Alumni en Oud Goud

Een goed alumnibeleid komt maar niet van de grond bij de HU. En de inbreng van gepensioneerden wordt vaak over het hoofd gezien.

Henk Penseel was (onder andere) docent aan de HU en blogt sinds 2010 voor de Trajectum-site. Ditmaal: het alumnibeleid van Hogeschool Utrecht…

Een goed alumnibeleid komt maar niet van de grond bij de HU. Er zijn veel pogingen gedaan, door instituten, faculteiten, lectoraten en zelfs door een speciaal aangestelde beleidsmedewerker. Het lukt gewoonweg niet. Sommige hbo’ers studeren door en voelen zich dan meer betrokken bij de universiteit waar ze hun master halen. De studenten die gaan werken, hebben het te druk met hun eerste banen. Dat kleine clubje vrienden van de hogeschool zien ze toch wel.

Gepensioneerde docenten en medewerkers hebben het wél voor elkaar gekregen om een bloeiende vereniging op te zetten. Die heet Oud Goud en viert op 6 april haar derde lustrum in het Spoorwegmuseum. Met een beetje subsidie verschijnt elke maand een blad met artikelen en verslagen van de bijeenkomsten, die geregeld georganiseerd worden. Bijvoorbeeld een bezoek aan de Biesbosch, museumbezoeken of stadswandelingen.

Het college van bestuur is ook best bereid om reguliere alumniverenigingen subsidie te geven, maar het hangt af van een groepje enthousiastelingen die een paar jaar de kar willen trekken. Zij moeten voor interessante bijeenkomsten zorgen. Want behalve dat het gaat om elkaar weer eens te zien, is juist bij die groep netwerken belangrijk. Door hun schaarste aan tijd vragen zij zich steeds af: what’s in it for me?

In Amerika studeer en woon je meestal op de universiteit, waardoor de onderlinge verbondenheid groter is. Ook als je daar bent afgestudeerd. Wie daarna flink in de slappe was komt te zitten, doet altijd iets terug voor zijn of haar universiteit. Dat resulteert er soms in dat er een klaslokaal of aula (afhankelijk van de bijdrage) naar je genoemd wordt. Afgestudeerden zijn daar zowel potentiële donateurs als ambassadeurs.

In ons land is dat nog niet het geval. Dat heeft ook met het beleid van universiteiten en hogescholen te maken. Te weinig worden succesvolle ondernemers of afgestudeerden met een hoge maatschappelijke functie gevraagd om iets, in ons geval op de HU, te komen doen. Ook aan gepensioneerde docenten, van wie er een aantal best nog wel op de HU actief zou willen zijn, wordt zelden iets gevraagd. Terwijl zij nog een schat aan ervaring kunnen overbrengen.

Dus terugkomend op die Oud Goudleden: zij vieren hun lustrum met een gevarieerd programma in het Spoorwegmuseum, maar ook met rondleidingen in het Centraal Museum, wandelingen door Utrecht en een bezoek aan De Uithof. Daar wordt met studenten onder andere gesproken over de thema’s duurzaamheid, leiderschap en sociale innovatie. De Oud Goudjes doen ’t nog best.

Reageer!
Deel via...
 

2 reacties

Het is niet meer mogelijk om te reageren

  1. Als gepensioneerd docent CE ben ik na mijn 65ste nog gevraagd om lessen te verzorgen aan eerstejaars.
    Dat heb ik gedurende een jaar na mijn pensioenleeftijd met plezier gedaan. Mijn ervaring is dat pas gepensioneerde docenten nog wel een goede aansluiting hebben met de organisatie en de lesstof. Maar nu ik 75 jaar ben en al zo’n negen jaren uit de running ben, denk ik dat ik me opnieuw zou moeten inwerken om te kunnen meedraaien. Surveilleren zou natuurlijk nog wel kunnen. Ik denk dat door het verhogen van de pensioenleeftijd (naar 68 en in de toekomst misschien naar 70 jaar), de docenten willen of kunnen genieten van een welverdiend pensioen. Gepensioneerden hebben evenals werkenden nog een goed idee en kunnen als onafhankelijke denktank een functie vervullen.