Gerard Sweep, docent aan de School voor Journalistiek, reageert op het artikel over bureaucratie in Trajectum nummer 2.
Laat ik een lullig voorvalletje van vorige week nemen. Ik wil een voldoende invoeren voor het dossier examen Journalistiek oude stijl, maar ik sta niet op de lijst van examinators, dus ik vraag de administratie mij toe te voegen. Deze meldt mij dat ik het verzoek moet richten aan mijn leidinggevende. Daarna verloopt de procedure ongeveer als volgt:
- De leidinggevende verzoekt de instituutsdirecteur mij bij de examencommissie voor te dragen als examinator.
- De instituutsdirecteur doet het verzoek.
- De examencommissie accordeert het verzoek en verwittigt de instituutsdirecteur.
- De instituutsdirecteur verwittigt de leidinggevende.
- De leidinggevende verwittigt de administratie.
- De administratie verwittigt mij.
- Ik voer het cijfer in.
Alles bij elkaar opgeteld is dit gauw een uur werk voor een reeks duurbetaalde betrokkenen. De stress bij student (want de tijd drong) reken ik even niet mee. Gelukkig was het in een dag of drie geregeld. Best snel dus. Maar voorheen, in het rechtstreekse contact met de administratie, kon het dezelfde ochtend nog en was het hooguit tien minuten werk. Een stuk of vijf collega’s van mij hadden overigens hetzelfde probleem.
Moeten we niet toch kiezen voor zo’n zware benoemingsprocedure omdat de zorgvuldigheid dit eist? Moeten we er niet alles aan doen om gesjoemel en wanprestaties te voorkomen? Op papier is de procedure inderdaad veel zorgvuldiger en betrouwbaarder, maar materieel maakt het weinig uit. Ik kan me natuurlijk bij een argeloze administrator laten registreren voor een cursus die ik niet geef, teneinde een voldoende in te voeren voor een bevriende of goed betalende student. Maar als ik een cijfer invoer, is dit wekenlang zichtbaar voor de collega’s die deze cursus wél geven en mijn actie blijft traceerbaar tot in de eeuwen der eeuwen, dus ik kijk wel uit. Als ik wil sjoemelen , doe ik het wel in mijn eigen cursussen.
Heeft de zware benoemingsprocedure van examinatoren dan geen enkel praktisch effect? Toch wel, het effect is namelijk dat de eerste verantwoordelijkheid bij de direct betrokkenen komt te liggen. Als er onverhoopt iets dramatisch misgaat en de pleuris uitbreekt (zo vaak gebeurt dit nu ook weer niet), hebben de bestuurders er alles aan gedaan om de zaken in goede banen te leiden. De verantwoordelijkheid berust dan bij de lokale leidinggevende, de lokale examencommissie en de lokale docent. Bij mij dus.
In voorkomende gevallen word ik daar ook nadrukkelijk op gewezen. Ik voer regelmatig cijfers in voor docenten die geen bevoegdheid hebben als examinator omdat ze geen vaste aanstelling hebben. Dat doe ik al jaren, net als mijn collega’s. Nieuw is dat ik van mijn examencommissie te horen heb gekregen dat ik me goed moet realiseren dat ik hiermee “ook verantwoordelijk én aansprakelijk [ben] voor de deugdelijkheid van die cijfers”.
Als ik hiermee een belangrijke bijdrage zou leveren aan de borging van de kwaliteit van de toetsing, zou ik ermee kunnen leven. Maar ik denk dat het de praktijk nauwelijks verbetert, net zo min als de zwaar opgetuigde benoemingsprocedure voor docenten. Wel is het een hoop zinloos werk en creëert het een cultuur waarin alleen veilige beslissingen worden genomen. En áls er een keer iets goed fout gaat, is het beslist niet uitgesloten dat de ramp zich voltrekt onder de ogen van verantwoordelijken die zich op de monotone cadans van een eindeloze reeks bureaucratische procedures in slaap hebben laten wiegen.

Zowel deze reactie als het stuk waarop deze reactie is gebaseerd geeft blijk van het feit dat beide schrijvers zich gelukkig niet gehinderd voelen door enige kennis van zaken. Aan die zaken die hier worden afgedaan als bureaucratie liggen eisen ten grondslag die de HU met de meest zorgvuldige zorgvuldigheid vorm geeft. Om dit af te doen met ‘gebrek aan vertrouwen’ en ‘lullig voorvalletje’ en meer van dergelijke ongenuanceerde droeftoeteruitspraken getuigt van een bepaalde opstelling waarvan ik me afvraag waar en of dit bedoeld is als een positieve bijdrage aan de ambities van de HU.
‘Niet gehinderd door enige kennis van zaken.’ Tja… Het is niet mijn taak om de verslaggeving van Trajectum te verdedigen. Laat ik maar volstaan met de observatie dat iemand die dit beweert over een reportage, niet gehinderd wordt door enig benul van de taak van de journalistiek.
Míjn bijdrage is wél opiniërend. Wordt die ‘niet gehinderd door enige kennis van zaken’? Het staat ‘Wappa’ vrij om aannemelijk te maken dat de steeds verder verfijnde procedures om (bijvoorbeeld) op rechtmatige wijze een cijfer te geven, wel degelijk leiden tot een grote verbetering van de betrouwbaarheid. Maar dat doet hij niet.
Van de onderkant bekeken: zijn er op de HU de nodige affaires geweest waarin op frauduleuze wijze cijfers zijn uitgedeeld of verkregen? Dan zijn ze een goed bewaard geheim gebleven, want ik ken er maar één, de diefstal van tentamenopgaven op de FEM. Dat is eerder een gevalletje Ibn Khaldoun dan een gevalletje Inholland. En, o ja, heel lang geleden hadden we Belgische spookstudenten in huis. Een echt grootschalige diplomafraude kan alleen plaatsvinden als daar trefzeker leiding aan wordt gegeven door managers en bestuurders.
Aan de procedures “liggen eisen ten grondslag die de HU met de meest zorgvuldige zorgvuldigheid vorm geeft”, zegt ‘Wappa’. Dat laatste zal ik zeker niet bestrijden. Maar de suggestie dat het hele pakket aan maatregelen en de detaillering daarvan afgedwongen zijn door wetgever en inspectie is aantoonbare onzin. Nogal wat maatregelen zijn geheel van HU-makelij, en de detaillering is dat zeker. Dit gold al voor het 26-puntenplan dat werd opgesteld na de Inhollandaffaire en dat ons ‘Van Cijfer tot Diploma’ heeft gebracht.
Dus, bij afwezigheid van argumentatie anders dan ‘niet gehinderd door enige kennis van zaken’, handhaaf ik mijn hypotheses:
1. Veel van de bureaucratische detaillering levert tegen hoge kosten nauwelijks een feitelijke verbetering op van de betrouwbaarheid en de kwaliteit van het werk.
2. Het effect is wel dat er een illusie van beheersbaarheid wordt gecreëerd en dat de verantwoordelijkheid voor ongelukken zoveel mogelijk naar beneden wordt geëscaleerd.
Gerard Sweep