Nieuws

Faculteitsraad en directeur botsen over organisatieplan

De medezeggenschapsraad en de directeur van de faculteit Maatschappij en Recht (FMR) verschillen van mening over de vraag of een plan voor organisatieverandering ter instemming moet worden voorgelegd. De raad heeft hierover een uitspraak gevraagd aan het college van bestuur en de Hogeschoolraad.
Het gaat om het plan ‘Huis van de FMR’ dat onder meer voorstelt om het aantal instituutsdirecteuren uit te breiden van twee naar vijf. Enkele jaren geleden is dit aantal verkleind vanwege de wens tot minder management. Volgens het college van bestuur en faculteitsdirecteur Loes Berendsen wordt dit experiment als mislukt beschouwd: elk instituut zou weer een eigen directeur moeten krijgen. Dit moet volgens de raad ter goedkeuring worden voorgelegd, maar de directeur vindt dat niet nodig.
Embargo
De faculteitsraad verwacht dat de maatregel ‘diep zal ingrijpen in de structuur, cultuur en dagelijkse praktijk van het onderwijs in de verschillende opleidingen’, staat in een nieuwsbrief die donderdag 16 april is verspreid. ‘Experiment of niet, dat kun je dus niet zomaar weer terugdraaien’, constateert Jacco Slothouber, voorzitter van de faculteitsraad. Op de plannen rust een embargo waardoor hij over de verdere inhoud niets kan zeggen.
 
De omgang van directeur Berendsen met de faculteitsraad noemt hij onduidelijk. Enerzijds is raad al in een vroeg stadium door de directie vertrouwelijk geïnformeerd over de plannen en is er veel over gesproken. Aan de andere kant kan de raad niet afstemmen met de achterban en worden de plannen niet formeel ter instemming voorgelegd. 
 
Complexe processen
Deze zaak staat niet op zich, stelt hij. Het komt regelmatig voor dat de directie de raad niet volledig informeert over plannen. ‘Wij willen graag onze formele rol kunnen pakken’, zegt hij. Verder zou de raad graag zien dat het personeel en studenten betrokken worden bij de planvorming. Die argumenten speelden ook een rol bij het onthouden van instemming met het meerjarenplan van de FMR, enkele weken geleden. 
 
Slothouber geeft aan dat dit niet per se te wijten is aan onwil van de directie. ‘Ik constateer dat beide partijen goed onderwijs en onderzoek in de faculteit als doelstelling hebben. Maar het gaat om complexe processen waar we allebei de tijd en ruimte nemen om te zoeken naar de beste uitkomsten. Dat leidt ertoe dat we veel praten over zowel de procedures als de inhoud. Dat kost erg veel tijd maar dat is in deze fase ook nodig.’
 
Brief
Om duidelijkheid te krijgen over de vraag of de faculteitsraad wel of geen instemmingsrecht heeft op het plan ‘Huis van de FMR’, is het college afgelopen vrijdag 10 april per brief gevraagd om hierover een uitspraak te doen. Dat kan volgens Slothouber conform artikel 25 van de reglementen. Hierin staat dat de raad zich tot het college kan wenden als er een verschil van interpretatie is over het medezeggenschapsreglement.
 
Directeur Berendsen laat via een woordvoerder weten dat het klopt dat college en directie van de FMR constateren dat het experiment van twee directeuren voor vijf instituten niet is geslaagd en dat de directie de oorspronkelijke situatie met vijf instituutsdirecteuren wil herstellen. ‘De directie van FMR heeft de facultaire medezeggenschapsraad van meet af aan betrokken bij de voorgenomen plannen. De directie van FMR wil tevens de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek bij de faculteit verbeteren, waarbij de student centraal staat en de docent zoveel mogelijk docent kan zijn. Binnenkort gaat de directie FMR, samen met de desbetreffende instituutsdirecteur, hierover in gesprek met de medewerkers in bijeenkomsten per instituut.’

UPDATE
De raad van de Faculteit Maatschappij en Recht heeft 26 november ingestemd met de organisatiebijstelling. Er komen meer instituutsdirecteuren (van twee naar vier fte, verdeeld over vijf personen) en leidinggevenden voor onderwijsteams (van acht naar 18,5 fte). Dit moet ervoor zorgen dat de coördinatie en managementtaken voornamelijk worden gedaan door leidinggevenden en dat docenten zich meer op de onderwijstaken kunnen richten.

 

3 thoughts on “Faculteitsraad en directeur botsen over organisatieplan

  1. Ik ben bijzonder blij met dit bericht. Als eerste vroeg ik mij af, toen ik gisteren de aankondiging van het plan van Loes Berendse las, over wiens oplossing van wiens probleem het bericht ging. Op de tweede plaats vroeg ik mij af of het management weet welke beelden er bij de mensen leven over vernieuwen en management. Ik vraag me namelijk al tijden af waarom een faculteit dat een onderdeel is van een University of Applied Sciences en waaronder een Kenniscentrum Sociale Innovatie ressorteert, daar geen kwalitatief onderzoek naar gedaan heeft. Op deze manier lijken er geen lessen te zijn geleerd van de dramatische gevolgen die de aankondiging van de vorige grote organisatievernieuwing, 12 december 2012. Investering van tijd en ruimte daarin zouden de vragen die nu gesteld worden, en kanttekeningen die nu geplaatst worden, hebben kunnen voorkomen. Het meest saillante is dat er wel signalen deze richting zijn afgegeven. Op de derde plaats verraste de aangekondigde organisatieverandering mij in de toonzetting, namelijk dat die iedereen gaat treffen, omdat de hogeschoolraad mij afgelopen vrijdag in een persoonlijk gesprek verzekerd dat er geen enkele organisatorische verandering ingevoerd mag worden zonder overleg met de raad. Op de vierde plaats ben ik blij met de constatering dat de directie in zich zelf geen kwaad in de zin heeft, sterker nog, net als van iedereen verwacht mag worden alleen maar het goede voorheeft met de organisatie. Dat maakt de problematiek draagbaar maar wel hardnekkig. Tot slot mijn dank voor de wijze waarop jullie je inzetten, hulde van mijn kant!!

  2. Het lijkt me prima dat elk instituut (als grote opleiding of als cluster verwante opleidingen) een eigen directeur krijgt. Volgens mij is dat ook niet echt omstreden. Waar het naar mijn mening wel misgaat, is dat de faculteitsdirectie meent een soort blauwdruk te moeten afgeven voor hoe zo’n instituut moet worden ingericht. Nog erger wordt het als de faculteitsraad daarover niet vrij mag communiceren met zijn achterban. Het democratisch gehalte van de besluitvorming is daarmee in het geding.

    Waarom wordt er door de directie vooral gepraat OVER de eigen professionals en zo weinig MET de eigen professionals om tot beleid te komen? Waarom wordt er pas met hen gepraat als het besluit er al ligt? Dit staat haaks op het uitgangspunt dat de professionele teams centraal staan.

  3. Nog afgezien van welk voordeel de uitbreiding van het aantal instituutsdirecteuren biedt voor studenten, docenten en het primaire onderwijs, vind ik dit ook een verkeerd signaal in relatie tot de (overigens noodzakelijke) vermindering van de OBP-formatie in de hogeschool. Wel meer managers maar minder uitvoerend personeel. Klopt dat wel?
    Wordt het niet tijd een andere denkrichting te kiezen?

Reageren? Graag!

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *