Huib de Zeeuw is docent aan de opleiding Journalistiek en schrijft columns voor Trajectum.
‘Welkom, Dobrodošli…’
Met veel energie verwelkomen drie van onze studenten de ruim honderdvijftig aanwezigen. Ouders, broers, zussen, vrienden, studiegenoten, vertegenwoordigers van de Bosnische gemeenschap en op de eerste rij de Bosnische ambassadeur in Nederland en de voorzitter van het college van bestuur.
Vol bewondering kijk ik de zaal rond en besef ik dat dit een hele speciale avond is. We schrijven geschiedenis. Uniek in Nederland en wellicht in de hele wereld. Voor het eerst hebben studenten zich een half jaar lang verdiept in de oorlog in voormalig Joegoslavië en de genocide van 11 juli 1995 in Srebrenica.
Het vond plaats voordat de studenten geboren waren in een gebied dat niet dagelijks in het nieuws is. Toch hebben maar liefst 31 studenten deze minor gevolgd. Het maakt mij trots dat deze generatie niet wegduikt voor lastige onderwerpen, wil leren van het verleden en taboes wil bespreken.
Dat laatste valt mij vooral op in de zelfgekozen eindproducten die ze presenteren deze avond.
Bij een van de stands hangt een Bosnische en Nederlandse vlag. De student van Bosnische afkomst verdiepte zich in intergenerationeel trauma en toont een aantal stellingen. Een daarvan luidt: ‘kinderen van overlevenden leren vroeg om emoties te lezen in plaats van ze uiten’.
In de naastgelegen stand presenteert een student haar achtergrondartikel met de titel: ‘Hoe genocideontkenning de Bosnische politiek blijft vormen’. Een ander onderzoekt de invloed van polarisatie en nationalisme op een samenleving en vergelijkt Nederland met voormalig Joegoslavië.
Maar studenten focussen zich niet alleen op Srebrenica. In een explainer-video onderzoekt een student de Israëlische en Palestijnse narratieven rond 1948 met de vraag: ‘hoe kan het dat dit historische moment zo verschillend wordt herinnerd?’. Een vijfde student toont in een fotoreportage hoe de Palestijnse diaspora na 7 oktober 2023 uiting geeft aan hun identiteit.
Na afloop spreek ik met een fotograaf. Ze verwondert zich over de lichtheid waarop studenten deze avond hebben vormgegeven. Dat blijft mij ook bij van deze minor.
Hoe vreemd het ook klinkt, ik heb niet eerder zoveel gelachen met studenten. Hoe moeilijker het onderwerp, hoe intenser het contact.


