Het hoorde er een beetje bij, dat drinken

Onze columniste Marijke Kolk haalt herinneringen op over haar drinkgedrag.

Foto: Kees Rutten

Marijke Kolk is docent bij de opleiding Journalistiek. Iedere veertien dagen schrijft ze een column voor Trajectum. Deze keer over drinkende journalisten en studenten.

Mijn beste vriendin van vroeger herinnerde me aan de eerste keer dat wij samen dronken werden.  ‘Het was op een vrijdagavond. We confisqueerden stiekem de fles zoete witte wijn van je ouders en werkten die op jouw kamer in rap tempo naar binnen. Op onze fietsjes zwalkten we van links naar rechts en uiteindelijk richting het schoolfeest.’ Het kwam allemaal weer boven. Ook hoe ik neerviel op de dansvloer en een glas bier in het gezicht van een jongen gooide die het een paar weken daarvoor had uitgemaakt . En door een ouderejaars aan de kant geveegd en in een taxi naar huis werd gezet. Alwaar ik op muizenvoetjes naar mijn bed sloop. De volgende ochtend bonkte mijn hoofd als een klopboor.

Later, toen ik op de School voor Journalistiek zat, dronk ik ook nog wel. Al deed ik dat niet meer zo onbedaard als toen ik vijftien was. Als aankomend journalist hoorde ’t er een beetje bij, dat drinken (en roken, maar dat deed ik dan weer niet). Iets met imago. Hoe dat ‘journalistieke drinken’ maatschappelijke gezien ooit is ontstaan, weet ik niet precies. Maar ik kan me voorstellen dat het stamt uit de tijd dat de journalistiek nog vooral iets was voor onverschrokken mannen van middelbare leeftijd. Hoe dan ook, uit recent  Australisch onderzoek onder journalisten is gebleken dat 41 procent meer dan 18 glazen alcohol per week drinkt. Dat is het dubbele van een gemiddelde Australiër. Ik ken geen Nederlands onderzoek op dit gebied, maar ik vermoed dat de uitslag niet veel anders zal zijn. Het schrijft ook wel fijn, genietend van een glas goede wijn (en ze schonk nog een Pinot Grigio in…)

Voor mijn master Toegepaste Psychologie deed ik kortgeleden een onderzoekje onder een kleine groep studenten Journalistiek. Ik vroeg hun waarom ze dronken. Ze gaven aan vooral te drinken ‘omdat alcohol uitgaan leuker maakt’, ‘om van een feest te genieten’, ‘om iets speciaals te vieren.’

Wat zij niet weten is dat er een bekend experiment bestaat waarbij een feest wordt georganiseerd waarin gratis ‘bier’ wordt geschonken. De uitgenodigde studenten dénken dat ze alcohol tot zich nemen, terwijl er slechts alcoholvrij bier in de glazen terechtkomt. De meeste studenten blijken zich dan plezierig ‘los’ te gedragen, alsof ze wel alcohol gedronken hebben. Conclusie: het is niet de alcohol zelf die een bepaald gevoel geeft, maar vooral de verwachting van het effect.

Ik zou dan ook tegen mijn studenten willen zeggen: bespaar jezelf die vreselijke katers, die dagen met een hoofd vol bakstenen, die dorst de hele dag door, de afstervende hersencellen. Ga voor alcoholvrij of gewoon voor een colaatje. Een hoofd vol alcoholvrije confetti.

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *