Minister lanceert actieplan voor diversiteit – hogescholen doen niet mee

De plannen voor meer diversiteit richten zich vooral op de universiteiten.

Minister Van Engelshoven in gesprek met HU-studenten / archieffoto Kees Rutten

Een betere monitoring van diversiteit, oprichting van een nationaal kenniscentrum en een adviescommissie. Dit zijn enkele voorstellen uit het ‘Nationaal actieplan diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek’ van het ministerie van Onderwijs. De plannen richten zich vooral op de universiteiten; de hogescholen doen vooralsnog niet mee.

Discriminatie is ook in Nederland aan de orde van de dag. Een inclusieve en veilige werk- en leeromgeving leidt tot een betere kwaliteit van onderwijs en onderzoek, stelt minister Van Engelshoven. Dinsdag 1 september presenteerde zij het actieplan, dat een brede definitie van diversiteit hanteert, zoals gender, culturele achtergrond, mensen met een beperking en seksuele geaardheid.

Nog geen kwart van de hoogleraren is vrouw en ook zijn de mannen in management- en bestuursfuncties in de meerderheid. Het aantal docenten met een niet-Westerse achtergrond in het hoger onderwijs is klein, hoewel hier geen exacte cijfers van beschikbaar zijn. Daarnaast kennen studenten met een niet-Westerse achtergrond minder studiesucces dan hun collega-studenten.

Streefcijfers voor universiteiten

Op korte termijn wil de minister komen met enkele maatregelen. Zoals streefcijfers voor universiteiten in 2025, voorstellen tegen ongewenst gedrag en het stimuleren van meer onderzoekers met een migratieachtergrond. De adviescommissie gaat het ministerie en het hoger onderwijs helpen bij het bevorderen van de diversiteit. Voorzitter van de commissie is voor de komende drie jaar Vinod Subramaniam, rector magnificus van de Vrije Universiteit.

Het actieplan is tot stand gekomen in overleg met onder meer de universiteitsvereniging VSNU, wetenschapsorganisaties KNAW en NWO, Expertise Centrum Diversiteit (ECHO) en het Landelijk Overleg Diversity Officers (LanDO). Opvallend is dat de hogescholen en het mbo niet meedoen. Zij worden dan ook nauwelijks genoemd in het twintig pagina’s tellende boekje. ‘De ambitie is om de samenwerking in de nabije toekomst ook uit te breiden met het mbo en hbo. Daarover zijn nog gesprekken gaande’, meldt het actieplan.

Hogescholen als ‘emancipatiemotor’

De Vereniging Hogescholen (VH) is ‘positief’ over het actieplan van het ministerie, meldt een verklaring op de site. Het is ‘opgesteld door en gericht op de academische wereld’, signaleert de hogescholenkoepel. Hogescholen fungeren al decennialang als ‘emancipatiemotor’ en kennen een diverse studentenpopulatie. ‘De hogescholen willen – vanuit hun eigenheid  – bijdragen aan een nationale aanpak van diversiteit en inclusie, hun kennis en ervaring inbrengen en op hun beurt leren van andere.’

Woordvoerder Jos Steehouder van VH noemt bij website ScienceGuide het actieplan voor hogescholen niet zo relevant omdat het zich met name richt op de universiteiten. ‘Zij hebben dat vanuit hun wereld aangevlogen. Wij hebben daar geen oordeel over. Maar wij hebben niet het gevoel gehad dat zij met iets bezig waren, waar wij zelf iets aan hebben of iets aan kunnen toevoegen. Daarom hebben we destijds besloten om hier niet aan mee te doen.’

Volg ons op Instagram
Reageer!
Reageer!
Deel via...

Geef een reactie Let bij het reageren op onze spelregels.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *