Columns

Ontvlechting: rijdende trein mag je stoppen

Woensdag 25 juni 2014 heeft de Hogeschoolraad HU (HSR) ingestemd met de 'ontvlechting 2de fase'. HSR Fractie MUST stemde tegen en kan deze instemming niet ‘verkopen’ aan haar achterban. De fractie legt het uit:

De instemming met de 'ontvlechting tweede fase' heeft tot gevolg dat zo'n 230 extra ondersteunend medewerkers ondergebracht worden bij HU Diensten en dus niet langer voor de faculteiten werken (zie eerdere berichtgeving van Trajectum hierover). De ontvlechting is volgens het College van Bestuur een randvoorwaarde om de vervolgstap, het 'harmoniseren', te kunnen zetten. Fractie MUST kan zich hier gedeeltelijk in vinden. De fractie is van mening dat het nuttig is als de processen en daarmee de functies die geharmoniseerd worden onder dezelfde aansturing vallen. Echter is er nog geen plan voor de harmonisatie, waardoor het nog volstrekt onduidelijk is welke processen wanneer geharmoniseerd zullen worden. Dat niet alle processen tegelijk geharmoniseerd zullen worden is duidelijk.

De fractie vindt het raar dat er al randvoorwaarden worden gerealiseerd voor een verandering die nog niet gepland is. Dit is volgens ons een verkeerde volgorde. Het roept vragen op zoals of het wel echt een randvoorwaarde is? Kan er niet volstaan worden met het ontvlechten van een beperkt aantal functies welke bovenaan de harmonisatie 'to do lijst' staan? Ook over het niet nakomen van afspraken die zijn gemaakt rondom de besluitvorming van de eerste fase van ontvlechting is de fractie niet te spreken.

Naast deze vreemde procesvolgorde had de fractie vraagtekens bij de evaluatie van het projectteam en de ommezwaai van de Hogeschoolraad. De evaluatie was niet onafhankelijk uitgevoerd en de evaluatie van de eerste fase van ontvlechting beperkte zich tot de betrokken OBP medewerkers en tot de communicatie over de eerste fase. Fractie MUST had graag een onafhankelijke evaluatie gezien, die ook OP-medewerkers zou bevragen over hun beleving van de ontvlechting (bijvoorbeeld over de invloed op de kwaliteit van de ondersteuning en daarmee het onderwijs).

Dat de Hogeschoolraad na eerdere stevige bezwaren opeens overwegend positief was, heeft de fractie zeer verbaasd. De adviezen van de facultaire medezeggenschapsraden waren negatief en de toezeggingen van het CvB over een enquête en een meldpunt zijn proces zaken na de instemming en hadden als zodanig voor ons geen invloed op het plan wat voorlag. Voor veel HSR leden waren deze zogeheten 'beheersmaatregelen' echter wel voldoende om in te stemmen. Voor Fractie MUST absoluut niet. Ook vindt de fractie dat de achterban is gepasseerd en niet serieus is genomen.

De fractie heeft zich daarnaast ook geërgerd aan het 'rijdende trein' argument ('daar kun je niet opeens van af springen of mee stoppen'). De fractie is van mening dat ook een rijdende trein, als die op het verkeerde spoor of te hard rijdt, gestopt kan en moet worden. We zijn als HSR niet voor niks een controlerend orgaan. 

HSR Fractie MUST was niet per se tegen de ontvlechting maar wilde deze op zijn minst uitstellen om eerst betere voorbereiding en plannen te kunnen maken. De organisatie wordt nu belast met een ingrijpende wijziging die (nog) nergens goed voor lijkt te zijn. De fractie zal de verdere stappen in het vervolgproces nauw monitoren om waar nodig bij te kunnen sturen.