Lector Nienke Bleijenberg: ‘Raadpleeg de wijkverpleging over COVID-19. En geef ouderen de keuze’

'Hoe je je zintuigen gebruikt om erachter te komen dat je patiënt achteruit gaat?' Ze kijkt even opzij.

Foto: Kees Rutten

Nienke Bleijenberg, lector aan de HU met specialisatie wijkverpleging en ouderenzorg, heeft een klein uurtje voor een interview. Precies op tijd verschijnt ze in beeld, gele trui, losse blonde haren en een glimlach die tijdens het gesprek niet meer zal verdwijnen. Ze weegt haar woorden zorgvuldig, maar heeft een duidelijke boodschap.

‘Bijna zeshonderdduizend mensen in Nederland ontvangen wijkverpleging en de omvang van COVID-19 hebben we in deze branche nog niet goed in kaart. De wijkverpleegkundige krijgt relatief weinig aandacht van media en politiek, terwijl zijn rol gigantisch is.

De enige die overblijft

Begin maart ontstond onrust over de richtlijnen van het RIVM. Die zagen er goed uit op papier, maar niet in de praktijk. De verpleegkundige kreeg één mondmasker waarmee hij van patiënt naar patiënt reed in zijn autootje. Bij dat beleid waren ze duidelijk niet voldoende geraadpleegd.

De thuiszorg wordt zwaarder belast tijdens deze crisis, vooral doordat mantelzorg en dagbesteding zijn weggevallen. Waar een patiënt vroeger twee dagen per week naar de zorgboerderij ging en vier keer per week zijn kind op bezoek kreeg, ziet hij nu alleen nog zijn verpleegkundige. Die draait nu alleen op voor het bereiden van eten, het klaarleggen van medicijnen en, niet te vergeten: het broodnodige menselijke contact. Vooral dat laatste drukt zwaar. Als je iemand ziet lijden onder eenzaamheid wil je bij hem blijven en dat geeft een machteloos gevoel.

Nauwelijks aandacht van de media

De rol van de thuiszorg verandert deze weken ook ten positieve. Ik hoorde van een patiënt die niet meer naar de mondhygiënist kon en daarvoor een beroep deed op zijn wijkverpleegkundige. Nadat deze zich over zijn mond had ontfermd, zei ze: “Dit kan ik blijven doen, je hoeft hiervoor je huis niet meer uit.”
Een goede ontdekking en zo zie ik er meer. Waar thuiszorginstanties eerder rivaliseerden, stappen ze nu over hun eigenbelang heen en werken ze samen omwille van de patiënt.

In Nijmegen hebben zes thuiszorgorganisaties de handen ineen geslagen om gezamenlijk coronapatiënten te verzorgen. Daartoe ontwierpen ze een zogenaamde ‘covidroute’ waar een speciaal team van professionals naartoe gaat, vanuit een ingericht familiehotel als uitvalsbasis. Daar eten en douchen ze en halen ze hun materialen op. Voor het organiseren van deze route hebben ze een ongekende creativiteit en daadkracht tentoon gespreid, maar de media heeft er nauwelijks aandacht aan geschonken. Dat is opmerkelijk en ik weet niet hoe het komt.

De verpleegkundigen zouden vaker gevraagd moeten worden naar hun kennis en ervaring. Ze  weten als geen ander hoe je COVID-19 kunt signaleren, hoe je ziet dat de patiënt achteruit gaat en hoe je de ziekte behandelt. Bovendien hebben ze geleerd om het goed uit te leggen aan collega’s. Ze zijn gewend hun neus, ogen en oren te gebruiken en als de beste te observeren. Hun theoretische kennis houden ze bij door het lezen van vakbladen en van de berichten van hun organisatie.

Je merkt het al bij de voordeur

In het begin leken de eerste verschijnselen van corona vooral verkoudheid, koorts en hoesten. Inmiddels signaleren we ook verwardheid, sufheid, diarree. Maar ook zoiets als vallen. Als iemand de thuiszorg belt om te zeggen dat haar vader is gevallen, dan gaat er onderhand een belletje rinkelen.

Hoe je je zintuigen gebruikt om te erachter te komen dat je patiënt achteruit gaat? (ze kijkt opzij) Je merkt het vaak al bij de voordeur. Als iemand incontinent is en zichzelf niet heeft kunnen verschonen, ruik je dat meteen. Een wond die ontstaat ruikt naar pus. Soms vraag je of mevrouw even naar de keuken wil lopen. Als je ziet dat ze daar ineens kortademig van wordt, merk je dat ze zwakker is geworden.

Geef de patiënt een keuze

De thuiszorg heeft richtlijnen gekregen van het RIVM. Gelukkig staat het de verpleegkundige vrij om daarvan af te wijken. Ik betreur het dat de menselijke maat dreigt te verdwijnen. Beleid is nodig, maar vergeet niet aan de patiënt te vragen wat hij graag wil. En vergeet de verpleegkundige niet te raadplegen, want die zit er het dichtst bovenop. Sommige ouderen krijgen liever hun familie op bezoek en nemen daarbij het risico om te overlijden voor lief. Er is nu een pilot gaande met verpleeghuizen waar patiënten hun naasten achter glas kunnen zien. Daar wordt wisselend op gereageerd. De één zegt: “Dood gaan we allemaal, dus laat me nu genieten van mijn kinderen.” De ander weigert al het contact uit vrees besmet te worden. Ik vind dat die mensen de keuze moeten hebben’

Ook interessant: Lector Nienke verleidt studenten naar de wijk


Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *