Columns

Het dilemma van het okselhaar

Foto: Kees Rutten

Het vet druppelt traagzaam uit de gefrituurde yuca (cassave) van de Surinaamse afhaalzaak. In Nederland is yuca exotisch. In Peru, waar ik zes jaar geleden twee maanden in een indianendorp woonde, was het alledaagse kost. De smaak van de ‘broodwortel’ brengt me terug naar een nogal bijzonder moment: midden in een yuca-plantage stond ik stiekem mijn oksels te scheren. 

‘Noíta, wakker worden!’ klinkt het in het houten huisje op palen. Langzaam dringt het geruis van de Amazonejungle door in mijn oordopjes. Peru, 2015, en ik bevind me al weken in een dorpje aan de Marañonrivier. Broertje Jairo (10) is al gaan vissen in de kano en mijn gastzusje van 12 heeft al liters water gehaald in een emmer op haar hoofd. Tijd om bij te springen!

Met lange mouwen en lange broek waag ik me mijn muggennet uit. In de Amazone leef je in een constante zwerm muggen. Alleen midden op de dag, wanneer de zon op haar heetst is, heb je even pauze van de irritante insecten.

Mijn ontbijt bestaat uit gekookte yuca en gekookte vis. Het is pangavis, familie van de piranha. De vlijmscherpe tanden en opengesperde glazen ogen zitten er gewoon nog aan. Het duurde een aantal dagen, maar inmiddels weet ik behendig de graten te omzeilen.

Dan aan de slag. Ik ga water halen in de rivier en kleren wassen in tobbes op de grond. In mijn gastgezin woont baby Lorenzo die vijf keer per dag een nieuwe romper aankrijgt, omdat er geen luiers bestaan. Met groene zeep probeer ik de diarree uit de paasgele stof te krijgen, maar tevergeefs. Mireille, de moeder, lacht me uit en laat zien hoe het moet. Schrobben, slaan, en alle kleren drie keer wassen in nieuw water.

Na twee uur ploeteren hang ik het laatste shirt aan de waslijn. Tot mijn schrik valt het paaltje door het gewicht van de waslijn om en liggen alle schone kleren van de familie weer in de modder. Otra vez, nog een keer dus…

Met de kinderen uit het dorp (bestaand uit zo’n honderdvijftig vrouwen en kinderen – de mannen zijn vaak en lang weg) speel ik later die dag in de rivier. We doen tikkertje, verstoppertje, verzamelen voorbijdrijvende kokosnoten en keer op keer moet ik kijken naar hoe knap de kunstjes zijn die ze doen als ze het water inspringen. Dit zijn mijn favoriete uren van de dag.

Dan vraagt een kindje naar mijn okselhaar. Zij hebben dat niet – mensen uit het Amazonegebied hebben bijzonder weinig lichaamshaar, en juist waanzinnig dik hoofdhaar. Aan scheren wordt niet gedaan; het is simpelweg niet nodig. Maar opeens heb ikzelf wél behoefte om dat te doen.

Om rare vragen te ontwijken verstop ik me op een plek waar weinig mensen komen op dit uur: in de yucaplantage van het dorp. Tussen de groene bladeren scheer ik met een grijns mijn oksels. Dit is een moment om te onthouden, realiseer ik me, en dat is ook gebeurd.

Ook interessant: Drugsgebruik onder studenten: ‘Ik schrok van hoe normaal coke was’