Een passage over autisme in het Handboek voor Leraren is volgens experts problematisch. Dat constateren ze nadat een HU-student aan de bel trok. Uitgever Boom past het boek nu aan.
Het was een doorn in haar oog. Eerstejaarsstudent Marjolijn Spijker-Stiemer bladerde aan het begin van het schooljaar door het Handboek voor Leraren uit 2025 dat ze voor haar opleiding Docent Nederlands moet gebruiken. Dat is het lesboek van educatieve uitgever Boom, dat veel in pedagogische opleidingen wordt gebruikt.
Ze zocht op hoe het boek schrijft over hoogbegaafdheid, ADHD en autisme. Waarom? ‘Wij zijn een multi-neurodivergent huishouden met late diagnoses’, legt ze uit. ‘In aanloop naar mijn eigen diagnoses heb ik de afgelopen jaren alles gelezen wat ik kon vinden over neurodiversiteit. Dus ik wilde weten welke inzichten worden meegegeven aan aankomende docenten.’
Ze fronste haar wenkbrauwen toen ze op pagina 285 belandde, midden in het hoofdstuk over inclusief onderwijs. ‘Ik was zeer verrast’, blikt Marjolijn terug. ‘Ik heb het toen mijn man laten lezen en wij vonden dat de formulering onhandig is en niet goed aansluit bij de huidige wetenschap.’
Fantasie en realiteit
In het boek staat namelijk over autistische leerlingen: ‘Ze kunnen geregeld werkelijkheid en fantasie niet goed uit elkaar houden. Soms gaat hun eigen fantasie met hen aan de haal. Gedrag en leefwereld van leerlingen met ASS [autismespectrumstoornis, red.] zijn voor mensen zonder de aandoening moeilijk in te schatten, maar voor leerlingen met ASS zijn hun fantasieën echt.’
Daar zit een probleem in, vindt Marjolijn. Volgens haar wekt de tekst de indruk dat leerlingen met ASS niet altijd geloofd kunnen worden, omdat wat zij zeggen misschien fantasie is. ‘De implicatie dat het woord van een ASS’er per definitie minder waard is, doet iets met me.’
‘Dit is niet het geval’
En die kritiek wordt gedeeld. Trajectum legde de passage voor aan verschillende autisme-experts. De Nederlandse Vereniging voor Autisme zegt dat het lesboek suggereert dat ‘fabuleren’ een symptoom van autisme is. ‘Dit is echter niet het geval. Sterker nog, veel mensen met autisme vinden het juist belangrijk dat dingen kloppen en juist worden weergegeven. Het komt natuurlijk wel voor dat een leerling met autisme fantasie en werkelijkheid niet van elkaar kan scheiden, maar dat komt ook voor bij leerlingen zonder autisme.’
Ook psycholoog en psychotherapeut Carmen Lisman van De Autisme Specialist vindt dat het lesmateriaal achterloopt. ‘Het zou wat geüpdatet mogen worden’, reageert ze. ‘Het doet geen recht aan wat ASS voor de meeste mensen inhoudt en hoe dit wordt beleefd.’
Autisme-expertiseorganisatie Bzonder noemt de tekst ‘onhandig verwoord’. ‘Het suggereert dat leerlingen met ASS problemen hebben met hun realiteitszin. Maar dat past eerder bij dissociatieve stoornissen, niet bij autisme. Wat ons betreft zijn gedrag en leefwereld van leerlingen met ASS prima te begrijpen. Het gaat simpelweg om wederzijds inleven.’
‘Nu begrijp ik waarom het niet lukte’
Voor Marjolijn gaat het om meer dan een theoretische discussie. Pas recent werden haar neurodivergenties officieel vastgesteld, met hulp van de schoolpsycholoog van de HU. Dat zette ook haar schoolloopbaan in een ander licht. ‘Ik dacht vaak: als ik eerder gezien en gediagnosticeerd was, had mijn onderwijsloopbaan er misschien anders uitgezien.’
Want lange tijd zag ze vooral mislukkingen. ‘Ik ben van vwo naar vmbo-t gegaan en heb daarna meerdere opleidingen gestart die ik niet kon afmaken. Zonder diagnose schreef ik dat toe aan mezelf. Het zal wel een gebrek aan discipline of doorzettingsvermogen zijn. Nu begrijp ik waarom het niet lukte.’
Inmiddels loopt ze stage op de middelbare school waar ze zelf ooit leerling was. Juist daar merkt ze hoe belangrijk het is dat docenten kennis van zaken hebben. ‘Ze hebben waanzinnig toffe aanpassingen gemaakt voor neurodivergente leerlingen.’
Schrijvers passen boek aan
De auteurs van het schoolboek, Walter Geerts en René van Kralingen, begrijpen de kritiek. In de volgende editie wordt de passage daarom aangepast. ‘De huidige formulering kan te generaliserend overkomen en daarmee geen recht doen aan de diversiteit binnen het autismespectrum’, laten ze aan Trajectum weten.
Hoe is de problematische tekst in het boek gekomen? Volgens de schrijvers speelde de opzet van het boek mee. ‘Enerzijds stelt de beknoptheid van het Handboek ons voor beperkingen. Anderzijds is ASS nog steeds een concept in beweging.’
Gebaseerd op onderzoek
Ze benadrukken dat de passage niet uit de lucht kwam vallen. Zo verwijzen ze naar onderzoek waaruit blijkt dat 42 procent van de volwassenen met ASS dagdroomt. Ook noemen ze een onderzoek naar autistische meisjes. ‘Ze kunnen langdurig opgaan in een personage of gebeurtenis, zoals het spelen van een bepaald dier of het naspelen van een brand,’ valt daarin te lezen.
Daarnaast halen ze een passage aan van de Nederlandse Vereniging voor Autisme: ‘Fantasie en verbeelding zijn manieren om seksueel opgewonden te raken. Sommige mensen met autisme kunnen hier weinig mee, anderen gaan juist graag op in een fantasiewereld of rollenspel,’ schrijft de vereniging op haar website.
Volgens de auteurs laten die voorbeelden vooral zien hoe groot de verschillen binnen het spectrum zijn. Daarom wordt de tekst aangepast. ‘We zullen preciezer formuleren en expliciet vermijden dat bepaalde kenmerken, zoals moeite met het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid, kenmerkend zijn voor mensen met autisme in het algemeen.’
Strijd nog niet gestreden
Marjolijn is blij met de verandering. ‘Met het veranderen van één zin in één boek heb ik kunnen bijdragen aan beter onderwijs voor neurodivergente leerlingen.’
Maar er is volgens haar nog genoeg werk te doen. ‘Veel mensen hebben nog steeds een stereotiep beeld van neurodivergente mensen. En bij vrouwen wordt autisme bovendien vaak laat herkend: bij tachtig procent pas na hun achttiende.’


