Geen puf meer: Dan maar online lessen? Of juist ‘real life contact’?

Slechts 7 van de 28 leerlingen komen opdagen bij de les. Winterdip, geen zin, malaise. Wat is de oplossing?

Marijke Kolk is docent bij de opleiding Journalistiek. Iedere veertien dagen schrijft ze een column voor Trajectum. Deze keer over online lessen versus  het echte contact

Zeven studenten zitten er op maandagmiddag bij mij in het klaslokaal, zeven!

‘Zo, waar is iedereen?’ vraag ik.

Ze halen hun schouders op. ‘Ik denk dat ze geen zin hadden om alleen voor deze twee uurtjes helemaal naar school te komen’, zegt de jongen die wel vaker optreedt als woordvoerder van de klas. Het is ook de tijd van het jaar, vervolgt hij. Winterdip. Koud. Geen zin om het bed uit te komen. Geen puf om op de fiets te stappen. Algehele malaise. Hij heeft er zelf ook last van. Interviews afnemen, daar heeft hij al he-le-maal geen zin meer in.

Ik luister en denk bij mezelf: laat ik dan deze zeven studenten tenminste wat oppeppen. We doen een rondje ‘hoe staat het ermee?’, luisteren naar elkaar en geven tips. Ik zie ze blij de klas verlaten. Ikzelf kan een glimlach ook niet onderdrukken. Eindelijk even echte ‘quality time’ met mijn studenten. Met 28 stuks is dit toch wat lastiger.

Onderweg naar huis denk ik na over de afwezigheid van de anderen. De meesten wonen nog thuis en vaak niet in de buurt van Utrecht. Ik kan het me voorstellen dat ze geen zin hebben om drie uur in de trein te zitten voor twee uurtjes les. Maar misschien kunnen ze het wel opbrengen om, nadat ze hebben uitgeslapen, zich achter de computer te installeren om te luisteren naar wat ik te vertellen heb. Gewoon, in joggingbroek, met een kop thee erbij en een boterham met hagelslag.

Zouden we eigenlijk niet veel meer lessen online moeten aanbieden? Oké, niet elke les leent zich hiervoor, dat realiseer ik me ook. Als de studenten in werkgroepjes aan het werk gaan bijvoorbeeld, is e-learning niet geschikt. Dan is het de docent die rondloopt, helpt, de studenten op het juiste spoor zet. Maar een (hoor)college zou je natuurlijk best via het computerscherm kunnen volgen.

Zelf zou ik in dat geval ook geen uren meer kwijt zijn aan het reizen en stilstaan in de file en die uren kunnen besteden aan de voorbereiding van mijn internetlessen, want alles wat nieuw is, kost tenslotte extra tijd. Ik zou iets doen wat in het voordeel is van de meer verlegen en teruggetrokken studenten. Uit onderzoek blijkt dat zij actiever zijn in online chats dan in een klassikaal gesprek. Vermoedelijk omdat zij zich niet bekeken voelen en meer vrijheid voelen.

Maar, eerlijk is eerlijk, wat zou ik juist de meer extraverte studenten missen. Zij die de klas binnenkomen en vragen: ‘Hé Marijke, hoe was je weekend?’ Zij die mij vragen welke sneakers te kopen, die witte of die blauwe, zij die foto’s laten zien van het nestje puppy’s thuis, zij die trots vertellen dat ze voor een online platform een column mogen schrijven, zij die me een knuffel geven als de vakantie begint.

Best een goed idee hoor, e-learning, maar niet zonder ook af en toe een ‘gewone’ les. Want zonder ‘real life contact’ kan ik niet. Dan ben ik straks de dócent met de dip. De docent met het gebrek aan puf. Nee, dat moeten we niet hebben.

Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *