Reportage

Autisme, ADHD en hoogsensitiviteit: ook medewerkers worstelen ermee

Redacteur Christiaan bij workshop Breinvriendelijk werken. Foto: Kees Rutten

Een speciale dag voor mensen met een ander brein. In het kader van Neurodiversity Pride Day geeft de HU een workshop Breinvriendelijk werken. Onze kersverse redacteur – ook ADHD’er – schuift aan. Wat hebben neurodiverse medewerkers nodig en wat kan de HU hierin betekenen?

De gangen zijn nog rustig als ik iets voor 09.00 uur Padualaan 99 inloop. Eenmaal boven zie ik een man in regenjas verward om zich heen kijken, hij zoekt duidelijk het lokaal. Ik betrap mezelf op de gedachte ‘Oh, die is ook neurodivers’: iets wat ik wel vaker doe in het openbaar als ik een soortgenoot zie.

In mijn privéleven zie ik voortdurend leeftijdsgenoten met een neurodivers brein, maar in deze workshop ben ik de jongste. De een komt twijfelend binnen en vindt het moeilijk om de trainer aan te kijken bij het voorstellen. De ander maakt breedlachs zijn entree met een ‘hallow!’ aan iedereen, nog net niet huppelend van enthousiasme. Een derde struikelt bijna over een snoer en nog iemand anders schiet langs hem heen, om niet op te vallen.

‘Ik ben zelf hoogsensitief’, begint de trainer. ‘In principe ben ik altijd overprikkeld, daar komt het op neer’. Jan-Dirk Reijneveld noemt zichzelf efficiency expert en helpt mensen rust in hun hoofd te krijgen. Eerder werkte hij bij de HU, maar zijn functie als docent werd hem te veel. Vandaag geeft hij zijn eerste groepstraining aan medewerkers ‘zoals hij’. Hij reorganiseert zijn spullen nog eenmaal, zijn tafel lijkt op een showroom: alles ligt naadloos op elkaar.

Het lokaal aan Padualaan 99 oogt bij binnenkomst onderprikkelend. Foto: Kees Rutten

Iedereen begint met zichzelf voor te stellen, en wat blijkt? Onderzoekers van Design en Engineering, HR-medewerkers, docenten van de opleiding Verpleegkunde en Creative Business. Het spectrum is goed gedekt : autisme, ADHD – gediagnosticeerd of niet – maar ook een buitenstaander die ‘studenten en docenten beter wil begrijpen’.

Minder IQ door te schakelen

‘Voorheen schakelden we 240 keer per dag, inmiddels is dat al 600 keer’, vertelt Reijneveld. Hij wijst naar een mobieltje, ‘hoogstwaarschijnlijk door de opkomst van dit ding’. En dat kost gigantisch veel energie, legt hij uit: ‘Als je voortdurend schakelt, kost dat je 10 IQ-punten’. Ter vergelijking (volgens de trainer): marihuana kost er maar 4,5 – ‘dat kun je dus beter doen’. Iemand op links heeft nog net niet haar mond openstaan.

Hoe ga je dat dan uit de weg? Minder afleiding en meer pauze nemen, vertelt de trainer. ‘Neem je mail als voorbeeld’ – hij laat op zijn scherm een overzicht zien van een mailbak. ‘Neem vaste momenten waarop je de inbox doorloopt en filter de mails op categorie’. Hij raadt ook aan om al je notificaties uit te zetten. ‘Anders raak je constant afgeleid’. Iedereen in het lokaal begint gelijk zijn instellingen aan te passen. ‘Oeh, leuk projectje’, hoor ik iemand zeggen. ‘Weer een taak erbij die me van mijn werk afhoud’, hoor ik een ander.

Want juist die concentratie lijkt essentieel om gezond te blijven. Intussen ben ik afgedwaald naar een natte zeem die over het raam veegt. Van het woord ‘focus’ schrik ik op. De trainer tekent op de grafiek een lijn. ‘Na gemiddeld twintig minuten focus zit je pas echt in het werk’. Iemand knikt instemmend en zegt: ‘Dan heb ik het vaak al opgegeven’. Waarop iemand reageert: ‘Wij gaan dan plotseling naar het koffiezetapparaat, dan ben je er ook weer uit’. Voor je het weet, is het 12.00 uur en heb je amper werk verricht.

We krijgen een groot vel in handen. De opdracht: Deel je dag in met wanneer je wat doet. Samen met een andere deelnemer vul ik het in. Ik heb de beste concentratie aan het einde van de ochtend, zij eerder in de nacht. ‘Dat had ik vroeger ook al. Nogal onhandig’, voegt ze toe. Samen kladden we het hele papier onder. Tijdens de opdracht vallen onze stiften minimaal tien keer van tafel, zij hobbelt door de ruimte en struikelt door haar snelle loopje. Haar broek heeft ze plotseling met pen bestreept. Leuk mens, denk ik bij mezelf.

De tekst loopt door onder de foto

Onze redacteur is zich extra bewust over zijn tafelindeling, die rustiger is dan normaal.

Aan de HU

Een werkdag aan de HU is voor een neurodivergent persoon niet altijd ideaal. Hoe kan dat beter? Iemand bekritiseert de kantoortuinen – ‘Oh vreselijk ja’ is een reactie. De trainer vertelt hoe je als collega’s elkaar elke driekwart minuut stoort in een omgeving als deze. Een ware nachtmerrie voor iemand die zich al moeilijk kan concentreren dus.

Ook hybride meetings aan het eigen bureau vindt een deelnemer vervelend. ‘Daardoor kom ik nooit in die focus’. Iemand anders voegt toe dat een kantoor elders haar ogen deed openen. ‘Daar was ik omgeven met planten, weinig andere mensen. Zo kan het ook, dacht ik toen. Wat een rust.’

Erkenning van collega’s voor het neurodiverse brein blijkt ook een aandachtspunt te zijn. Een deelnemer: ‘Ik heb een veilig team, maar ik heb wel het idee dat ze kansen weghouden en denken ‘laten we haar niet belasten’.

Opvoeden van collega’s

Iemand anders vertelt dat andere collega’s hier vaak nog in opgevoed moeten worden: ‘Ze herkennen de signalen niet. Ik zat eens met mijn oortjes in toen iemand tegen me aan begon te praten. “Oh je hoort me niet”, was het dan. Oortjes in betekent dat ik me concentreer, dus leidt me dan ook niet af.’

Een andere deelnemer deelt haar frustratie over het commentaar van collega’s op haar dagindeling, en vooral op wanneer ze niet beschikbaar is. ‘Ik reageer alleen op telefoontjes als die zijn afgesproken, anders kan ik aan de gang blijven. Een afspraak maken is een kleine moeite’, zucht ze, terwijl ze druk met haar pen klikt.

‘Collega’s verwachten dat je voortdurend reageert op mails’, vult iemand aan. “Maar deze is heel belangrijk”, klinkt het dan.’ Ze vertelt hoe ze binnenkomende notificaties als ruis in haar werk ervaart. ‘Ik moét ze altijd gelijk bekijken, of ik het nou wil of niet.’

‘Bij mij hielp het om het neer te leggen bij mijn leidinggevende’, tipt een ander. ‘Door uit te leggen wat voor mij werkt en juist niét. Daar kunnen je collega’s niet omheen. Vaak luisteren ze daar wel naar’. Plotseling reageert iemand op de foto op de laptop van de trainer: ‘Waar is die foto genomen? Ik zit er al de hele tijd over na te denken?’ ‘Granada’, luidt het antwoord.

De tekst loopt door onder de foto

Trainer en efficiency expert Jan-Dirk Reijneveld gaf zijn eerste groepstraining

Regelmatig pauze nodig

In drie uur tijd krijgen we een pauze en tweemaal een opdracht, voor deze groep lijkt dat genoeg. Want het belang van die pauze ‘onderschatten mensen vaak’, zegt Jan-Dirk. ‘Timmermannen en dakdekkers kunnen langer productief blijven, bij kenniswerkers werkt dan anders’. Daar neemt het snel af. Voldoende onderbrekingen is daarom van groot belang, ‘dus geen filmpjes kijken op je telefoon.’

Iemand anders houdt een uur lunchpauze. ‘Sinds ik dat doe ben ik heel productief, ik laad dan volledig op’. Ze heeft dit niet met collega’s besproken, maar is hier gewoon mee begonnen. Al haar werk krijgt ze binnen de dag gedaan. 

Zelf kom ik ook aan een uur pauze met de vier bakken koffie die ik op een dag haal. Een momentje de benen strekken en de energie eruit lopen, heerlijk. Dat bijkomende effect van cafeïne is dan bijzaak. Mijn collega haalt hem aan de andere kant van het gebouw ‘omdat de koffie daar lekkerder is’.

Bed, bad, bos en bus

Bij neurodiverse mensen zijn die pauzes essentieel voor de creativiteit. Neem de 4 B’s. ‘De beste ideeën komen in bed, bad, bos of bus’, vertelt de trainer. Zelf vertelt ik hoe ik ’s nachts regelmatig eureka-momenten heb en gouden ideeën inspreek in mijn voice notes. ‘Ik ook! Ik ook!’, reageren ze. Het lijkt een patroon hoe iedereen zich telkens in elkaar herkent: veel gemompel en enthousiast geblaat deze ochtend.