Waarom draag je wat je draagt? In HU’s Catwalk vraagt Trajectum studenten het hemd van het lijf over hun stijl, kleding en het belang van uiterlijk. Deze keer betreedt Elijah (20) de catwalk. Ze studeert docent Engels aan de HU.
Wat heb je aan? ‘Winterschoenen met daarboven witte beenwarmers en een panty. Een lange rok die kort lijkt doordat ik er een off-shoulder panterprintshirt overheen aan heb. Ik heb een strikje aan mijn rok hangen. Alles is eigenlijk bruin, zwart of wit. Ik heb drie kettingen om, oordbellen in en een witte haarband op.’

Omschrijf je stijl ‘Mijn stijl is alles waar ik die dag zin in heb om te dragen. Als ik iets leuks zie en ik weet dat het bij iets in mijn kast past, dan haal ik het. Ik koop ook alleen maar kleren als er andere dingen bij passen. Ik heb geen vaste stijl. Ik vind de 2000s-stijl (lage taille, crop tops, velours trainingspakken, minirokjes, red.) interessant, maar dat is niet echt wat ik nu draag.’
Past jouw stijl bij je persoonlijkheid? ‘Zeker. Ik vind het leuk om mezelf te uiten met mijn kleding: de kleine accessoires die ik draag, mijn favoriete print. Ik hou van bloemen, dus ik heb een bloemenketting om. Mijn favoriete kleuren zitten erin. Vaak heb ik steroorbellen in of een sterrenketting, want ik hou van sterren. Alles bij elkaar zijn het mijn lievelingsdingen.’
Is jouw stijl veranderd? ‘Vroeger mocht ik nooit zelf mijn kleding uitkiezen, totdat ik op mijn zestiende begon te werken en er zelf voor betaalde. Sinds ik uit huis ben, ben ik veel meer mijn lievelingskleding gaan dragen, omdat ze er thuis op tegen waren. Het was te extra voor ze, maar dat ben ik ook, dus het past bij me.’
Wat voor kledingstuk draag je nooit? ‘Een kledingstuk is iets waar je op moet bouwen. Het is geen outfit zonder accessoires. Ik heb geen kledingstukken waarvan ik denk: dit zou ik nooit aandoen. Alleen sommige texturen vind ik lastig om te dragen, zoals microfiber en rubber. Sommige wolsoorten vind ik ook niet fijn. Dat heeft denk ik ook met mijn autisme te maken. Zo kan ik geen handschoenen aan met vingertoppen; daar word ik helemaal panisch van. Het ligt aan hoe je het stylet.’

Wat is essentieel in je kledingkast? ‘Je hebt basiskleding nodig, maar accessoires maken de outfit, zoals kettingen en hangertjes. Ze zijn ook makkelijk te vinden, want als je een tweedehandswinkel binnenloopt, heb je er genoeg. Als ik echt de deur uit ga, heb ik altijd wel een ketting om of iets anders. Ik heb ze ook die bij specifieke outfits passen.’
Welk kledingstuk draag je elke dag? ‘Alles wat ik heb met panterprint. Ik heb het ook snel koud, dus in de winter heb ik altijd een thermolegging aan. Daarnaast draag ik eigenlijk altijd beenwarmers of kousen, ook in de zomer. Het geeft detail aan je benen dat je normaal niet hebt als je alleen schoenen draagt. In de winter heb ik dikkere en in de zomer hele dunne.’
Is er een kledingstuk dat veel voor je betekent? ‘Een T-shirt dat ik deze zomer bij een concert heb gekocht. Daar ben ik met een hele goede vriendin naartoe gegaan. Het was mijn favoriete artiest en het shirt is me heel dierbaar. Het is van een Japanse artiest, Ado. Die komt bijna nooit hierheen en het is heel moeilijk om merchandise te krijgen.
Ik heb ook een kettinkje dat ik heb gekregen van een broertje van een hele goede vriendin van me. Ik zag hem zelf ook als een broertje dus toen hij op jonge leeftijd overleed kwam dat best hard binnen. De ketting heb ik ergens hangen, omdat ik bang ben dat het kapotgaat als ik het draag.’
Wat lezen mensen van jouw stijl af denk je? ‘Dat ik ‘extra’ ben. Ik denk dat mensen zien dat ik heel druk kan zijn en dat wil ik ook met mijn kleding laten zien. Ik ben gewoon mezelf en dat is oké.’
Wat wil je met je stijl laten zien? ‘Dat het niet uitmaakt hoe je je kleedt, zolang je maar jezelf bent. Dat komt ook vanuit mijn ouders, die vaak zeiden dat ik minder extra moest zijn. Tegen vrouwen wordt sowieso vaak gezegd hoe ze zich moeten kleden. Natuurlijk moet je professioneel zijn als je werkt, maar voor jezelf zou het niet moeten uitmaken wat andere mensen denken.’

Waar haal jij je inspiratie vandaan? ‘Van mijn favoriete artiesten: Billie Eilish, Chappell Roan en Ado. Van series die ik kijk en van vrienden om me heen, mensen die ik zie. Op Pinterest heb ik een board waar ik kleding opsla. Daar haal ik ideeën uit en dan ga ik naar een tweedehandswinkel om te kijken of ze het hebben. Ik vind de Japanse kledingstijl ook interessant, specifiek gyaru, maar die is hier moeilijk te vinden. Dus het wordt tijd om naar Japan te gaan.’
Waar winkel je vooral? ‘Bij de New Yorker of bij de tweedehandswinkels, maakt niet uit welke. Ik heb ook kleding van vijf, zes jaar geleden; daar zet ik dan een schaar in en dan is het iets nieuws. Sommige kleren heb ik uit de kast van vrienden. Die zeiden dan: dit past mij niet meer, wil jij het hebben?’
Wat doe je in je vrije tijd? ‘Ik vind het leuk om creatief bezig te zijn, vooral tekenen. Daarnaast schrijf, zing, game en lees ik graag. Ik ben ook cosplayer en doe dat meestal van series of games. Zo was ik recent Yoru van Chainsaw Man. Maar mijn favoriet blijft toch Pomni van The Amazing Digital Circus.’
Lievelingsgame? ‘Undertale. Het was een van de eerste spellen waarbij ik echt in een fandom terechtkwam. Het spel heeft ook een mooie boodschap, vind ik. Ik heb alle drie de routes gespeeld.’
Lievelingsserie? ‘Minecraft Diaries. Een online serie van een YouTuber die ik vroeger keek. Het heeft me geïntroduceerd aan tekenen en aan mijn interesse in het schrijven van verhalen.’

Wat voor muziek luister je? ‘Ik vind J-pop leuk en normale pop. Ik luister ook naar rock en metal. Eigenlijk luister ik naar alles, zolang ik het leuk vind. Ik hou me niet aan één genre; waarom zou je dat doen als je ze allemaal kunt hebben? De taal maakt de muziek niet, maar de boodschap erachter.’
Welk cijfer geef je je leven op dit moment? ‘Een 8,5. Het leven kan nooit perfect zijn. Er zijn altijd dingen waarop je jezelf kunt verbeteren. Voor mij gaat het nu persoonlijk goed. Ik heb een leuke vriend, fijne vrienden. Het zal nooit perfect zijn, maar dat kan ook niet.’
Wat is je grootste angst? ‘Faalangst, maar niet in de toetsvorm meer in het leven. Ik wil echt iets van mezelf maken. Ik wil trots op mezelf zijn en op wat ik heb bereikt. Als kind moest alles perfect zijn, maar dat is steeds minder geworden. Ik heb mezelf aangeleerd dat het oké is, zolang ik mijn best doe. Je hoeft niet alles in één keer te halen. Het leven is vallen en opstaan, dus je overal zorgen om maken heeft geen zin.’
Wat vind je mooi aan jezelf? ‘Alle dingen die ik eerst haatte aan mezelf, daar ben ik nu blij mee. Als kind vond ik mijn neus vreselijk omdat ik hier een bult heb, en mijn oren vond ik te groot. Nu zijn dat juist twee dingen waar ik trots op ben. Ook hoe ik ben geworden door de jaren heen. Het is mooi om terug te kijken: vroeger dacht ik dat het nooit goed zou komen en nu zit ik hier. Ik ben heel trots op dat kleine meisje dat dacht dat ze het nooit zou halen.’
Wat wil je later worden? ‘De beste versie van mezelf. Ik wil de mensen om me heen gelukkig maken en dat hoop ik te kunnen doen als de beste versie van mezelf. Blijven leren, blijven groeien, anderen helpen en jezelf helpen. Zolang je maar gelukkig bent. Droombaan? Acteur of animator, of het liefst mijn eigen boek uitbrengen en daar een serie van maken.’


