In Madrid staan ze echt nog niet in de rij voor de Ikea

In de verte beginnen de eerste zonnestralen aan de Madrileense horizon weer te schijnen. Maar het blijft anders dan Nederland.

Journalistiek-studente Linda van den Hoogen vertelt vanuit haar stille kamer aan de Gran Via van Madrid hoe het daar gaat. Deze week: op zoek naar een uitweg.

Spanje zit inmiddels al zeven weken op slot en eindelijk beginnen, héél in de verte, de eerste zonnestralen aan de horizon weer te schijnen. De paasdecoraties in veel etalages verraden dat de tijd hier heeft stilgestaan. Behalve in Moncloa, het Spaanse Binnenhof. Daar draait de motor al weken op volle toeren. Dagelijks zijn er debatten en maken ze plannen over hoe het land weer terug zal keren naar de normaliteit. Met veel voor- en tegenstanders als gevolg.

Tijdens mijn wekelijkse uitje naar de supermarkt viel mijn oog op een graffititekst. ‘Stop de vele doden, regering treedt af’ stond er met grote zwarte letters op de muur gespoten. Een grote uitspraak, maar ergens snap ik de intentie. Steeds vaker vraagt men zich hier namelijk af of de volledige lockdown wel daadwerkelijk de verwachtingen heeft waargemaakt. Het aantal doden is ondanks de strenge maatregelen inmiddels opgelopen tot ruim 23 duizend. Dagelijks komen daar nog honderden bij. Positief is dat het aantal mensen dat opknapt van het virus aanzienlijk stijgt en Ifema, het grootste noodziekenhuis van Spanje, dit weekend haar deuren weer sluit. Eindelijk.

Vermoeidheid

De luxe van een tuin zoals vele Nederlanders die kennen, hebben de meeste Spanjaarden niet. Appartementen delen zij vaak met drie generaties waardoor, zeker in de grote steden, het leven zich voornamelijk buitenshuis afspeelt. Dat Spanjaarden er dan ook alles aan doen om toch op een legale manier naar buiten te mogen, is begrijpelijk. Hun vermoeidheid nog veel meer.

Niet alleen in Madrid begint men moe te worden van de inmiddels al 47 dagen durende lockdown. In Barcelona gaan ze nog een stapje verder. Daar gaat de onafhankelijke Catalaanse beweging Moviment Cívic 12 d’octubre op 7 mei de straat op. Gewapend met mondkapjes, handschoenen en anderhalve meter afstand protesteren ze tegen de vele preventieve maatregelen die de regering van Pedro Sánchez heeft genomen die van invloed zijn op de vrijheid en de grondrechten van de bevolking. En dat terwijl de noodtoestand nog minstens tot 9 mei duurt.

Rollende steps

Hoewel ik het lang niet altijd met Sánchez eens ben, zou ik niet graag met hem willen ruilen. Zo maakte hij onlangs bekend dat kinderen tot en met 14 jaar in het bijzijn van hun ouders sinds deze week weer de straat op mogen. Met een stortvloed aan kritiek als gevolg. De één vond het onverantwoord, de ander oneerlijk. Ook ik was stiekem een beetje jaloers op de spelende kids onder mijn balkon. ‘Waarom zij wel en ik niet?’, dacht ik nog. Al snel besefte ik dat ik al weken geen kinderen meer had gezien. Niet op straat, niet in de supermarkt, nergens. Dat zorgde ervoor dat het geluid van rollende steps op de klinkers van de Gran Vía mij opeens heel blij maakte.

Frustratie

De frustratie van beide partijen begrijp ik als geen ander, maar ik snap ook dat Sánchez geen handboek ‘Hoe om te gaan met de coronacrisis’ in zijn kast heeft liggen. Maar toeval of niet, een aantal dagen later kwam hij met meer goed nieuws. Of beter gezegd, in mijn ogen goed nieuws. Nog net voordat ik de zaterdagavond liet voor wat het was, gierde de adrenaline door mijn lijf. ‘Breaking: Sanchez staat wandelen en sporten al toe vanaf 2 mei’, las ik in de kop van El País. Ik kreeg opeens zo veel zin om te gaan joggen dat ik mijzelf haast niet meer herkende. Dit gevoel zakte echter al snel weg bij het lezen van de reacties onder het nieuwsbericht. De gefrustreerde voor- en tegenstanders namen geen blad voor de mond. Het internet stond vol met teksten als ‘maak je klaar voor een tweede piek’ en ‘Ifema, open maar weer je deuren’.

Wat juist bij mij frustratie opwekt, is het onderschatten van de lockdown in Spanje door familie en vrienden in Nederland. ‘Ach, dan wandel je toch een paar keer per dag voor een kleine boodschap naar de supermarkt’, hoor ik regelmatig. Na zeven weken opgesloten te hebben gezeten, kost het mij steeds meer moeite om deze buitenstaanders uit te leggen dat dat simpelweg niet gaat. Zo telde ik afgelopen zondag vanaf mijn balkon in een kwartier tijd: 3 surveillerende legerwagens, 4 politieauto’s en 6 motoragenten. In Nederland is dat toch echt anders. Daar staat iedereen in de rij bij de Ikea.

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *