‘Tussenpaus wil blijven’

Een staatssecretaris van hoger onderwijs doet het niet snel goed. Toen Bruins twee weken geleden trots aankondigde dat hij de internationale studentenmobiliteit wil bevorderen door Nederlandse studenten wereldwijd studiefinanciering mee te geven, reageerden de koepelorganisaties VSNU en HBO-raad uiterst gereserveerd. Tegenover iedere Nederlandse student die het land verlaat zou ook één buitenlander moeten staan die met een studiebeurs uit zijn vaderland in Nederland komt studeren, vond de HBO-raad. Bruins wijst er op dat het aantal buitenlandse studenten dat naar Nederland komt nu al veel groter is dan het aantal uitstromende studenten. Meer heeft hij er niet aan toe te voegen.

Anders ligt dat met het recente pleidooi van de PvdA om de invoering van leerrechten uit te stellen. ‘In juni was het de PvdA zelf die een motie indiende om het nieuwe bekostigingsstelsel al per september 2007 mogelijk te maken. Ik doe mijn uiterste best om ervoor te zorgen dat de benodigde spoedwet via de Raad van State op tijd naar de Tweede Kamer gaat. Laten we niet kijken op een week. Het gaat om wat er uiteindelijk in de wet komt te staan. Het is een belangrijk dossier dat ik graag wil voltooien.’

Tijdsdruk is niet het enige probleem. Studielink, het gemeenschappelijke registratieprogramma van de instellingen, is niet af en de VSNU en de HBO-raad zouden niet willen meewerken aan het vooraf toetsen van het leerrechtenstelsel. Bent u niet te optimistisch?

‘Ik heb de IB-Groep vorige week nog gevraagd of de registratie van leerrechten problematisch wordt zonder Studielink en het antwoord was ‘nee’. Dus als de politiek het wil, is het nieuwe stelsel volgend studiejaar een feit. Eerlijk gezegd begrijp ik niet dat de koepels een eventueel uitstel toejuichen. Ook een volgend kabinet zal het nieuwe bekostigingsstelsel invoeren, want het wordt politiek breed gedragen.’

‘Ik heb de koepels uitgenodigd zitting te nemen in een stuurgroep die de uitvoerbaarheid van de leerrechten toetst. Ze staan niet te springen, want ze zijn bang dat ze dan te veel in het project van de leerrechten worden gezogen. Ik kan me daar iets bij voorstellen, want ik weet hoe kritisch ze zijn. Maar waar het mij vooral om gaat is dat ze hun technische medewerking geven. Ik heb de hoop zeker niet opgegeven.’

De onderwijsbegroting leverde het hoger onderwijs geen extra miljoenen op. Toch is Nederland een middenmoter als het gaat om zijn aandeel hoogopgeleiden.


‘Nu is 31 procent van de beroepsbevolking hoogopgeleid en dat moet de helft worden. Maar als je kijkt naar de instroom in het hoger onderwijs, dan zie je dat die over vijf jaar al vijftig procent van het totaal bedraagt. Het gaat dus de goede kant op. En daarbij: ik wil het belang van goed hoger onderwijs en veel hoogopgeleiden niet bagatelliseren, maar we investeren de komende jaren ook veel in het beroepsonderwijs. Ook daar kan de BV-Nederland forse winst boeken.’

Het extra geld dat naar het hoger onderwijs gaat – oplopend tot 173 miljoen euro in 2010 – is hard nodig om de groeiende studentenaantallen op te vangen. De instellingen willen daarnaast meer kwaliteit bieden. Lukt dat met het nu beschikbare geld?

‘Waarom niet? Geld is niet altijd de oplossing. Instellingen en studenten moeten de ruimte die ze hebben veel meer benutten. Soms nemen ze fantastische initiatieven. Een instelling als de Hogeschool Inholland zoekt naar originele onderwijsconcepten en doet veel om het ondernemerschap te stimuleren. Kwaliteitsverbetering is niet altijd een geld-
kwestie.’

Er wordt in 2007 zo’n 3,5 miljard euro in het wetenschappelijk onderwijs gestoken en ongeveer twee miljard euro in het hbo. Hoe groot is de kans dat er de komende jaren nog wezenlijk meer overheidsgeld naar het hoger onderwijs gaat?

‘Gezien de aandacht voor onderwijs in verkiezingsprogramma’s lijkt die kans aanzienlijk. Behalve het geld dat beschikbaar is voor volumeuitbreiding, zorgen we bijvoorbeeld samen met Economische Zaken dat er meer aandacht komt voor ondernemerschap. We gaan de komende jaren met centres of entrepeneurship zorgen dat meer afgestudeerden straks voor zichzelf beginnen. Daarvoor is twaalf miljoen euro beschikbaar en nog eens acht miljoen voor de algemene bevordering van ondernemerschap. Dat lijkt me een fantastisch bedrag.’

Moet er niet meer gebeuren? Uit de jongste HBO-Monitor blijkt bijvoorbeeld dat de helft van de hbo-afgestudeerden hun opleiding achteraf te licht vindt. Dat percentage liegt er niet om.

‘Je kunt dus zeggen dat ruim de helft beseft dat er nog veel te leren valt. Mensen worden blijkbaar uitgedaagd om verder te kijken.’

Dat is een wel erg positieve uitleg.

‘Ik vraag me bij zo’n cijfer altijd af wie het in welke context heeft gezegd. Ik persoonlijk ben tevreden over mijn opleiding, maar er zijn natuurlijk nog genoeg witte vlekken in mijn kennis. Dat maakte die opleiding nog niet slecht. Bovendien voldoen alle bekostigde opleidingen aan minimale kwaliteitseisen. Het is dus misschien best charmant om achteraf te zeggen dat een opleiding te licht is geweest. Maar eerlijk gezegd vind ik het een beetje merkwaardig, want je kunt het heft ook in eigen handen nemen en een andere opleiding gaan volgen.’

Bent u bekend met de vereniging Beter Onderwijs Nederland? Die maakt zich onder meer zorgen om niveau van het hbo. Ze hekelt het gebrek aan kennis bij docenten en studenten, het lage aantal contact- en studieuren en de genadezesjes die docenten omwille van het opleidingsrendement moeten uitdelen.


‘Ik ken het bestaan van de vereniging. Een kritische club is natuurlijk altijd goed. Want als die van bepaalde opleidingen zegt dat studenten er te weinig begeleiding krijgen en dat er genadezesjes worden uitgedeeld, dan merkt een instelling dat na verloop van tijd aan de instroom. Mede daarom zijn heldere studiekeuzegegevens zo belangrijk. Studenten die verkeerd zitten, moeten op basis van informatie op de website studiekeuze123.nl een bewuste andere keuze kunnen maken. En ik denk niet dat ze een opleiding die genadezesjes geeft aantrekkelijk vinden. Wat dat betreft keert uiteindelijk de wal het schip wel.’

Moeten hbo-docenten bij voorkeur academici zijn en is het wellicht wenselijk dat studiekiezers vooraf worden geïnformeerd over het opleidingsniveau van docenten?

‘Ik begrijp die vraag op zich wel, maar ik vind de drive van docenten om wat over te brengen uiteindelijk belangrijker. Die kun je niet uit een titel afleiden. Een vriendje van me heeft heao gedaan en is een eigen bedrijf begonnen. Die zou studenten bedrijfseconomie van alles kunnen vertellen over ondernemerschap. Dat zou een buitengewoon lollig maar ook zeer leerzaam college zijn. En alle studenten zouden aan het eind van de les met een sixpack van zijn zelf gebrouwen bier naar buiten lopen. Uiteraard tegen betaling.’

In de nieuwe conceptwet op het hoger onderwijs van uw voorganger Rutte krijgen instellingen straks meer autonomie, maar alleen op voorwaarde dat ze intensief overleg voeren met studenten, personeel en werkgevers. De instellingen zijn bang dat dit veel bureaucratie gaat opleveren. Daar wilt u toch ook vanaf?


‘We geven instellingen de ruimte om medezeggenschap en inspraak zelf te organiseren. Dat kan allemaal heel eenvoudig. En komen ze er samen niet uit, dan zijn wij er altijd nog. Niet om extra regeltjes op ze af te schieten, maar om problemen op te lossen.’

Hoe lang gaat u dat doen? U bent maar voor drie maanden benoemd.

‘Ik reken zelf eerder op acht maanden. Weliswaar ben ik vanaf 22 november demissionair, maar ik ga er niet vanuit dat er meteen na de verkiezingen een nieuw kabinet wordt gevormd. En ik kom graag terug.’

Uw kansen leken onlangs geslonken. In de OCW-Courant die bij de begroting werd gepubliceerd, zei minister Van der Hoeven dat ze verder wil met maar één staatssecretaris. Is de cultuurportefeuille iets voor u?

Lacht: ‘Ik ben nu ook de enige staatssecretaris. Het komt dus juist mooi uit!’


HOP, Hein Cuppen en Thijs den Otter

Een staatssecretaris van hoger onderwijs doet het niet snel goed. Toen Bruins twee weken geleden trots aankondigde dat hij de internationale studentenmobiliteit wil bevorderen door Nederlandse studenten wereldwijd studiefinanciering mee te geven, reageerden de koepelorganisaties VSNU en HBO-raad uiterst gereserveerd. Tegenover iedere Nederlandse student die het land verlaat zou ook één buitenlander moeten staan die met een studiebeurs uit zijn vaderland in Nederland komt studeren, vond de HBO-raad. Bruins wijst er op dat het aantal buitenlandse studenten dat naar Nederland komt nu al veel groter is dan het aantal uitstromende studenten. Meer heeft hij er niet aan toe te voegen.

Anders ligt dat met het recente pleidooi van de PvdA om de invoering van leerrechten uit te stellen. ‘In juni was het de PvdA zelf die een motie indiende om het nieuwe bekostigingsstelsel al per september 2007 mogelijk te maken. Ik doe mijn uiterste best om ervoor te zorgen dat de benodigde spoedwet via de Raad van State op tijd naar de Tweede Kamer gaat. Laten we niet kijken op een week. Het gaat om wat er uiteindelijk in de wet komt te staan. Het is een belangrijk dossier dat ik graag wil voltooien.’

Tijdsdruk is niet het enige probleem. Studielink, het gemeenschappelijke registratieprogramma van de instellingen, is niet af en de VSNU en de HBO-raad zouden niet willen meewerken aan het vooraf toetsen van het leerrechtenstelsel. Bent u niet te optimistisch?

‘Ik heb de IB-Groep vorige week nog gevraagd of de registratie van leerrechten problematisch wordt zonder Studielink en het antwoord was ‘nee’. Dus als de politiek het wil, is het nieuwe stelsel volgend studiejaar een feit. Eerlijk gezegd begrijp ik niet dat de koepels een eventueel uitstel toejuichen. Ook een volgend kabinet zal het nieuwe bekostigingsstelsel invoeren, want het wordt politiek breed gedragen.’

‘Ik heb de koepels uitgenodigd zitting te nemen in een stuurgroep die de uitvoerbaarheid van de leerrechten toetst. Ze staan niet te springen, want ze zijn bang dat ze dan te veel in het project van de leerrechten worden gezogen. Ik kan me daar iets bij voorstellen, want ik weet hoe kritisch ze zijn. Maar waar het mij vooral om gaat is dat ze hun technische medewerking geven. Ik heb de hoop zeker niet opgegeven.’

De onderwijsbegroting leverde het hoger onderwijs geen extra miljoenen op. Toch is Nederland een middenmoter als het gaat om zijn aandeel hoogopgeleiden.

‘Nu is 31 procent van de beroepsbevolking hoogopgeleid en dat moet de helft worden. Maar als je kijkt naar de instroom in het hoger onderwijs, dan zie je dat die over vijf jaar al vijftig procent van het totaal bedraagt. Het gaat dus de goede kant op. En daarbij: ik wil het belang van goed hoger onderwijs en veel hoogopgeleiden niet bagatelliseren, maar we investeren de komende jaren ook veel in het beroepsonderwijs. Ook daar kan de BV-Nederland forse winst boeken.’

Het extra geld dat naar het hoger onderwijs gaat – oplopend tot 173 miljoen euro in 2010 – is hard nodig om de groeiende studentenaantallen op te vangen. De instellingen willen daarnaast meer kwaliteit bieden. Lukt dat met het nu beschikbare geld?

‘Waarom niet? Geld is niet altijd de oplossing. Instellingen en studenten moeten de ruimte die ze hebben veel meer benutten. Soms nemen ze fantastische initiatieven. Een instelling als de Hogeschool Inholland zoekt naar originele onderwijsconcepten en doet veel om het ondernemerschap te stimuleren. Kwaliteitsverbetering is niet altijd een geld-
kwestie.’

Er wordt in 2007 zo’n 3,5 miljard euro in het wetenschappelijk onderwijs gestoken en ongeveer twee miljard euro in het hbo. Hoe groot is de kans dat er de komende jaren nog wezenlijk meer overheidsgeld naar het hoger onderwijs gaat?

‘Gezien de aandacht voor onderwijs in verkiezingsprogramma’s lijkt die kans aanzienlijk. Behalve het geld dat beschikbaar is voor volumeuitbreiding, zorgen we bijvoorbeeld samen met Economische Zaken dat er meer aandacht komt voor ondernemerschap. We gaan de komende jaren met centres of entrepeneurship zorgen dat meer afgestudeerden straks voor zichzelf beginnen. Daarvoor is twaalf miljoen euro beschikbaar en nog eens acht miljoen voor de algemene bevordering van ondernemerschap. Dat lijkt me een fantastisch bedrag.’

Moet er niet meer gebeuren? Uit de jongste HBO-Monitor blijkt bijvoorbeeld dat de helft van de hbo-afgestudeerden hun opleiding achteraf te licht vindt. Dat percentage liegt er niet om.

‘Je kunt dus zeggen dat ruim de helft beseft dat er nog veel te leren valt. Mensen worden blijkbaar uitgedaagd om verder te kijken.’

Dat is een wel erg positieve uitleg.

‘Ik vraag me bij zo’n cijfer altijd af wie het in welke context heeft gezegd. Ik persoonlijk ben tevreden over mijn opleiding, maar er zijn natuurlijk nog genoeg witte vlekken in mijn kennis. Dat maakte die opleiding nog niet slecht. Bovendien voldoen alle bekostigde opleidingen aan minimale kwaliteitseisen. Het is dus misschien best charmant om achteraf te zeggen dat een opleiding te licht is geweest. Maar eerlijk gezegd vind ik het een beetje merkwaardig, want je kunt het heft ook in eigen handen nemen en een andere opleiding gaan volgen.’

Bent u bekend met de vereniging Beter Onderwijs Nederland? Die maakt zich onder meer zorgen om niveau van het hbo. Ze hekelt het gebrek aan kennis bij docenten en studenten, het lage aantal contact- en studieuren en de genadezesjes die docenten omwille van het opleidingsrendement moeten uitdelen.

‘Ik ken het bestaan van de vereniging. Een kritische club is natuurlijk altijd goed. Want als die van bepaalde opleidingen zegt dat studenten er te weinig begeleiding krijgen en dat er genadezesjes worden uitgedeeld, dan merkt een instelling dat na verloop van tijd aan de instroom. Mede daarom zijn heldere studiekeuzegegevens zo belangrijk. Studenten die verkeerd zitten, moeten op basis van informatie op de website studiekeuze123.nl een bewuste andere keuze kunnen maken. En ik denk niet dat ze een opleiding die genadezesjes geeft aantrekkelijk vinden. Wat dat betreft keert uiteindelijk de wal het schip wel.’

Moeten hbo-docenten bij voorkeur academici zijn en is het wellicht wenselijk dat studiekiezers vooraf worden geïnformeerd over het opleidingsniveau van docenten?

‘Ik begrijp die vraag op zich wel, maar ik vind de drive van docenten om wat over te brengen uiteindelijk belangrijker. Die kun je niet uit een titel afleiden. Een vriendje van me heeft heao gedaan en is een eigen bedrijf begonnen. Die zou studenten bedrijfseconomie van alles kunnen vertellen over ondernemerschap. Dat zou een buitengewoon lollig maar ook zeer leerzaam college zijn. En alle studenten zouden aan het eind van de les met een sixpack van zijn zelf gebrouwen bier naar buiten lopen. Uiteraard tegen betaling.’

In de nieuwe conceptwet op het hoger onderwijs van uw voorganger Rutte krijgen instellingen straks meer autonomie, maar alleen op voorwaarde dat ze intensief overleg voeren met studenten, personeel en werkgevers. De instellingen zijn bang dat dit veel bureaucratie gaat opleveren. Daar wilt u toch ook vanaf?

‘We geven instellingen de ruimte om medezeggenschap en inspraak zelf te organiseren. Dat kan allemaal heel eenvoudig. En komen ze er samen niet uit, dan zijn wij er altijd nog. Niet om extra regeltjes op ze af te schieten, maar om problemen op te lossen.’

Hoe lang gaat u dat doen? U bent maar voor drie maanden benoemd.

‘Ik reken zelf eerder op acht maanden. Weliswaar ben ik vanaf 22 november demissionair, maar ik ga er niet vanuit dat er meteen na de verkiezingen een nieuw kabinet wordt gevormd. En ik kom graag terug.’

Uw kansen leken onlangs geslonken. In de OCW-Courant die bij de begroting werd gepubliceerd, zei minister Van der Hoeven dat ze verder wil met maar één staatssecretaris. Is de cultuurportefeuille iets voor u?

Lacht: ‘Ik ben nu ook de enige staatssecretaris. Het komt dus juist mooi uit!’


HOP, Hein Cuppen en Thijs den Otter

Reageer!
Deel via...