In het voetspoor van El Che

Marja volgt de Ruta del Che.

Als je in Vallegrande komt, wordt je al snel duidelijk gemaakt, dat dit gebied iets met Che Guevara te maken heeft. Overal duikt zijn beeltenis op en verschillende namen van restaurants verwijzen naar hem.

Dit is dan ook het gebied, waar Che het laatste jaar van zijn leven heeft doorgebracht, toen hij bezig was om hier een trainingscentrum op te zetten voor guerrillastrijders en het plan had om hiervandaan Latijns Amerika te ‘bevrijden’. Hier is hij ook gedood, in 1967. Geen wonder, dat de dorpen in dit gebied hun kans schoon zien om met dat gegeven een graantje van het toerisme mee te pikken. Zo is de officiële ‘Ruta del Che’ ontstaan.

Natuurlijk wil ook ik een paar hoogtepunten bezoeken. Dus tijg ik met een aftandse taxi over een eindeloos zandpad door de bergen naar het gehuchtje La Higuera (20 families), waar Che om het leven is gekomen. Het kleine pleintje staat vol monumenten, beelden, borstbeelden en andere verwijzingen. Het schooltje is de plek die ik moet zien, want daarbinnen is het gebeurd. Ik krijg alle details uitgebreid te horen en zie de stoel waarop hij zat, toen hij werd doodgeschoten. Ik onderdruk de neiging om ook even op die stoel plaats te nemen. Hoevelen zouden het wel doen?

Rond zijn sterfdatum, 9 oktober, schijnt dit plaatsje een hausse van adepten van el Che aan te trekken. Vooral jongeren, die graag hun idool eer willen bewijzen en die het dorpje daarom een paar dagen op zijn kop zetten. Terwijl ik er ben, is er geen andere toerist te bekennen.

Ook de grotere plaats Vallegrande tracht mee te profiteren. Daar kan ik het ziekenhuis en de plek bezoeken waar Che uiteindelijk is afgelegd, gewassen en tentoongesteld aan de wereldpers. Ook bezoek ik zijn voormalige graf, waar hij 30 jaar gelegen heeft zonder dat dat bekend was, totdat men er, pas in 1997, achter kwam dat zijn stoffelijke resten onder een landingsbaan van het kleine vliegveldje lagen, samen met die van een aantal kameraden. Zijn resten werden opgegraven en naar Cuba gebracht.

Het grafveld waar de kadavers van zijn beroemde medestrijdster Tanya en andere guerrilleros gevonden zijn, bezoek ik ook. Gedenkstenen en kleurige schilderingen markeren de plaats. Overigens blijkt de Che-route pas weinig toeristen te trekken. Per jaar doen 1600 buitenlanders de plaats aan. Veel is het niet.

Wanneer we met een jeep de zoveelste lekke band hebben, wanneer we met de bus weer eens oponthoud hebben omdat een zandgraver in een kuil getuimeld is en de weg blokkeert, wanneer ik met mijn koffer met wieltjes (!) over de ongelijke stenen van Vallegrande wankel, vraag ik me af waar Che in deze tijd zou staan. Zou hij achter het beleid van Evo Morales staan, die vooral kiest voor de inheemse bevolking (in het westen) en probeert hun achtergestelde positie te verbeteren? Of zou hij zich achter de mensen in deze regio scharen (in het oosten), die voor een groot deel tegen Morales zijn gekant, omdat ze vinden dat hij hun gebied teveel in de steek laat? De roep om meer autonomie zie je overal op muren en schuttingen. Zelf ben ik er nog lang niet uit.

Inmiddels zit ik in Cochabamba, een van de aangenaamste steden van het land, min of meer op de grens tussen het westelijk hoogland en het oostelijk laagland. Als ik aan mijn lunch zit op een terras in het centrum en net mijn overvolle bord voorgezet heb gekregen, schuifelt een oude vrouw voorbij met een klein leeg pannetje in haar handen. Ik wenk haar, pak haar pannetje aan en schuif de helft van mijn eten erin. Pannetje vol, broodje er op, klaar. Een win-win situatie: zij te eten, ik hoef niet tegen een veel te vol bord aan te kijken. Wel gek als ik op het terras mijn eten zit leeg te eten en zij een paar meter verder op de grond haar pannetje. Het is tekenend voor de armoede hier. Veertig jaar na Che is er nog steeds weinig veranderd…

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...