Aardse heiligen

Een leven, zonder auto’s, zonder TV of andere moderne geneugten.

In dit gebied wonen veel Mennonieten, merk ik. Ik zit met een groep van hen in de bus. Voordat we instappen, herken ik de mannen al aan hun blauwe tuinbroeken en hun strooien hoeden. De meisjes die met hen meereizen, zijn zonder uitzondering nog heel jong, met hele bleke gezichten en brilletjes, met dikke lange kousen aan, strooien hoedjes en bloemetjesjurken tot over de knie, en overal wapperende linten.

Ik forceer een gesprek met een Mennoniet aan de overkant van het gangpad. Hij legt uit, dat ze onderling een soort klassiek Duits spreken, iets wat ik niet versta. Vandaar dat we Spaans met elkaar spreken. Oorspronkelijk komen ze nota bene uit Nederland, maar dat is alweer een aantal generaties geleden. Ze leven in hun eigen traditionele landbouwgemeenschappen, maar vermengen zich niet met Bolivianen: “Die zouden nooit aan onze leefwijze kunnen wennen”. Vandaar dus de witte gezichtjes en de helderblauwe ogen.

Mijn vragen worden steeds vrijmoediger en ik kom heel wat te weten over hun leven, zonder auto’s, zonder TV of andere moderne geneugten, hun strenge geloof, de man-vrouw verhouding, hun leefregels. Het lijken me sobere hardwerkende mensen, hun oogopslag is eerlijk, en ze schromen niet om op mijn vele vragen in te gaan, wat me verrast. De Bolivianen in de bus luisteren gretig mee. Ik ben gefascineerd door wat ik allemaal hoor. Een nieuwe interesse ontvouwt zich: Mennonieten, Amish, Herrenhütters…

Ik bezoek het gebied van de Misiones, daar waar de Jezuïeten zich vanaf het eind van de 17e eeuw tot aan hun verbanning uit het land in 1767 (de Spaanse Kroon voelde zich door hun toenemende invloed bedreigd) wijdden aan de kerstening van de inheemse bevolking. Sinds 1990 is dit gebied tot Werelderfgoed verklaard, en de unieke kerkjes die de Jezuïeten met de bewoners hadden opgebouwd en die in verval raakten, krijgen een opknapbeurt met behulp van buitenlandse fondsen. Met veel geduld wordt getracht alle latere kalklagen van de muren weg te poetsen en de oorspronkelijke schilderingen weer tevoorschijn te toveren. Ik bezoek 6 kerkjes in dorpen met heiligennamen als San Javier, Santa Ana en San Miguel. Elk kerkje is een wonder van schoonheid en voert je terug in de tijd.

Ik ontmoet geestelijken. Een bejaarde Franciscaanse non, afkomstig uit Oostenrijk, een van de laatste drie zusters in San Rafael, die verhaalt over haar gelofte van gehoorzaamheid, armoede en kuisheid. Als ik haar recht op de vrouw af vraag hoe ze het hier uithoudt, zegt ze met een glans in haar ogen: “Ik ga elk jaar een paar weken naar Oostenrijk.”

In Concepción woon ik een deel van de avondmis bij en praat daarna met de pastoor, een dikke zwetende man die nadat hij zijn toga heeft uitgedaan, hijgend neerzijgt op een stoel. Hij is Duitser en spreekt Spaans met zo’n afgrijselijk accent, dat de bevolking hem waarschijnlijk nauwelijks kan volgen. “Ach, de mensen hier hebben gewoon afleiding nodig, en die bied ik hen dus.” Op mijn lachende commentaar, dat hij wel erg cynisch overkomt, zegt hij: “De mensen hier zijn goedgelovig. Een paar jaar geleden zagen ze bijvoorbeeld een blauw licht hier boven het plein zweven en sindsdien vereren ze een palm, omdat Maria daarin zou zijn neergedaald. Maar ik denk dan: Onzin, Maria zou dan toch wel die extra meters verder hebben afgelegd naar de kerk? De mensen hier geloven van alles, zelfs dat wat Evo Morales hen belooft.”

De liefste pater die ik ontmoet, is de tanige pater Ramón, die gepensioneerd is en zijn eigen huiskapel gebouwd heeft, waar hij de mis voor omwonenden opdraagt. Als ik met mijn twee begeleiders ’s morgens om 10 uur in zijn huis word binnengelaten, komt er gelijk bier op tafel. “Kan toch wel?”, vindt hij, met glinsterende pretoogjes. Hij is afkomstig uit Chicago en wil gelijk mijn mening over Obama weten. Zelf toont hij zich erg enthousiast over de komende president. Maar hij beaamt ook onmiddellijk dat er op de democratie in de VS flink valt af te dingen. “Geld en macht corrumperen” is zijn stellige overtuiging, “daarom heb ik ook nooit bisschop willen worden. Bisschoppen zijn allemaal corrupt.”

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...