Achtergrond

Gestoord door al die tramstoringen

Foto: Kees Rutten
Foto: Kees Rutten

Tram 22 brengt dagelijks vele HU’ers van Utrecht Centraal naar De Uithof. Het is je vast al opgevallen dat de tram herhaaldelijk last heeft van storingen. Vorige week maandagochtend was het weer raak: massa’s studenten moesten tijdelijk met bus 28 naar De Uithof. De bussen zaten overvol en veel studenten pasten er niet meer in. Wachten op de volgende dan maar… Maar hoe vaak heeft deze tram eigenlijk storing? Is dat echt zo vaak als het lijkt? En waardoor komt zo’n storing?

Vroeger reisden studenten met ‘sardientjesbus’ 12 van Utrecht Centraal naar Utrecht Science Park. Sinds december 2019 is deze drukke buslijn vervangen voor tramlijn 22. De sardientjesbus is dus nu een sardientjestram. De tram rijdt doordeweeks zo’n negentig keer per dag. In het weekend en ‘s avonds rijdt ‘ie niet. Op dit moment wordt er maandelijks ongeveer 150.000 keer ingecheckt bij deze tramlijn: zo’n 7.500 inchecks per dag.

Afgelopen februari viel zestien procent van de ritten uit.

De sardientjestram. Foto: Lucas Versteeg

Begin 2020 werd er dagelijks zo’n 20.000 keer ingecheckt. Tijdens de strengste lockdown daalde dit tot aantal naar 2.500 tot 3.750 maandelijkse inchecks. ‘We verwachten dat het aantal reizigers weer zal groeien’, zegt Ron van Dopperen, communicatieadviseur openbaar vervoer provincie Utrecht. ‘Maar het zal nog wel enige tijd duren voordat we weer het aantal reizigers hebben op deze tramlijn uit de eerste maanden. Dat heeft onder andere te maken met de coronamaatregelen zoals de mondkapjesplicht en thuiswerken en gedeeltelijke online colleges.’

Veel rituitval
‘Gemiddeld valt vijf procent van de ritten uit’, meldt Van Dopperen. In september 2021 is zelfs ruim negen procent van de ritten van Tram 22 uitgevallen, blijkt uit de maandelijkse rapportages van U-OV. Dat zijn in totaal 157 geannuleerde tramritten. Het hoogste aantal rituitval is gemeten in februari 2021: gemiddeld zestien procent van de ritten viel uit, bijna driehonderd ritten. ‘Deze tramlijn scoort over het algemeen nog niet naar onze wens. Ons streefcijfer is een rituitval van maximaal een half procent’, aldus Van Dopperen.

‘Een defecte bus kan snel worden weggehaald, een tram niet.’

Oorzaken
Het komt dus relatief vaak voor dat de tram niet rijdt. Maar hoe kan dat? Van Dopperen: ‘De meest voorkomende oorzaak is een technische storing aan het tramsysteem. Dit zijn met name wisselstoringen bij P+R Utrecht Science Park. Er kan ook uitval zijn als gevolg van een storing aan een tram zelf, maar dat komt minder vaak voor. En heel soms zijn er aanrijdingen waardoor een tram uitvalt.’ Bovendien heeft een tram, vergeleken met een bus, altijd een hoger risico op storingen: ‘Een defecte bus kunnen we vrij snel weghalen, maar als er storing is op de tramlijn staan alle trams op dat moment stil en vallen meerdere ritten vrij snel uit. Met een tram kun je niet even uitwijken en dat maakt het systeem kwetsbaar.’

Wisselstoring
De grootste oorzaak van rituitval is dus een wisselstoring. Maar wat is het eigenlijk? Om van spoor en richting te kunnen veranderen, rijdt een tram over wissels. De mechanisch beweegbare delen van de trambaan moeten in de juiste positie zijn ingesteld zodat een tram over de juiste baan rijdt en blijft rijden. Als het niet lukt om de delen op het juiste moment in de goede positie te krijgen, is er een wisselstoring. Er mag dan geen tram over de wissel rijden. Alle trams komen stil te liggen. De wissel op het eindpunt bij P+R zit in een gecombineerde tram- en busbaan waarover veel verkeer rijdt. Daarin zit een detectiesysteem: zodra er een tram aankomt, geeft dit systeem de opdracht om het wissel in de juiste richting te zetten. Dit systeem is nogal gevoelig voor storingen.

‘Het wissel kun je niet zomaar met de hand omgeleggen.’

Verder sturen ze wissels op afstand aan. Als deze verbinding defect raakt, kan de verkeersleiding geen wissels meer omleggen. Wanneer het de verkeersleiding in Nieuwegein niet lukt om vanaf een afstand dit systeem te herstellen, moet er een storingsploeg komen om in de schakelkast het probleem op te lossen. ‘De trambestuurder kan niet zomaar even met de hand die wissel omleggen. Dit kost dus allemaal veel tijd en zorgt helaas voor vertraging en rituitval’, aldus Van Dopperen.

Ook kan het omleggen van de wissel mislukken door een fout in het systeem dat detecteert hoeveel wielen van een tram op dat punt passeren. ‘Dat systeem kan bijvoorbeeld een sein geven dat de trein verder kan rijden terwijl het wissel nog niet is omgelegd. In dat soort gevallen is er een communicatiestoring in het systeem die we eerst moeten oplossen. Anders lopen we het risico dat de wielen van de trams de rails uitrijden.’ Verder zorgt regenwater soms voor storingen aan de wissel.

Verbeteringen
Er bestaat niet zoiets als een tramlijn die honderd procent storingsvrij is’, zegt Van Dopperen. ‘Maar we willen wel het aantal storingen fors verminderen. De technische problemen met de storingen zijn oplosbaar door een verbeterde betrouwbaarheid van het detectiesysteem, maar dit vergt wel enige tijd en geduld bij de reizigers. Verder werken we aan een manier om sneller actie te kunnen ondernemen tijdens een storing: zo kan het tramverkeer bijvoorbeeld op een veilige manier doorrijden terwijl een storing wordt verholpen. Door een betere drainage zouden we het regenwaterproblemen gedeeltelijk kunnen oplossen.’

Ook meldt Van Dopperen dat het trambedrijf van de provincie de wissel bij P+R Utrecht Science Park wil verbeteren. ‘Daar ligt op dit moment de hoogste prioriteit. Het is en blijft techniek en we hebben helaas nog niet alle bugs uit dit tramsysteem gehaald.’

‘Trams zijn comfortabel en kunnen veel reizigers tegelijk vervoeren.’

Natuurlijk is het niet alleen maar ellende met tram 22. Van Dopperen: ‘Trams hebben veel voordelen: ze zijn snel, comfortabel en kunnen veel reizigers tegelijk vervoeren.’ Ook vertrekt tram 22 om de paar minuten, waardoor studenten nooit lang hoeven te wachten. Mits ie rijdt natuurlijk. Van Dopperen is bovendien tevreden over de punctualiteit van tram 22. Negentig procent van de ritten ligt binnen de streefwaarde. ‘Dat is tussen 60 seconden te vroeg en 120 seconden te laat.’

Fietsen

Als je het niet ziet zitten om met tram 22 te reizen, kun je trouwens altijd nog de fiets . Wel oppassen dat je fietsbanden dan niet tussen de tramrails komen. Of tussen een wissel. Dan komt niet alleen de tram stil te liggen, maar loop jij ook veel vertraging op.