Nieuws

Begroting HU: komende jaren geen tekorten

Het college is terughoudend met het uitgeven van grote bedragen.

De begroting van de HU voor de komende drie jaar is sluitend: er komt evenveel geld binnen als er wordt uitgegeven. Ook de jaren erna staat de hogeschool er financieel goed voor. Maar er zijn enkele onzekerheden.

Dat valt op te maken uit de begroting 2018 en meerjarenraming 2019-2022, die het college van bestuur naar de Hogeschoolraad heeft gestuurd. De begrotingen van 2018 tot en met 2020 komen uit op 0 onder de streep: er worden geen tekorten of overschotten verwacht. In 2021 houdt de hogeschool naar verwachting ruim 1,5 miljoen euro over, oplopend tot bijna vijf miljoen in 2022.

Financieel komt de HU uit een periode van zwaar weer. De afgelopen jaren keek de hogeschool aan tegen tekorten van zo’n vier (2016) tot 8,5 miljoen euro (2017). Die waren grotendeels het gevolg van extra investeringen in onderwijs en onderzoek. Het ministerie van Onderwijs vroeg hogescholen en universiteiten om deze ‘voorfinanciering’, in afwachting van het geld dat vrijkomt door de invoering van het leenstelsel. Vanaf 2018 krijgen de instellingen hiervoor compensatie.

Regeerakkoord
Het college becijfert ook de hoogte van die bedragen. De HU kan in 2018 en 2019 per jaar ruim acht miljoen aan extra middelen tegemoetzien, oplopend tot een dikke 22,5 miljoen in 2020. Dit geld is alvast opgenomen in de financiële ramingen, maar heeft nog geen definitieve bestemming gekregen.

Het college wil dat nog niet doen, omdat niet helemaal duidelijk is hoe de financiële injecties eruitzien. Volgens het Regeerakkoord van het kabinet Rutte III zijn de kwaliteitsafspraken hiervoor bepalend: afhankelijk van de resultaten kan de hogeschool meer of minder geld krijgen. ‘We rekenen er op dat er extra middelen via de rijksbijdrage beschikbaar komen vanaf 2018’, schrijft het college.

Het Regeerakkoord levert nog meer onzekerheden op voor de HU-begroting. Zo komt er volgens het akkoord een halvering van het collegegeld voor een deel van de studenten en moet het ministerie nog een tekort van 183 miljoen euro wegwerken.

Tegenvaller
De afgelopen jaren zijn de tekorten van de HU aangevuld vanuit de algemene reserves. Daardoor teert de HU in op het eigen vermogen. Ook heeft de hogeschool flink geïnvesteerd (met eigen en geleend geld) in de verbouwing van bestaande panden en nieuwbouw. Toch is de financiële basis van de hogeschool redelijk stabiel, staat in de begroting.

Het college is terughoudend met het uitgeven van grote bedragen. Want tegenover de extra miljoenen vanwege het leenstelsel staat ook een tegenvaller op de rijksbijdrage in 2018. Die valt lager uit, onder andere omdat de hogeschool in de afgelopen periode minder diploma’s heeft uitgereikt dan eerder werd verwacht.

Daarbij staan er voor de hogeschool enkele belangrijke gebeurtenissen op stapel. Zo is het komend jaar weer tijd voor de zogeheten instellingsaccreditatie, die toetst in hoeverre het kwaliteitszorgsysteem op orde is. Ook beoordeelt een externe visitatiecommissie in 2018 de kenniscentra. ‘De combinatie van deze activiteiten heeft het college van bestuur doen besluiten tot temporisering van een aantal innovatietrajecten’, meldt de begroting. Een van de zaken waar het college voorzichtigheid betracht, zijn investeringen in digitalisering.

LINC-T
Complicerende factor bij de begroting is het gestrande plan voor een nieuw platform voor onderwijsinnovatie en docentenprofessionalisering, LINC-T. Hierin zouden het Expertisecentrum Docent HBO en programma Onderwijsinnovatie opgaan. In de begroting was al rekening gehouden met invoering van LINC-T per 1 januari 2018. Maar de Hogeschoolraad (HSR) heeft het voorstel van het college in november afgekeurd.

Dit betekent dat het expertisecentrum en innovatieprogramma worden gecontinueerd, zei collegelid Tineke Zweed tijdens de vergadering van de expertgroep Financiën van de HSR op woensdag 6 december. Wel vloeit er een miljoen euro terug naar de algemene middelen. Dat bedrag was uitgetrokken voor een belangrijke taak van LINC-T: het intensiveren van scholing in didactische vaardigheden bij docenten.

Onderwijsvernieuwing
Tijdens de vergadering kwam ook de voortschrijdende vernieuwing van het onderwijs aan bod. HSR-voorzitter Joost Ansems signaleert dat veel opleidingen bezig zijn met het vernieuwen van het curriculum. Hij vraagt zich af of de HU wel over de juiste lokalen, systemen en docenten beschikt. ‘Als de onderwijsinnovatie in dit tempo wordt uitgevoerd, krijgen we een megaprobleem’, voorspelde hij.

Collegelid Zweed antwoordde dat flexibiliteit nodig is bij innovatie- en huisvestingsprojecten, in dialoog met docenten, studenten en instituutsmanagement. ‘Als blijkt dat we daar op een andere manier op moeten acteren, dan doen we dat.’

Advertentie