Een technische master in een jaar, lukt dat?

Een technische master van een jaar. Er was behoefte aan, maar er was ook de nodige scepsis. Nu hij een half jaar bestaat is het tijd voor een evaluatie. Eén ding is zeker: het is keihard werken.

Master-studenten Dimitri en Adora. Foto: Kees Rutten

De klimaatcrisis, tekorten in de zorg, stoppen met gas uit Groningen. Wie gaan deze belangrijke, maar uiteenlopende problemen aanpakken? Aan de HU proberen ze mensen hiervoor op te leiden met een technische master van één jaar: Next Level Engineering. Na het eerste half jaar is het tijd voor een evaluatie. Hoe pittig is de opleiding? Maakt ze de beloftes waar? In gesprek met projectleider Ansfrida Vreeburg, samen met docent Leo Polak en twee studenten.

Met een technische master ben je meestal wel even bezig. Doorgaans twee jaar aan de universiteit. En als je een hbo-bachelor hebt afgerond ook nog een pre-master van een jaar. Dus het is logisch dat een eenjarige variant niet eenvoudig is. Dat merkt ook Vreeburg: ‘Het is pittig. Studenten zitten zeker van half negen tot zes op school en er zijn al flink wat onvoldoendes gevallen.’

Ze waarschuwde de studenten van tevoren voor de snelkookpan waarin ze zouden belanden. Het college van bestuur wilde geen toelatingstoets voor de master, maar Vreeburg ging wel met alle geïnteresseerden vooraf in gesprek. ‘Het belangrijkste vond ik de motivatie van de student. Ik vroeg ze: “Start with the end in mind: Bij welk bedrijf zou je graag werken waar je nu nog niet genoeg voor in huis hebt?”’

Bedrijven als Schneider Electric, UMC Utrecht en Tennet vroegen al jaren om een praktisch georiënteerde technische master. Ze hadden behoefte aan afgestudeerden met genoeg technische kennis, die tegelijkertijd overzicht konden bewaren over ingewikkelde projecten. Ook vanuit de studenten van hogescholen was er vraag naar een technische master waar je niet meteen drie jaar aan kwijt was. Maar niet iedereen was meteen enthousiast.

Een jaar leek te kort

Docent Polak moest ook wennen aan het idee van een éénjarige technische master zonder schakeljaar. ‘Een jaar leek me te kort om het masterniveau te bereiken. Nu begrijp ik dat er veel functies zijn waarvoor de diepgaande theoretische kennis van de universiteit niet nodig is, maar wél een technisch masterniveau om complexe problemen te kunnen analyseren en aan te pakken. Afgestudeerden moeten in staat zijn om zich, wanneer het nodig is, nieuwe theorie en vaardigheden on the job eigen te maken. Ook tot een niveau dat je mag verwachten van iemand met een technische master. Voor een eerste jaar slagen we hier behoorlijk goed in. Ik ben onder de indruk van hoe we dit met het team in één jaar hebben neergezet. ’

De docenten sprongen in het diepe voor deze master. ‘Logisch,’ lacht Vreeburg. ‘Als het niveau van de student hoger wordt, moet de docent ook aan de bak.’
Ze werken veel met het test early, fail early principe: veel kleine spuugmodellen maken om zo vroeg te ontdekken wat niet werkt. Ze oefenen ook met nieuwe onderwijsvormen, zoals ‘de docent als coach.’

Koeien en plastic

Toen Dimitri (21) klaar was met zijn bachelor Werktuigbouwkunde vond hij zichzelf te jong om te gaan werken. De TU Delft leek hem te academisch en via Google kwam hij bij deze master terecht. Op basis van één pagina schreef hij zich in, met de gedachte: “Ik kan altijd nog stoppen.” 

Hij wil productontwikkelaar worden. Tijdens zijn stage bij Lely Industries ontwikkelde hij een geautomatiseerde melk-klep, waarmee koeien zelf bepalen wanneer zij gemolken worden. ‘Dat was high tech, met hoge nauwkeurigheden,’ vertelt hij enthousiast. Bij een andere stage hielp hij mee aan een machine die meet van welk type een plastic recycle stroom is. ‘Op het moment dat die machine dat goed kan, kun je precies het aantal korrels mengen voor nieuw plastic, zonder slapte of gekke kleur. Het voorkomt ook dat je overbodig virgin plastic aan de oven moet toevoegen.’

De master is voor Dimitri interessant omdat het hem kennis geeft van andere disciplines, zoals data science en elektrotechniek. Hij kan niets bedenken wat hij minder prettig vindt aan de master. Vreeburg grinnikt: ‘Ik kan wel even de ruimte verlaten’. Maar hij is ernstig: ‘Nee, hooguit wat kleine dingetjes, soms was een opdracht voor studenten niet zo duidelijk als in de ogen van de docent.’

Een streepje voor

De eerste weken in september waren voor iedereen wennen. Vreeburg: ‘Na vier weken kregen we bij een tussenevaluatie terug dat we de druk te hoog legden. We moesten duidelijker zijn over waarom we de studenten zo lieten zwemmen. Dat zijn we geweest, met succes.’

‘Als je níet meer dan veertig uur per week wil studeren,  moet je deze master niet doen,’ zegt Dimitri onomwonden. Je moet ook een teamplayer zijn en niet bang zijn voor elektronica. “Hier zijn vier snoertjes en een computertje, ga er maar iets van maken”, zeggen ze dan. We lopen vaak rond in het gebouw om hulp te vragen aan docenten en andere studenten. We zijn vanochtend nog  langs de labs gegaan, op zoek naar een trilplaat. Gelukkig hebben we een streepje voor bij de docenten, die ons snel hebben leren kennen. Soms zeggen ze: “Je wil een antwoord, loop dan even naar die studente in die blauwe trui – zij weet het antwoord wel.”’

Op school tot 10 uur ‘s avonds

Adora (24) heeft tijdens de master een andere technische tak ontdekt: programmeren. Ze kijkt voor haar afstuderen bij AFAS Software naar het ontwerpproces achter de software. Na deze master wil ze verder in de ‘bedrijfssoftware’. Ze had haar opleiding technische bedrijfskunde voltooid en had behoefte aan verdieping in techniek. ‘De schakel tussen wat een klant voor ogen heeft en hoe ik dat maak, vind ik het interessantst. Ik hou van de menselijke kant, in combinatie met het bedenken van slimme dingetjes.’
Ze vindt de master zwaarder dan ze verwacht had. ‘Soms zit ik tot tien uur ‘s avonds op school. De eerste weken was ik wel eens wanhopig van alles wat ik niet begreep. Maar de klas is hecht en we helpen elkaar.’

De HU wil opleiden in de thema’s van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN, maar Vreeburg bespeurt bij haar studenten vooral hartstocht voor techniek: motoren, zeilboten, pretparken.

Adora: ‘In mijn persoonlijk leven doe ik veel voor het milieu. Geen shampoo kopen in plastic flessen bijvoorbeeld. Dat ik tijdens mijn opleiding niet met duurzaamheid in aanraking ben gekomen, is puur toeval. Het heeft simpelweg niet mijn pad gekruist. Mijn medestudenten zijn hier wel druk mee, bijvoorbeeld bij het afstuderen.’

Dimitri: ‘Duurzaamheid komt overal voor dus we zullen er hoe dan ook iets mee gaan doen. Ik vind die persoonlijke stapjes juist vrij nutteloos. In een bedrijf hebben we meer impact.’

Soft skills en praktische problemen

Over de Nationale Studenten Enquête (NSE) maakt Vreeburg zich geen zorgen. ‘De studenten zijn tevreden over de docenten, waarschijnlijk door hun betrokkenheid.’ Afgelopen september startten zestien studenten, één kleine klas, maar van Vreeburg mogen dat komende zomer best twee klassen zijn. Op 21 april heeft de Master Next Level Engineering een open avond.

Dimitri en Adora hebben wel eens iets uit te leggen. “Een Master of Science aan de hogeschool? Dat zal wel niet veel zijn.” Dimitri: ‘Als je een wetenschapper van de universiteit in een afgesloten ruimte zet, zal hij zich beter redden dan wij.  Maar wij leren waar we de vragen moeten stellen en hoe we samenwerken met andere vakgebieden.’

Adora’s toverwoorden zijn ‘soft skills’ en ‘praktische problemen’.  Ze legt uit: ‘Een projectmanager die deze master heeft voltooid weet hoe hij een ingewikkeld project leidt. Hij spreekt de juiste mensen en zegt de goede dingen om ze mee te krijgen. Je zet ons straks in een bedrijf neer en we zien niet één boom, maar het hele bos. We leren de paniekfactor weghalen.’

Ansfrida Vreeburg, Dimitri, Adora en Leo Polak. Foto: Rachel Kloek
Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *