Nieuws

Gevolgen leenstelsel: nog altijd minder mbo’ers naar hoger onderwijs

Sinds het afschaffen van de basisbeurs gaan er nog altijd minder mbo’ers naar het hoger onderwijs. Dat staat in de jaarlijkse monitor over de gevolgen van het nieuwe leenstelsel. Sommige van hen durven niet te lenen.

Tegenstanders van het nieuwe leenstelsel, waarin studenten geen basisbeurs meer krijgen, waren bang dat kwetsbare jongeren eronder zouden lijden: vooral gehandicapten, mbo’ers en jongeren zonder hoogopgeleide ouders. Studeren is immers duizenden euro’s duurder gemaakt.

Inderdaad gaan er nog altijd minder mbo’ers rechtstreeks naar het hbo, blijkt uit de nieuwste Monitor beleidsmaatregelen. Toen het verdwijnen van de basisbeurs nog niet was aangekondigd (2011) ging 46 procent meteen na het behalen van een mbo-4-diploma naar het hbo. In september 2016 was dat slechts 41 procent. Het was het tweede jaar sinds de invoering van het nieuwe stelsel.

‘Tweedeling’
Studentenorganisaties ISO en LSVb maken zich zorgen. ‘Deze cijfers laten zien dat de tweedeling in het onderwijs alsmaar groter wordt’, zegt LSVb-voorzitter Jarmo Berkhout. Zijn ISO-collega Jan Sinnige wil de aanvullende beurs op de schop nemen: ‘Studenten moeten zich nu door een hele papierwinkel heen werken om te bewijzen dat ze recht hebben op een beurs. De overheid mag best servicegerichter worden.’

Minister Bussemaker is positiever gestemd. Ze ziet vooral dat het met de meeste groepen studenten beter gaat: studenten met een functiebeperking (van dyslexie tot spierziekte) gaan gewoon weer studeren. In 2015, in het eerste jaar zonder basisbeurs, hadden ze kennelijk koudwatervrees. Dit studiejaar heeft die achteruitgang zich vrijwel helemaal hersteld.

En de mbo’ers dan? Het wordt in elk geval niet erger, ziet Bussemaker. Ze wil hun ‘leenaversie’ aanpakken, schrijft ze in een eerste reactie. Daarover gaat ze in overleg met de studentenorganisaties.

Leenangst
De monitor wijst uit dat de meerderheid van de mbo’ers (54 procent) een sterke afkeer van leningen heeft. Onder havisten en vwo’ers is dat maar 36 en 27 procent. Jongeren hebben ook vaak een sterke leenaversie (48 procent) als hun eigen ouders niet gestudeerd hebben.

Havisten en vwo’ers zetten zich meestal wel over hun leenangst heen, maar mbo’ers lukt dat minder goed. Voor hen is die vaker een reden om helemaal niet te gaan studeren, blijkt uit de monitor.

Overigens weten jongeren nog altijd weinig van de studiefinanciering. Minder dan dertig procent heeft naar eigen zeggen ‘veel kennis’ van de aanvullende beurs en minder dan twintig procent weet veel over de soepele leenvoorwaarden: studenten krijgen veel langer dan voorheen de tijd om hun schuld af te lossen en de maandbedragen zijn aanzienlijk lager.