Begroting 2017: 8,5 miljoen tekort, toch investeringen in onderwijs

De jaren erna is het huishoudboekje van de hogeschool nagenoeg sluitend. UPDATE

De begroting van de HU over het jaar 2017 laat een tekort zien van bijna 8,5 miljoen euro. Dat is meer dan eerder geraamd. Toch handhaaft het college van bestuur de extra investeringen in onderwijs en onderzoek.

Dat blijkt uit de ‘Begroting 2017 en meerjarenraming 2018-2021’ die het college ter goedkeuring naar de Hogeschoolraad (HSR) heeft gestuurd en die woensdag 13 december wordt besproken. Het financiële gat is tijdelijk: de jaren erna is het huishoudboekje van de hogeschool nagenoeg sluitend en in 2021 verwacht de HU een overschot van ruim drie miljoen.

Net als vorig jaar stelt de HU geld beschikbaar om extra docenten aan te trekken. Hiermee komt de HU tegemoet aan de oproep van de minister van Onderwijs om te investeren in onderwijs en onderzoek. Dit in afwachting van het geld dat de hogeschool vanaf 2018 krijgt ter compensatie van de invoering van het leenstelsel. De HU mikt op jaarlijks tien miljoen euro extra, oplopend tot twaalf miljoen in 2021.

De financiële injectie in 2017 bedraagt zo’n zes miljoen euro, ongeveer evenveel als vorig jaar. Daarvoor kunnen per jaar in totaal zo’n vijftig fulltime docenten worden aangesteld. De toestroom van docenten leidt over de hele linie tot een verlaging van het aantal studenten per docent en dus tot beter onderwijs, zo is de gedachte. De zogeheten student/docent-ratio verbetert van 26 naar 24,6.

Feitelijke situatie
De begroting van 2017 is voor het eerst opgebouwd aan de hand van het nieuwe allocatiemodel. Dit is de systematiek die de inkomsten van de hogeschool (zoals rijkbijdragen en collegegelden) intern verdeelt over de organisatieonderdelen. Belangrijk nieuw element is dat de instituten geld krijgen op basis van het actuele aantal studenten. Voorheen was het budget berekend op basis van het aantal studenten van twee jaar geleden.

Hiermee volgde de HU de zogenaamde T-2-financiering die het rijk toepast op de hogescholen en universiteiten. Nadeel is dat groeiende instituten kampen met te weinig budget en dat krimpende onderdelen met een overschot te maken hebben. De nieuwe verdeelsystematiek van de HU doet meer recht aan de feitelijk situatie. ‘Groeiende instituten krijgen meteen meer geld om dit op te vangen’, legt collegelid Tineke Zweed uit. ‘Terwijl instituten met krimpende studentenaantallen de gelegenheid krijgen dit geleidelijk op te vangen.’

Langstudeerders
Ten opzichte van eerdere ramingen krijgt de HU over het jaar 2017 minder geld van het rijk. Dit komt onder andere omdat er meer langstudeerders rondlopen. Voor deze studenten krijgt de hogeschool geen bekostiging van het rijk. Overigens krijgen instituten voor deze studenten wel geld van de HU: zij tellen voor 0,5 student mee op het budget.

Het eenmalige forse tekort op de begroting vangt de hogeschool op door 8,5 miljoen in te teren op de algemene reserves. Dat is verantwoord, stelt het college, omdat het over voldoende eigen vermogen beschikt en er extra geld vanuit het ministerie komt. Wel vraagt dit om een ‘strakke begrotingsdiscipline’ van de verantwoordelijke budgethouders binnen de hogeschool, staat in de begroting.

Tineke Zweed: ‘We maken als Hogeschool Utrecht een statement dat wij bereid zijn fors negatief te begroten vanwege het belang van investeringen in onderwijs en onderzoek. Het college is ervan overtuigd dat dit financieel verantwoord is en er in 2018 en 2019 een redelijk sluitende begroting is. Maar dat betekent wel dat iedereen zich aan de eigen begroting moet houden en er niet meer tekorten mogen ontstaan.’

UPDATE
De Hogeschoolraad (HSR) heeft woensdag 14 december de ‘Begroting 2017 en meerjarenraming 2018-2021’ goedgekeurd. Dit gebeurde met 17 stemmen voor en één onthouding. Wel vraagt de raad om een onderzoek naar de oorzaak van de groei van het aantal langstudeerders.

Reageer!
Deel via...
 

2 reacties

Het is niet meer mogelijk om te reageren

  1. Tja, wat zou de oorzaak zijn van het groeiend aantal langstudeerders? Maar goed, ik vind het vrij schandalig dat het ministerie, de bezuiniging op de studiefinanciering niet direct doorsluist naar de onderwijsinstellingen. De 7% korting die toegepast is wegens (de inmiddels behaalde) prestatieafspraken is ook nog niet uitgekeerd.

    Die 8,5 miljoen is niet zozeer een “tekort”, maar een voorfinanciering omdat het ministerie geld achterhoud dat de hogescholen al “verdient hebben”. Als het goed is zijn daarvoor voorzieningen getroffen in de boekhouding en is er eigenlijk geen sprake van een tekort. Over drie jaar klots het geld letterlijk tegen de plinten, of is dat al weer uitgegeven?