Achtergrond

Jezus, Allah en ‘iets’. Wat doet geloven met je mentaal welzijn?

Pasen. Foto: Kees Rutten

Weet iemand nog dat we op Goede Vrijdag gedenken dat Jezus stierf? Studenten in Nederland zijn minder religieus dan hun opa’s en oma’s. Maar voor sommigen houdt het ze juist op de been, in tij en ontij. Marije Verkerk doet onderzoek naar religie en mentaal welzijn.

Steeds minder Nederlanders rekenen zich tot een religie, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2010 noemde 55 procent van de Nederlanders zichzelf religieus; in 2024 was dat nog 44 procent. Opvallend is dat het aantal jeugdige gelovige juist groeit.

Hoe religieus zijn we? Van de 14 tot 29-jarigen beschouwt 27 procent zichzelf als gelovig. Dat is meer dan de generatie daarvoor: 22 procent van de millennials (30 tot 45 jaar) is gelovig. NRC meldde vorig jaar dat verschillende kerkgenootschappen een toenemende religieuze belangstelling van jongeren signaleren. Ook de verkoop van bijbels neemt toe, bleek uit onderzoek van het Nederlands Dagblad.

‘Kracht’ en ‘rust’

Aan de HU zouden dus omgerekend algauw ruim tienduizend gelovige studenten kunnen rondlopen. Wat levert hen dat op? Nou, ‘kracht’ bijvoorbeeld. ‘Om door te gaan, en niet te stoppen.’ ‘Want soms heb je gewoon even niet genoeg moed. En dan helpt het om iets meer aan Het Woord te denken.’ Of: ‘Het geeft rust. In mijn hart,’ vertellen ze in onderstaande video.

Ook geeft geloven deze studenten een doel. Het doel is bijvoorbeeld om Allah te aanbidden. En om je als een zo goed mogelijk mens te gedragen. Door bijvoorbeeld je familie, je buren en je klasgenoten te helpen.

Waartoe leidt dit alles?

‘Jongeren van tegenwoordig kampen vaker dan vroeger met eenzaamheid, prestatiedruk en stress’ ziet Marije Verkerk. De religiewetenschapper noemt zichzelf agnost (dus twijfelend aan het bestaan van God, red.) en promoveert op zingeving en welzijn bij jongeren. Sinds zes jaar werkt ze aan de HU en daarvoor was ze lerares Levensbeschouwing in Delft.

Verkerk heeft voor haar onderzoek veel gesproken met studenten over zingeving hun mentale welzijn. ‘Ze leven met de vrees om niet goed genoeg te zijn’, ziet ze. ‘Vrees voor te weinig likes en ze voelen een soort leegte: waartoe leidt dit alles? Waarom zou ik mijn best doen in deze wereld die misschien weldra ten onder gaat?’

De psycholoog

De meesten met klachten komen vroeg of laat terecht bij een psycholoog. Biedt die ook soelaas? Verkerk ziet soms van niet: ‘Ik heb als religiewetenschapper altijd wat breder willen kijken. Natuurlijk is het zinvol als studenten zichzelf leren onderzoeken en oplossingen vinden middels gesprekken, pillen en mindfulness.

En toch: ‘Als het hun problematiek puur psychologisch benadert, maak je het individueel’, vindt Verkerk. ‘Je negeert daarmee de verhalen die we onszelf collectief vertellen. “Je kunt alles worden wat je wilt” is zo’n verhaal. Dat is niet altijd waar, en kan zelfs schadelijk zijn. Het impliceert dat je faalt als het je niet lukt.’

‘Of neem ons verhaal over onzekerheid. In de psychologie is dat misschien iets waar je op een gezonde manier mee om moet leren gaan. Of erger: zelfs iets wat je jezelf aandoet door niet genoeg je best te doen ervan af te komen.’

Je lot

Inshallah, Deo Volente, in het geloof gaat het verhaal vaak over ‘je lot’. Het gebeurt als God het wil. Geloof in Hem en Hij zal je leiden naar iets goeds. Bovendien accepteert Hij je ook nog zoals je bent. Verkerk: ‘Ik denk dat ieder mens het verlangen heeft gezien en gewaardeerd te worden. Als je dat gevoel een beetje kunt halen uit een God, dan is dat heel troostrijk.’

Een groot deel van de huidige jongeren groeit niet op met religie en is er daardoor niet bekend mee. De afkeer van religie bestaat ook nog steeds. Dat het niet wetenschappelijk is en dat je in de kerk niet welkom bent als queer. Maken al die stigma’s de ‘georganiseerde religie’ onaantrekkelijk voor de meeste studenten in Nederland? Verkerk: ‘Ik heb daar geen cijfers over, maar mijn educated guess is dat onbekendheid groter is dan afkeer. Bij mijn respondenten was dat in elk geval zo.’

De derde ruimte

En toch ziet Verkerk in haar onderzoek ook een minderheid die wel voorzichtig met zingeving bezig is. Zij voelen zich verbonden met een religie, zoals de islam, of ze geloven in God of iets hogers zonder bij een geloof te horen. Of ze zoeken het bij elkaar, op een plaats waar ze graag iets met anderen doen.

Die plaats wordt ook wel de Third Space genoemd. Een plaats waar je niet per se op de anderen lijkt, maar waar je evengoed hartstikke welkom bent. Een plek naast gezin en werk waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, zoals bibliotheek, kroeg, vereniging. Verkerk: ‘Die plaatsen zijn er steeds minder en dat zet de verbinding tussen mensen onder druk.’

Samen iets leuks doen

Samen iets zinvols doen. Verkerk ziet bij haar deelnemers dat de verbinding met anderen in normale, dagelijkse activiteiten cruciaal is voor je mentale welzijn. ‘Dat hoort ook bij geloven’, zegt ze. ‘Iets samen doen. Net als de Ramadan, dat is niet in je eentje honger lijden, maar je verheugen op een gezellig samenzijn na zonsondergang.’

Het grootste goed van religie? Verkerk: ‘Als het om welzijn gaat: het vertrouwen dat het leven betekenis heeft. En dat er iets hogers is dat jou kent en accepteert zoals je werkelijk bent. Dat je een deel bent van een groter geheel en je je daarvoor moet inzetten.’

En het idee dat lijden een natuurlijk onderdeel van het leven is. Verkerk: ‘Dat vind je echt in alle religies terug. Je doet dus niets verkeerd als je onzeker bent, of somber. Het hoort erbij. En die gedachte kan bevrijdend zijn.’