‘Berlijn is tof maar die populariteit benutten scholen niet – en dat is zonde’

In onze korte serie interviews met taal-docenten: Esther Hokken over Duits, de HU en het vak als docent.

Esther Hokken (34) werkt sinds acht jaar bij Hogeschool Utrecht. Ze levert de Duitse taaldocenten af. Je weet wel, die vaklieden waar zo’n schreeuwend tekort aan is. In onze korte serie interviews met taal-docenten vertelt ze over Duits, de HU en het vak als docent.

Hoe kwam je bij de HU terecht?
‘Ik werkte in het vernieuwende voortgezet onderwijs. Dat had ik zeker tot mijn pensioen willen doen, maar dan had ik nooit iets anders gedaan. Ik zag mezelf niet overstappen naar traditioneel onderwijs, want ik was gewend aan vrijheid. Ik gebruikte mijn eigen lesmateriaal en voelde niks voor het keurslijf van de reguliere methodes. Drie jaar geleden werd mijn tweede dochter geboren en besloot ik op de HU over te stappen. De werktijden hier zijn prettig te combineren met mijn gezin.’

Hoeveel eerstejaars hadden jullie dit jaar?
‘In voltijd 15, maar in deeltijd 25. We zijn geen kleine opleiding, maar twee keer zoveel in voltijd zou mooi zijn.’

Waarom kiezen onze studenten voor Duits?
‘De één vanwege een Duits familielid, de ander vanwege een leuke leraar Duits. Echt hoor, er zit iemand in Veenendaal die tientallen enthousiaste studenten aflevert. Ik koos zelf voor het vak vanwege mijn Duitse moeder. Ik was een gemakzuchtige puber en ik wist niet wat te kiezen. Leerlingen kiezen trouwens ook voor Duits wanneer er crisis heerst op de arbeidsmarkt. Dan gaan ze voor zekerheid.’

Waarom hebben jullie relatief weinig studenten?
‘In de praktijk zien we dat de focus op grammatica ligt in het voortgezet onderwijs. De taal wordt daardoor onnodig moeilijk gemaakt, terwijl Duits best gemakkelijk is. Wat wil je dat een leerling na de middelbare school kan? Ik denk dat het genoeg is voor de gemiddelde leerling als hij een drankje kan bestellen en zijn weg kan vinden in Duitsland. Daarvoor hoef je die rijtjes van ‘aus, bei, mit, nach, seit, von, zu’ (derde naamval red.) niet uit je hoofd te leren.’

Waar legt de lerarenopleiding van de HU de nadruk op?
‘We leggen die op het bestellen van dat drankje, op het leuke land dat Duitsland is. Berlijn is tof, de uitgaanscultuur, de muziek. De populariteit van die stad wordt op scholen niet uitgebuit, dat is zonde. Het punt met grammatica is: als een leerling die regels heeft leren toepassen dan heeft hij aan het einde van de les het gevoel van: ‘Wow, ik heb iets geleerd.’ Bij taalverwerving gaat dat subtieler en ervaar je niet dat directe succes.’

Wat vind je van boeken lezen?
‘Sinds de tweede fase in 1998 lezen de leerlingen nog maar drie boeken. Dat sluit aan bij deze tijd, waarin we veel minder lezen dan vroeger. Het zou meer mogen zijn, maar dan moet je goede boeken kiezen, op het niveau van het kind. Literatuur is belangrijk want helpt enorm bij de taalontwikkeling. Van de 75 studiepunten zijn er bij ons 15 alleen voor literatuur.’

Zou het beter zijn om een paar lerarenopleidingen Duits af te schaffen?
‘Toen de Hogeschool van Amsterdam nog geen lerarenopleiding Duits had, kregen wij meer leerlingen uit die regio en zaten onze klassen voller. Maar toen InHolland haar opleiding afschafte, en heel Noord-Holland zonder zat, was dat niet goed. Je moet de opleiding wel overal in Nederland kunnen volgen, vind ik. Het is een belangrijk vak.’

Waarom is Duits belangrijk?
‘Duitsland is ons grote buurland. Het zou daarom nooit de positie van het Spaans of Chinees moeten krijgen. We drijven veel handel met de buren. Je kunt gemakkelijk zeggen dat je het met Engels wel redt, maar dat is niet zo. Bij kleinere bedrijven praten veel Duitsers nog geen andere taal. Bovendien, zelfs al doen ze dat wel, je hebt een streepje voor als je hun taal spreekt. Het gaat trouwens ook om de cultuur, daar geven we veel les over. In Duitsland word je veelal geacht ‘u’ te zeggen. En tussen de middag eten ze warm. Het zijn kleine dingen, maar handig om te weten.’

Waarin verschilt de lerarenopleiding Duits van de HU met andere hogescholen?
‘De verschillen zijn niet groot. Wat we  veel doen, is het principe van ‘de dubbele bodem’ toepassen. Dat betekent dat we in onze lessen meteen al laten zien hoe de studenten straks zelf kunnen lesgeven. We doen bijvoorbeeld spelletjes in de les. Dan moeten ze gesprekken voeren als verhuurder en huurder. Of we spelen een kamer en dan is iedereen een meubelstuk. Een soort Wie ben ik?’

Wat vind je van woordjes ‘stampen’?
‘Ik heb tijdens mijn opleiding een boek met woordjes moeten stampen, vierhonderd pagina’s. Dat vond ik verschrikkelijk. Het is niet erg om woordjes te leren, maar je moet er een context bij geven. Haal ze bijvoorbeeld uit een tekst die je samen leest. Bij ons moeten studenten verplicht een half jaar naar Duitsland. Daar leren ze pas echt veel nieuwe woorden. Ze vinden het spannend, maar achteraf altijd leuk. We spreken ook Duits in de les, doeltaal is voertaal heet dat. Maar dat lukt niet altijd.’

Hoe ervaar je de werkdruk als docent?
‘Er zijn nu toevallig twee zieken, dus het is flink druk, maar over het algemeen is het goed te doen. Ik ben geen digibeet, maar het veranderen van de systemen geeft de meeste werkdruk. Ik ben liever met studenten bezig dan met het uitzoeken van hoe Canvas of GradeWork werkt.’

Wat raad je ons aan, om wat Duitse cultuur op te snuiven?
Weissensee, op Netflix. Een beetje kitscherig, maar het geeft een prachtig beeld van hoe de mensen onder de Stasi leefden, in de DDR. Echt de moeite waard. En als je muziek wil luisteren, zet dan Element of Crime op. Hele mooie Duitse liedjes.’ 

Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *