Columns

Is bellen duur of goedkoop?

Voor de Tweede Wereldoorlog kon je bellen met Nederlands Indië, het huidige Indonesië. Een telefoontje van 3 minuten kostte toen 30 gulden, een klein maandsalaris. Tijdens de kerstdagen van 1964 was ik in Northville, een wit voorstadje van Motown City, Detroit. Ik verbleef daar tien maanden om mijn highschool diploma te halen (is gelukt). Ik was daar de enige exchange student. Bellen naar Nederland kostte toen ook nog een godsvermogen.

Veel emigranten maakten gebruik van een dienst van het Rode Kruis, die opnamen maakte en een gesproken bericht per post opstuurde. Ook ik kwam in een kleine studio waar je ongeveer drie minuten in een microfoon iets kon zeggen tegen je familie. Het Rode Kruis perste jouw stem op een slap, groen plastic 45-toeren singletje. Eind december konden mijn ouders in Nederland dat plaatje op een platenspeler leggen en met betraande ogen naar mij luisteren.

Later heb ik het nog wel eens gedraaid. Je moest wel een muntstuk op de arm van de platenspeler leggen anders sloeg-ie wat groeven over. Hoe moeilijk en duur was communiceren toen en hoe snel en goedkoop is het nu allemaal. Onze studenten lopen de hele dag met een mobieltje dat veel meer kan dan alleen bellen naar Bandoeng (Bandoeng?).