HU krijgt instellingstoets onder voorwaarden

De hogeschool krijgt een jaar de tijd om de kritiekpunten te verbeteren. UPDATE

De vlag kan uit, maar de wimpel moet nog even binnen blijven. De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) verleent Hogeschool Utrecht de ‘instellingstoets kwaliteitszorg’, maar verbindt er wel enkele voorwaarden aan. 

Deze felbegeerde instellingstoets is een keurmerk waarmee is aangetoond dat de hogeschool de interne kwaliteitszorg van het onderwijs op orde heeft. Met zo’n keurmerk op zak hoeft tijdens de accreditatie van de afzonderlijke opleidingen niet ook elke keer de gehele hogeschool onder de loep worden genomen. Dan kan worden volstaan met het doorlichten van de betreffende opleiding. Dat scheelt een hoop bureaucratische rompslomp en heeft dus ook financiële voordelen.
 
De definitieve toekenning van de instellingstoets aan de HU is nog geen gelopen race. De NVAO is op een aantal punten kritisch over de stand van zaken bij de hogeschool. Het eindoordeel luidt weliswaar ‘positief’, maar gaat vergezeld van ‘onder voorwaarden’. Slechts een van de vijf criteria (standaarden genaamd) waarop wordt getoetst krijgt het stempel ‘voldoet’. Positieve uitzondering is de organisatie- en beslissingsstructuur van de hogeschool. Die is effectief, er is ruimte voor inspraak van studenten terwijl de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden duidelijk zijn afgebakend, meent de NVAO. 
 
Over de andere zaken is de accreditatieorganisatie terughoudend; de criteria visie, beleid, resultaten en verbeterbeleid worden gehonoreerd met een matige ‘voldoet ten dele’. Dit betekent dat de HU een jaar de tijd krijgt om de kritiekpunten te verbeteren; lukt dit naar het oordeel van de NVAO niet dan wordt de verleende instellingstoets weer ingenomen. De organisatie formuleerde drie voorwaarden. Een: de HU moet een geïntegreerde visie uitwerken op het gebied van de kwaliteit van het onderwijs (met aandacht voor een open cultuur waarbij medewerkers elkaar kunnen bekritiseren). Twee: er moet meer beleid komen om onderzoek in het onderwijs te verweven terwijl ook de relatie van het onderwijs en het beroepenveld verbetering behoeft. Drie: het college van bestuur moet zich beter en meer gestructureerd op de hoogte stellen van de kwaliteit van de opleidingen.  
 
Opvallend is dat de NVAO in haar eindoordeel strenger is dan de adviescommissie die de hogeschool in opdracht van de accreditatieorganisatie doorlichtte. In een advies, dat in januari uitkwam, stelde de commissie dat de hogeschool op vier van de vijf criteria voldoende scoorde en stelde voor om de instellingstoets zonder voorwaarden te verlenen. Daarover schrijft de NVAO in haar besluit dat de commissie ‘bij verschillende standaarden behoorlijk kritisch is over de actuele kwaliteit, waardoor haar (onvoorwaardelijke) positieve oordeel vragen oproept’. Met andere woorden: de NVAO is het in grote lijnen met de kritiek van de commissie eens maar verbindt er andere conclusies aan. Zij neemt het advies niet over omdat zij van oordeel is ‘dat een positief voorwaardelijk besluit meer op zijn plaats is’.  
 
UPDATE
Het college van bestuur van de HU tekent geen bezwaar aan tegen de toekenning van de instellingstoets onder voorwaarden. Dit is mogelijk binnen zes weken na het besluit. In plaats daarvan stelt de hogeschool alles in het werk om aan de gestelde voorwaarden te voldoen. Dat verklaart projectleider Ouke Pijl desgevraagd. ‘Een dergelijke stap kost veel tijd en heeft bovendien geen opschortende werking. Die tijd kunnen we beter besteden aan zichtbaar maken van de verbeteringen.’
 
Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...