private school betalen. Dan blijven de public schools over en daar heeft de staat weinig geld voor.’
Niels: ‘Er is ook een enorm verschil tussen het midden en het noorden van het land. Hoe een huis er daar uitziet? Een boerenschuur in Nederland is twee keer zo groot als een doorsnee woning daar. En de inhoud van onze backpack is meer waard dan de totale inboedel van zo’n huis.’

Hoe kwamen jullie aan de spullen die jullie hebben meegenomen?
Jorg: ‘Met mijn stageschool heb ik zes microscopen geregeld, van onze faculteit kregen we overtollig glaswerk voor laboratoria, zoals reageerbuizen, en Engelstalige biologieboeken en het Academisch Medisch Centrum doneerde eveneens een microscoop.’
Mattijs: ‘En we hebben ook zelf spullen aangeschaft, zoals loepen, naalden en messen. Die kochten we van de opbrengst van een benefietavond, die door honderd mensen is bezocht en waar we ruim 1100 euro aan overhielden.’
 
Konden ze de spullen goed gebruiken?
Mattijs: ‘In Cartaga deelden 1200 leerlingen één microscoop. In de school in het noorden hadden ze helemaal geen microscoop. Daar waren ze dus heel blij mee. De meesten hadden nog nooit een cel door een microscoop gezien.’

Waar hebben jullie de reis en het verblijf van betaald?
Jorg: ‘Dat komt uit onze eigen zak. We hebben er een jaar voor moeten werken.’

Waar sliepen jullie?
Jorg: In Cartago in het huis van de broer van de directeur van de school. Een luxe omgeving: een stenen gebouw met vier slaapkamers, woonkamer, keuken en badkamer.’
John: ‘In Coopevega verbleven we in een klein huisje van hout. Je kon de sterrenhemel door de planken zien. Het gezin sliep met z’n vieren in een kamer van twee bij twee. Een tv’tje, draagbare cd-speler en de koelkast waren de pronkstukken in huis. Koken gebeurde op een houtkachel.’

Hoe zijn jullie ontvangen? Met open armen of vonden ze jullie maar rare snuiters?
Mattijs: ‘Ze waren heel hartelijk. Ik heb de betekenis van mi casa es su casa, mijn huis is jouw huis, aan den lijve ondervonden. De gast is belangrijker dan de mensen die er wonen.’

Voelden jullie je geen Sinterklazen?
John: ‘Nee, we hebben iets gegeven en iets genomen. We deden dit project ook voor onszelf. We komen zo op andere plekken dan het welvarende Nederland. Ook hebben we geleerd zelf een project van de grond te tillen. Dat staat goed op je cv.’
Niels: ‘Belangrijk is dat we in contact zijn gekomen met de mensen zelf. We hebben meer gezien dan de gemiddelde rugzaktoerist.’
John: ‘Hoeveel toeristen hebben op een veranda gitaar gespeeld met een familie uit Costa Rica in een dorpje met tien huizen? Het is een combinatie van mensen helpen en er zelf wat van opsteken.’

Hebben jullie ook zelf les gegeven?
Jorg: ‘Op de eerste dag dat we in Cartago aankwamen en we de
spullen hadden overhandigd, gaf de directeur ons de sleutel van de school en zei dat we de volgende dag les konden geven. Nadat we van onze verbazing waren bijgekomen,zetten we les in elkaar. De volgende dag gaven we een college met microscopen over water.’

Wat waren voor jullie de persoonlijke highlights?
John: ‘Eentje maar? Groene zeeschildpadden van anderhalve meter en tweehonderd kilo zien nestelen en eieren leggen op een zwart vulcanisch strand.’
Mattijs ‘De omgang met de locale bevolking. Pura vida, puur leven, is hun levensmotto. Dat zo van dichtbij mee te mogen maken, was het mooiste van de hele reis.’
Jorg: ‘Het leven in de natuur. Apen op je kop en papagaaien die over je hoofd vliegen.’
Niels ‘Een avond met een dochter van de familie waar we logeerden. We praatten een hele tijd over de natuur rondom het huis. Met de sterren aan de hemel, koeien op de voorgrond. Zo’n moment.’

Komt er nog een vervolg op het project?
John: ‘Eind september komt er een presentatie van het project op de faculteit. Het is de bedoeling dat er een nieuwe groep opstaat die het overneemt. Zij moeten beginnen waar wij zijn opgehouden. Dat hoeven geen biologiestudenten te zijn, maar kunnen ook mensen zijn die andere studies bij de lerarenopleiding doen of bij andere faculteiten studeren. Wij zijn de pioniers, maar er moet continuïteit komen. Het zou mooi zijn als de scholen uiteindelijk over een compleet laboratorium beschikken.’

Gerard Rutten

Voor informatie over het project kunnen geïnteresseerden mailen naar wander.the@planet.nl

"